Onze vondeling

Met een telefoontje van de matcher, “ze heet Janna”, kwam je in mijn leven. Op een Amelandse camping in de tent, hoorde ik jouw verhaal. “Ze heet Janna”, zei ik daarna tegen mijn vrouw. Ik straalde. ‘De Vondeling’ van Freek de Jonge is jouw lied, jouw lot.

Tien dagen later lag je in mijn armen, zeven maanden oud. Zoals ik onze zoon direct na de geboorte in mijn armen kreeg van de verloskundige, zo kreeg ik jou van je moeder op mijn schoot. Je dappere moeder, die je zelf bracht. Haar verdriet en mijn geluk, beide om het feit dat jij je intrede deed in ons gezin.

Je moeder nam afscheid. Later besefte ik dat jij geen afscheid nam van haar. Gelijk heb je, ze blijft in je leven.

Ik herinner me dat je nieuwe broer en zus zich liefdevol op je stortten en mijn vrouw en ik gelukzalig naar het tafereel keken. We wisten direct dat het goed was.

Al snel maakten we kennis met afwijkend gedrag door hechtingsproblematiek. Je wist bijvoorbeeld ieder oog­contact te vermijden. Natuurlijk waren we voorgelicht en voorbereid, maar nu voelden we hoe het in de praktijk werkte. We ontwaakten uit de roes.

Ik geniet met volle teugen van je karakter uit een ander nest: wilskrachtig, voortvarend, impulsief, als die vondeling uit het lied. Nu ik dit allemaal schrijf, voel ik veel dankbaarheid. Dank dat je voor ons hebt gekozen. Ik straal, als op Ameland. <

Janna kwam terecht bij een pleegvader die als kind van pleegouders in een pleeggezin opgroeide. Met plezier schrijft T.D. over zijn leven met Janna.

 


Tags: ,