Voorpublicatie In huis en hart

In april 2011 verschijnt het boek ‘In huis en hart’ van pleegvader en schrijver Tim de Jong. Uit eigen ervaringen en gesprekken met andere pleegouders merkte hij dat de behoefte aan verhalen uit de dagelijkse pleegouderpraktijk groot is. Voor zijn boek sprak hij met een diverse groep pleegouders over hun gezinsleven. Hij geeft de lezers van Mobiel alvast een voorproefje.

Karin (46) en Robèr (42) wonen met twee pubers in huis: Johan (13) is er de hele week en Oscar (16) alleen doordeweeks. In het weekend woont Oscar bij zijn moeder. Vijf jaar geleden vonden Robèr en Karin dat zij ruimte in huis en hart over hadden om een kind op te vangen. Ze begonnen met weekendpleegzorg, omdat ze allebei buitenshuis werkten en dit een veilige stap leek. Inmid­dels zijn ze fulltime pleeg­ouders. Het weekendpleegkind kwam permanent bij hen wonen en een tweede puber maakte het gezin compleet.

Verlegen
Karin: Vijf jaar geleden zag ik bij onze huisarts een folder over pleegzorg. Dit was de aanleiding om er met Robèr over te praten. We waren twee jaar samen, ik was de veertig gepasseerd en een eigen kind zat er niet meer in.

Robèr: Weekendpleegzorg leek ons de meest ‘veilige’ vorm om mee te beginnen. We waren gewend om zonder kinderen te leven, met allebei een baan buitenshuis. Om dan ineens zeven dagen per week een kind in huis te hebben, vonden we een te grote stap.

Karin: Na het voorbereidingstraject leerden we de achtjarige Johan kennen. Hij woonde in een gezinshuis en kwam een weekend per maand bij ons. In het begin was hij heel verlegen en in zichzelf gekeerd. Ik herinner me dat hij ’s avonds vaak niet in slaap kon komen. Dan hoorde ik hem de trap af sluipen en de woon­kamerdeur openen, maar naar binnen gaan durfde hij niet. We waren niet gewend om een kind op te voeden, maar kwamen geen grote problemen tegen. Wat we wel eens lastig vonden, waren de momenten dat Johan zich in zichzelf opsloot en we geen contact met hem konden krijgen. We hebben een keer meegemaakt dat dit heel lang duurde. Hij kwam in de vakantie vaak wat langer en het leek ons leuk voor hem om drie weken met ons naar Denemarken te gaan. Omdat we zelf van trekken houden, dachten we ook hem daar een plezier mee te doen. Al gauw bleek dat hij dit helemaal niet leuk vond. Hij werd heel onbenaderbaar en ging op onze wandelingen vijftien meter achter ons lopen. Achteraf snap ik dat het voor hem al moeilijk genoeg is om zijn plek ergens te vinden. Dan is het geen goed idee om een trekvakantie te houden.

Samenwerking
Karin: Twee jaar geleden kwam Oscar erbij. Het liep goed met Johan in de weekenden en we vonden dat we ruimte hadden voor nog een kind. We kozen bewust voor een puber, omdat we dan niet elke middag thuis hoefden te zijn en ook ’s avonds wel eens de deur uit konden.

De moeder van Oscar kon als gevolg van een hersenbloeding niet meer fulltime voor hem zorgen. Zij zocht een gezin waar hij doordeweeks kon wonen en wilde een goede samenwerking met dit gezin. Dit sprak ons meteen aan. Toen hij bij ons introk, stuurden we een kaart naar onze familie en vrienden, met daarop een foto van de zolderkamer en een paar verhuisdozen. Daar­onder de tekst: ‘Oscar komt op zolder’. Hij voelde zich snel thuis. Vanaf het begin hadden we ook een goed contact met zijn moeder. Als we Oscar op zondag ophalen, drinken we een kop koffie met haar. Ook bellen we elkaar tussendoor op als er iets is.

Kleren kopen
Robèr: Johan kon op een bepaald moment weer bij zijn moeder wonen. Dit heeft ongeveer een jaar geduurd. Omdat hij het zelf graag wilde, kwam hij nog regelmatig een weekend bij ons. Toen het toch niet goed bleek te gaan bij zijn moeder, sprak het vanzelf dat hij bij ons terecht kon. We kenden hem al vier jaar en je geeft om zo’n binkie. Ook zijn moeder stemde ermee in dat hij hier ging wonen.

Karin: Nu we hem fulltime in huis kregen, kon ik ‘echt’ voor hem zorgen. Ik vond het heerlijk om kleren voor hem te kopen, met hem naar de kapper te gaan en hem aan te melden bij een sportclub. We merkten dat hij tot rust kwam. Ook Oscar vond het gezellig met Johan erbij. De laatste tijd zien we dat er een band tussen de pleegbroers ontstaat.

Robèr: Met twee pubers in huis hebben we eigenlijk weinig puberproblemen meegemaakt. Oscar is niet een jongen die grenzen opzoekt. Over Johan hebben we wat meer zorgen, omdat hij zich gemakkelijk laat overhalen om domme dingen te doen. Hij is een keer een weddenschap aangegaan, dat hij een zakje kruiden durfde leeg te eten. Daar is hij flink ziek van geworden.

Pleegoma
Robèr: Ons leven is door de komst van de pleegkinderen veranderd. We hadden het prima met ons tweeën, maar de jongens hebben een stuk gezelligheid in huis gebracht. Met zijn vieren aan tafel zitten geeft een andere sfeer dan wanneer je met zijn tweeën bent. Mijn band met hen is verschillend. Bij Oscar ervaar ik meer een maatjes­gevoel dan een oudergevoel. Omdat Johan veel zorg en sturing nodig heeft, heb ik bij hem wel een duidelijke ouderrol. Voorlopig zal hij die zorg nog van ons vragen.

Karin: De afgelopen jaren heeft onze relatie zich verdiept door de zorg voor de kinderen en de uit­dagingen die we voor onze kiezen krijgen. Er zijn ook dingen waar ik aan heb moeten wennen. Vroeger kon ik, als ik een keer na een rotdag thuiskwam, op de bank gaan zitten en even niets doen. Nu zijn er kinderen die aandacht willen. Dan moet ik me soms even opladen om er voor hen te zijn. Omdat we Johan hebben zien opgroeien, kan ik bij hem een moedergevoel ervaren. Laatst zei hij tegen me: “Als ik achttien word en een kind krijg, word jij pleegoma.” Zo’n opmerking, daar groei ik van. Ik merk dat hij zich aan ons is gaan hechten en ook een toekomst met ons voor zich ziet. We zijn niet zijn ouders, maar wel mensen die er voor hem zijn. <

‘In huis en hart’ is een uitgave van uitgeverij Van Gorcum en Stichting Mobiel en wordt op 16 april 2011 gepresenteerd tijdens het landelijke pleegzorgweekend. Daarna is het boek bij Mobiel te bestellen voor
€ 19,95.


Tags: ,