Duidelijkheid brengt acceptatie op gang

Het is jaren geleden dat de moeder van mijn, intussen volwassen, pleegdochter vroeg: “Wat denk je, zou ik haar terugkrijgen van de kinderrechter?” Vol verwachting keek ze me aan: “Wat vind jij? Zou ik het kunnen?” Toen ik zei dat ik het niet wist, vroeg ze opnieuw: “Maar wat vind jij?”

Ik heb haar toen verteld dat ik echt niet wist of het zou lukken. “Het is maar goed dat ik er niets over te zeggen heb. Wij zijn ook van je kleine meid gaan houden en hoe eerlijk is onze mening dan? We willen graag voor Sabientje zorgen zolang als nodig is. De gezinsvoogd neemt een besluit en niet wij.” Ze vroeg: “Dus als het niet kan, blijft ze bij jullie?” “Wat ons betreft wel”, was mijn antwoord. “Gelukkig”, verzuchtte moeder. Toen twee jaar later de voogdij naar de instelling ging, was voor moeder alleen belangrijk dat haar dochter bij ons bleef wonen en dat ze haar net als voorheen geregeld kon bezoeken.

Gevecht
Vaak zie je het ook anders. Ouders die het uithuisplaatsen van hun kinderen niet kunnen accepteren, hevig in gevecht gaan en keer op keer in hoger beroep gaan. Ze worden boos of proberen greep op hun kinderen te krijgen met geld of grote cadeaus.

Ze keuren alles af, worden agressief, bellen met huisartsen of zelfs werkgevers om pleegouders zwart te maken. Als pleegouder heb je maar één mogelijkheid: blijf herhalen dat je ook maar gevraagd bent om voor dit kind te zorgen. De rechter bepaalt wat wel en niet kan en jij hebt daar gelukkig geen inbreng in.

Onzekerheid
Ouders kunnen hun kinderen in grote onzekerheid brengen over de vraag waar ze na de komende zitting of het hoger beroep zullen wonen. Drama’s zijn het. Ik denk aan de zeventienjarige die echt niet naar huis wilde, maar ook bij de laatste verlenging, een paar maanden voor zijn achttiende verjaardag, nog vreselijk in de zenuwen zat. Of dat jochie van vijf dat doodsbang was voor vader, omdat die altijd ruzie maakte met zijn pleegouders. Natuurlijk zitten ouders in een moeilijk parket. Iedere keer een ver­lenging van een jaar blijft hoop geven. Soms tegen beter weten in.  Als goede ouder moet je toch voor je kind vechten?

Goede mix
Een duidelijk besluit over de plek waar een kind opgroeit, is voor ouders en kinderen van groot belang. Het geeft ouders ruimte om na aanvankelijke boosheid, verdriet en verontwaardiging te zien welke rol ze nog wel hebben en hoe ze die vorm kunnen geven. Met pleegouders en werkers die snappen dat de ouders niet wilden dat hun kinderen in de pleegzorg zouden opgroeien. Gelukkig zijn er veel voorbeelden van ouders en pleegouders die een goede mix hebben gevonden, bijvoorbeeld af en toe logeren of samen de verjaardag vieren. Als ouders zich erkend voelen als ouders, kan het vruchtbaar zijn om samen op te trekken en te zoeken naar het beste voor een kind. Hoe langer de strijd duurt, hoe venijniger die wordt en hoe moeilijker het tot een vruchtbare samenwerking komt. Het klinkt sympathiek om ouders nog een kans te geven en nog één, maar in feite houd je hen aan het lijntje omwille van de lieve vrede. Duidelijkheid doet eerst zeer, maar brengt acceptatie op gang. Er is niks aan te doen. Wat heb ik nog wel? <


Tags: , ,