De spagaat van pleegouders

Als pleegouder zit je soms in een spagaat. Een kind woont bij je, soms al jaren en soms voor altijd. Afspraken liggen vast, duidelijkheid alom. Tot er opeens iets verandert. Alles wat zeker leek, staat op losse schroeven. Als pleegouder ben je vaak afhankelijk van beslissingen van derden. Pleegmoeder Brechtje vertelt over het gevoel dat hiermee gepaard gaat en dat altijd sluimerend aanwezig is.

“Vandaag was het weer op het nieuws, de discussie in de politiek over het hebben van twee nationaliteiten. Ik vind dat je mensen niet hun ‘roots’ en bijbehorend paspoort mag afnemen. Zij zetten zich in voor Nederland, zijn loyaal aan Nederland. Hoe kunnen wij verlangen dat zij hun andere nationaliteit opgeven? Wat voor doel dient het en hoe menselijk is dat?

Het doet mij denken aan pleegzorg. Als pleegouder krijg je kinderen in huis. Je verzorgt hen, geeft hun aandacht en liefde en er ontstaat een bijzondere relatie. Vooral als kinderen langdurig in je gezin wonen, horen ze bij je. Je gaat van hen houden, ze zijn een deel van je. Als pleegouder weet je natuurlijk dat het niet je eigen kinderen zijn. Dat er een balans moet zijn tussen afstand en nabijheid en dat er altijd ruimte moet zijn voor de ouders. Toch voel je, diep van binnen, weleens het alleenrecht dat je wenst.

De onzekerheid in het begin maakt in de loop der jaren plaats voor meer zekerheid. Je durft je dan nog meer te hechten. Wij doen ons best de ouders een plaats te geven in het leven van ons pleegkind. Bezoeken, telefoontjes, tekeningen, foto’s, vertellen, op alle mogelijke manieren laten we ons kind weten wat zijn wortels zijn. We willen dolgraag dat het een gelukkig, compleet mens wordt. Dat kan alleen maar als zijn ouders een plaats hebben in zijn leven.

Liefde kan pijn doen
Toch bekruipt mij heel soms het vreselijke gevoel dat die zekerheid zo weg kan zijn. Een ouder die weer in beeld komt, zich met de opvoeding gaat bemoeien, van gedachten is veranderd of dichtbij komt wonen. Dan is de onmacht van pleegouder-zijn alom aanwezig. Een confrontatie met jezelf, met het pleegouderschap. Paniek. Raak ik dit kind kwijt? Heb ik teveel gegeven, ben ik teveel van hem gaan houden? Gaat het kind nu minder van mij houden of is het toch niet zo van mij als ik voelde? Als een reflex schiet je in de verdediging. Een reflex voor lijfsbehoud van jezelf. Het voelt als een spagaat. Je wilt een goed contact voor je kind met zijn ouders, anderzijds wil je die ouder op gepaste afstand van jezelf en je gezin. Deze spagaat, dit gevoel van onmacht, hoort bij het pleegouderschap. Je moet ermee leren omgaan. Het geeft aan dat pleegouderschap complex en ingewikkeld is. Het geeft echter ook aan dat het pleegouderschap zo mooi is dat liefde pijn kan doen. Het bevestigt dat je mens bent, dat je kunt houden van een kind dat niet van jou is, maar dat zo eigen voelt.

Net als bij de paspoorten moeten kinderen niet hoeven kiezen tussen eigen ouders en pleegouders. Ze mogen en kunnen loyaal zijn aan allebei. Beiden zijn belangrijk in hun leven en kinderen mogen van allebei houden. Als wij als pleegouders hun die ruimte geven, kan on­macht plaatsmaken voor een machtig mooi gevoel!”  <


Tags: , ,