Een groot gezin in België

De 57-jarige Roos is huisvrouw en ze helpt nieuwe pleegouders bij de voorbereiding op de komst van een pleegkind. Haar echtgenoot Albert (53) is ambtenaar. Het echtpaar woont in België en heeft vijf kinderen: Hilde (28), Karel (27), Lieve (26), Thomas (22) en Ruth (18). Daarnaast hebben ze vier pleeg­kinderen. Louis (23), Jasmin (20), Jana (19) en Elena (19). Intussen wonen alle kinderen zelfstandig, maar ze komen allemaal wel eens binnenwaaien.

Hoe kwam u ertoe om pleegouder te worden?
Roos: “We wilden graag een groot gezin. We hadden drie kinderen gekregen en een paar miskramen achter de rug. We hadden ruimte, tijd en energie te over. We vonden het gewoon vanzelfsprekend om ook pleegkinderen in ons gezin op te nemen. Het heeft ons leven meer zin gegeven. We hebben iets goeds gedaan en er zelf iets aan gehad.”

Hoe reageerde uw omgeving en familie op het pleegouderschap?
“Onze vrienden waren niet verbaasd. Zij vonden pleegzorg goed bij ons passen. Mijn ouders hebben het er moeilijk mee gehad. Ze waren bang voor de misère die we ons op de hals haalden. Mijn schoonouders hebben afgehaakt. Zij hebben pleegzorg nooit aanvaard. Ik heb mijn schoon­ouders al lang niet gezien. Dit is moeilijk voor Albert. Hij en de kinderen zien zijn ouders nog wel.”

Hoe zag uw begeleiding eruit en voorzag die in de behoefte?
“Nu hebben we geen begeleiding meer, omdat de kinderen volwassen zijn. We hebben betrokken, luisterende, helpende pleegzorgbegeleiders gehad. We konden altijd ons verhaal kwijt. Ze hielpen ons omgaan met problemen die de pleegkinderen met zich meebrachten. Over een aantal andere jeugdhulpverleners die we nodig hadden, ben ik minder positief.”

Waar had u steun bij nodig, waar was u onzeker over?
“De meeste steun hadden we nodig op emotioneel vlak. We hebben de pleegzorgbegeleiding gebruikt voor pleegzorgspecifieke dingen. Als een van onze pleegkinderen moeilijk deed op school, vond school dat pleegzorg het probleem was. Dan vroegen we de pleegzorgbegeleiders met school te praten. Nu de kinderen volwassen zijn, moeten ze elk hun eigen weg vinden. Met de ene voorgeschiedenis is dat wat moeilijker dan met de andere.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
“De ouders van Louis zijn gescheiden. Met zijn moeder heeft hij nog altijd contact. Van haar mochten we Louis grootbrengen. Vader heeft geen behoefte om Louis te zien. Er is een strijd tussen vader en moeder. Jana heeft alleen goed contact met haar moeder. De rest van haar familie is tegen pleegzorg en laat dit ook merken. De moeder van Elena is gestorven. Ze heeft gezocht naar haar vader, maar hij wil geen contact. Elena vindt het erg dat ze haar vader niet ziet. Jasmin is als vondeling geadopteerd uit het buitenland. Ze weet niet wie haar biologische ouders zijn. Ze heeft geen contact met haar adoptieouders, maar wel met oma. Dat contact is bijzonder en belangrijk voor Jasmin.”

Hoe gaan jullie kinderen om met de pleegkinderen?
“Onze eerste twee pleegkinderen zijn als baby bij ons gekomen. Ze zijn gewoon als broer en zus met onze drie oudste kinderen opgegroeid. Elena en Jasmin waren al wat ouder toen ze bij ons kwamen. Elena heeft zich sterk geprofileerd, wat problemen opleverde. Jasmin engageerde zich heel weinig in het gezin, wat ook een probleem was. Het leek wel alsof ze doof was. De twee jongens, Thomas en Louis, trokken veel met elkaar op. Ik vind het fijn dat ze elkaar nog regelmatig zien. Ruth vindt nog steeds dat thuis alles misging door de pleegkinderen. In dit standpunt is ze gevoed door de buitenwereld. Onze kinderen hebben last gehad van de pleegkinderen. Ze hebben het ons wel eens verweten en zijn jong de deur uit gegaan.

De oudste vier kunnen nu zeggen dat ze er veel van geleerd hebben. Ze zijn mild over hun pleegbroer en -zussen. Helaas is Ruth daarvoor nog te recent pijn gedaan.”

Welke praktische problemen kwam u tegen?
“In huis mocht er altijd wel wat meer plaats zijn. De seksuele aantrekkingskracht tussen de pleegkinderen noopte ons om de meisjes op een andere verdieping te laten slapen dan de jongens. We hebben onze pleeg­kinderen een thuis geboden, maar ze mochten niet aan elkaars persoonlijke bezittingen komen. Op een gegeven moment hebben alle slaapkamers een slot op de deur gekregen.”

Waren er momenten waarop u dacht, hier had ik nooit aan moeten beginnen?
“Op de basisschool moest Ruth een keer bij de directeur komen, omdat Elena had gestolen. Zij had beter op haar pleegzusje moeten letten. Dit is maar een voorbeeld van de vele momenten waarop de maatschappij Ruth confronteerde met pleegzorg. Hoe kunnen wij Ruth uitleggen dat pleegzorg niet de oorzaak is van al haar problemen?”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar deed ik het voor.
“We haalden Jasmin op toen ze bij ons kwam wonen. Op het afgesproken moment had ze nog niets ingepakt. Dat viel ons vies tegen. In de auto onderweg naar ons huis zei ze: ‘Ik had het niet moeten doen.’ ‘Wat?’ vroegen wij. ‘Bij jullie komen wonen’, zei Jasmin. Een paar weken later zei ze: ‘Ik kon toen toch nog niet weten dat jullie te vertrouwen zijn’.”  <


Tags: ,