Voorzieningen en bezoekregelingen

Een standaardregeling voor bezoeken tussen het pleegkind en zijn ouders bestaat niet. Iedere situatie is anders. Een belrondje langs de voorzieningen leverde de volgende informatie op.

Alle voorzieningen vinden het belangrijk dat de pleegkinderen contact hebben met hun ouders als dat mogelijk is. Sommige voorzieningen werken met een checklist die het mogelijk maakt tot een goed en ontspannen contact te komen (zie bovenstaand). Andere voorzieningen bespreken de bezoekmogelijkheden in het zorgteam en bepalen op die manier vorm en frequentie van het bezoek. Mocht het kind niet goed reageren op een bezoek, dan bekijkt de gedrags­deskundige of het bezoek anders ingevuld moet worden.

De ene voorziening overlegt met het pleegkind vanaf zijn twaalfde jaar, terwijl bij de andere voorziening leeftijd voor dit onderwerp geen rol speelt. Er wordt wel waarde gehecht aan de mening van het kind, maar het kind beslist niet. Het is moeilijk om bij een kind van 16 jaar een bezoek af te dwingen. Het kan juist helpen om de verplichting los te laten. Een kind kan gevangen zitten in zijn loyaliteiten, waardoor het de eigen wensen ondergeschikt maakt aan de wensen van ouders of pleegouders. Met de ouders wordt het belang van de bezoekregeling besproken om te voorkomen dat ze afhaken of dat er onveilige situaties ontstaan. Er wordt ook geluisterd naar de pleegouders. Soms wordt aan hen gevraagd om een tandje bij te zetten ten gunste van het kind. Als de wensen van kinderen, ouders en pleegouders te ver uit elkaar liggen, kan de rechtbank een bezoekregeling vaststellen. <


Tags: , ,