Pleegoudervoogdij (1)

In Mobiel nummer 2, 2010, schreef ik over het wetsvoorstel herziening kinderbeschermingsmaatregelen (32015). De inschatting is dat de wet, op zijn vroegst, op 1 januari 2012 zal worden ingevoerd. In dit nummer kunt u lezen wat de pleegoudervoogdijregeling inhoudt. In het volgende nummer ga ik in op knelpunten in de praktijk.

Een van de doelen van de nieuwe wet is een betere afstemming tussen de OTS en de voogdijmaatregel. Te verwachten is dat het aantal voogdij­maatregelen zal toenemen. Boven­dien spreekt de wetgever in dit wetsvoorstel de voorkeur voor de pleegouder uit als het gaat om de uitoefening van de voogdij. Namelijk: in geval van beëindiging van het gezag (nu ontheffing/ontzetting) benoemt de rechtbank bij voorkeur tot voogd degenen (dan wel degene) die op het tijdstip van het verzoek de minderjarige ten minste een jaar als behorende tot hun gezin hebben verzorgd en opgevoed. Dit roept vervolgens de vraag op wat de belangrijkste knelpunten in de praktijk zijn als het gaat om de pleegoudervoogdijregeling.

Wat houdt voogdij door de pleegouder in?
Voogdij betekent wettelijke verantwoordelijkheid en in principe aansprakelijkheid voor het pleegkind. Ook is de pleegouder verantwoordelijk voor het beheren van het vermogen van het pleegkind. De plaatsing in het pleeggezin wordt in principe niet meer beëindigd en duurt dan totdat het pleegkind op eigen benen kan staan. Mislukt de plaatsing alsnog, dan is een vrij­willige uithuisplaatsing of uithuisplaatsing in het kader van een ondertoezichtstelling nog wel mogelijk. De pleegouder behoudt in dit geval wel de voogdij, dus de verantwoordelijkheid. De voogdij uitoefenen gaat dus veel verder dan het verzorgen en opvoeden van het pleegkind in het vrijwillig kader of in het kader van de ondertoezicht­stelling. Als de pleegouder de voogdij verkrijgt, dan gaat de pleegouder een verbintenis voor langere tijd aan met het pleegkind. Een verbintenis waarvan de pleegouder zich niet zomaar kan ontslaan.

De pleegoudervoogdijregeling
De pleegoudervoogdijregeling is speciaal bedoeld voor pleegouders die wel de voogdij over hun pleegkind willen uitoefenen, maar niet de begeleiding en/of de betaling willen en/of kunnen missen. De regeling is dus voor pleegouders die bewust voor de voogdij over hun pleegkind zouden hebben gekozen, als daarbij de mogelijkheid van begeleiding en/of betaling zou blijven bestaan(1).

De betaling van pleegvergoeding kan alleen voortbestaan mits één van de pleegouders de voogdij op zich neemt. Namelijk de eenhoofdige pleegoudervoogd is niet onderhoudsplichtig ten opzichte van het pleegkind. Bij gezamenlijke voogdij (dus door beide pleegouders) ontstaat er een onderhoudsverplichting en vervalt het recht op pleeg­vergoeding(2). <

(1) (tijdelijke)Regeling van 5 april 2001, nr. 5058727, in werking getreden op 1 mei 2001, definitief met de Wet op de jeugdzorg.

(2) In het wetsvoorstel verbetering rechts­positie pleegouders (31279) wordt voor­gesteld om de onderhoudsverplichting bij gezamenlijke voogdij door pleegouders te laten vervallen.

Mariska Kramer is advocaat bij Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering en werkt als zelfstandig advocaat in Amsterdam aan de Middenweg 57a (kantoor.kramer@kpnplanet.nl).


Tags: ,