Veiligheid pleegzorg aanzienlijk verbeterd

Auteur: Gemma Tielen  

Naar aanleiding van calamiteiten in de pleegzorg deed de Inspectie jeugdzorg in 2008 onderzoek naar de veiligheid van pleegkinderen in pleeggezinnen. Met veiligheid wordt bedoeld dat kinderen beschermd zijn tegen alle vormen van mishandeling binnen het pleeggezin. Uit het onderzoek bleek dat pleegzorgaanbieders hiervoor onvoldoende aandacht hadden. Begin 2010 onderzocht de inspectie wat er terecht was gekomen van de verbeterplannen. De situatie bleek inmiddels aanzienlijk verbeterd, al blijft aandacht nodig voor goede afspraken rond netwerkpleeggezinnen. Hoofdinspecteur Gemma Tielen vertelt over de huidige stand van zaken.

Pleegzorg vormt een belangrijk onderdeel van de jeugdzorg, omdat deze de thuissituatie zoveel mogelijk probeert te benaderen. Wanneer kinderen – om wat voor reden dan ook – niet langer meer in het eigen gezin kunnen blijven, is het goed dat zij voor korte of langere tijd opgenomen worden in een pleeggezin. Jaarlijks maken meer dan 20.000 kinderen van deze mogelijkheid gebruik. Beschikbaarheid van pleegzorg en de bereidheid van pleegouders om een kind op te nemen is dan ook een groot goed. Het liefst zou je alleen maar goed nieuws over de sector willen melden. Helaas was dat tot voor kort niet altijd mogelijk. Tussen 2005 en 2008 deden zich zelfs dusdanige calamiteiten voor, dat de Inspectie jeugdzorg zich genoodzaakt voelde om een onderzoek in te stellen naar de veiligheid van pleegkinderen.

Het onderzoek van eind 2008 vond plaats bij alle 28 pleegzorgaanbieders. Aanleiding vormden onder meer de ernstige gevallen van seksueel misbruik die zich in de voorgaande jaren in de pleegzorg hadden voorgedaan. Incidenten die niet alleen vreselijk waren voor de betrokkenen, maar die ook de gehele pleegzorg in een vreemd daglicht zetten. Het is triest dat in een tijd waarin juist steeds meer behoefte is aan opvang in pleeggezinnen, de pleegzorg als geheel ook de gevolgen ondervindt van dergelijke calamiteiten.

Zekerheid
Vertrouwen is een belangrijk thema in de pleegzorg en dat vormt natuurlijk ook het uitgangspunt bij zowel bestandspleeggezinnen (mensen die zich aanmelden als potentieel pleeggezin) als bij netwerkpleeggezinnen (mensen uit de directe omgeving van het kind, zoals grootouders, ooms en tantes of andere bekenden). Vertrouwen alleen is helaas niet genoeg, zo blijkt uit de eerder genoemde calamiteiten. Er moet zekerheid zijn dat aan alle voorwaarden voor veiligheid van het kind is voldaan. Elk incident, elke calamiteit, is er één teveel. Hoewel het niet mogelijk is om alles uit te sluiten, kan er wel degelijk systematisch aandacht zijn voor eventuele risicofactoren.

Dat kan gebeuren tijdens de screening van een mogelijk pleeggezin, maar ook tijdens de begeleiding van een kind dat in een pleeggezin is geplaatst. Pleegouders die dergelijke procedures doorlopen, moeten dit vooral niet zien als een soort motie van wantrouwen. Er wordt hoe dan ook uit­gegaan van de goede wil van alle betrokkenen. Alleen worden er nu eenmaal afspraken gemaakt over noodzakelijke procedures. Het zal duidelijk zijn dat drankmisbruik, financiële problemen of spanningen in de relationele sfeer tot de veiligheidsrisico’s van een pleeggezin kunnen worden gerekend. Het kan ook zijn dat na verloop van jaren de eigen kinderen van pleegouders de puberleeftijd bereiken, waardoor het plaatsen van een jong meisje in een gezin met enkele opgeschoten jongens niet altijd de beste ‘match’ kan worden genoemd.

Onvoldoende aandacht voor veiligheid
Uit het inspectierapport, dat in mei 2009 verscheen, kwam naar voren dat pleegzorgaanbieders nog onvoldoende zicht hadden op risicovolle situaties voor pleegkinderen. De screening liet nog te wensen over en ook de begeleiding van een kind dat al in een pleeggezin zat, was niet helemaal naar wens.

Een ander punt speelde rond de veiligheid in netwerkpleeggezinnen. De kinderen verbleven meestal al in die gezinnen voordat een screening plaatsvond. Dat kan ook niet anders, want in noodsituaties moeten deze kinderen nu eenmaal van het ene op het andere moment ergens onderdak kunnen vinden. Het probleem was vooral dat onduidelijk was wie er op de veiligheid van het kind ging letten: Bureau Jeugdzorg of de pleegzorgaanbieder. Zolang daar geen goede afspraken over bestonden, bleef de veiligheid van het pleegkind in het geding.

Verbeterplannen in 2009
Om aan deze onwenselijke situatie zo snel mogelijk een einde te maken, heeft de inspectie de jeugdzorgaanbieders om verbeterplannen gevraagd. Deze plannen zijn medio 2009 aangeleverd. Begin 2010 heeft de inspectie bekeken wat er van die verbeterplannen terecht is gekomen.

Gelukkig bleek dat de meeste pleegzorgaanbieders inmiddels voldoende aandacht besteden aan de veiligheid van pleegkinderen. Zij doen dat nu systematisch, zowel bij de screening van gezinnen als bij de begeleiding van kinderen die al in een pleeggezin verblijven. In het laatste geval wordt tegenwoordig ook regelmatig met de kinderen zelf gepraat, zonder bijzijn van de pleegouders. Ook dat moet vooral niet gezien worden als een motie van wantrouwen, maar bovenal als een soort ‘dubbelcheck’. Zelfs wanneer uit alles blijkt dat het met de veiligheid in een pleeggezin ‘wel goed zit’. Voor de inspectie bleef er nog één punt van zorg over en dat was de verantwoordelijkheid voor een kind in een netwerkpleeggezin. Het bleek dat de helft van de pleegzorgaanbieders nog steeds geen of onduidelijke afspraken had gemaakt met de Bureaus Jeugdzorg over wie er nu toezicht houdt op de veiligheid van een kind na plaatsing in een netwerkpleeggezin. Het spreekt voor zich dat ook hier op korte termijn afspraken over moeten worden gemaakt.

Al met al is het goed om te zien, dat er in de pleegzorg inmiddels veel verbeteringen zijn doorgevoerd. Daardoor zijn in ieder geval de voorwaarden aanwezig om te zorgen voor een veilig verblijf van een pleegkind. In de pleegzorg gaat het natuurlijk allereerst om het welzijn van de kinderen. Het is verheugend dat zoveel pleegouders en zoveel medewerkers van pleegzorginstellingen zich daarvoor willen inzetten. <

Mw. drs. G.E.M. Tielen is sinds 1 september 2010 hoofdinspecteur bij de Inspectie jeugdzorg.

====
Kader
====

“Natuurlijk mishandelen wij ons nichtje niet”
“Sinds vier maanden woont mijn vijfjarig nichtje bij ons in huis. Mijn zus kan voorlopig niet voor Esther zorgen, omdat ze psychische problemen heeft. Ze is een gevaar voor zichzelf en voor anderen. Voor mij is het vanzelfsprekend om het meisje een thuis te bieden. We willen niet dat ze in een kindertehuis terecht komt, of zo. Mijn man en ik geven Esther zoveel mogelijk zorg en liefde. Daar ben je toch familie voor! Het meisje heeft het al zo moeilijk. Een tijdje geleden kregen wij een pleegzorgwerker toegewezen die ons gaat begeleiden. Tja, dat hoort er ook bij, maar ik schrok me wezenloos toen hij ons allerlei vragen ging stellen over veiligheid. Natuurlijk mishandelen wij ons nichtje niet. Wat dacht hij wel! Twijfelde hij aan onze integriteit? Volgens mij had onze pleegzorgwerker deze emotionele reactie niet verwacht. Hij legde uit dat de pleegzorginstelling de veiligheid in pleeggezinnen zoveel mogelijk in kaart wil brengen en waarborgen. Alle pleegouders moeten deze vragen beantwoorden in het belang van het kind. Toevallig zijn wij de oom en tante van Esther, maar dat is geen garantie voor haar veiligheid. Achteraf begrijp ik dit standpunt wel. De veiligheid van het kind staat natuurlijk voorop. Ik voelde me alleen persoonlijk aangesproken.”

====
Kader
====

“Ik voelde me zelf heel onveilig”
“Lange tijd gingen de ontmoetingen met de vader van Jaimy heel goed. We spraken af in een speeltuin, de gezinsvoogd was erbij en Jaimy had het grootste plezier. Sinds een jaar is het veranderd. Vader lijkt weer drugs te gebruiken en Jaimy heeft een nieuwe gezinsvoogd. Op grond van eerdere rapportages heeft zij besloten dat het niet nodig is dat ze bij de ontmoetingen aanwezig is. ‘Het gaat hartstikke goed, het geeft juist vertrouwen als jullie het met elkaar doen.’ Ze wist mij en vader te overtuigen en de eerste twee keer ging het ook prima. Daarna niet meer. De laatste keer voelde ik me zelfs ronduit onveilig. Vader deed wilde spelletjes met Jaimy op de glijbaan en de schommel en Jaimy raakte helemaal door het dolle heen. Terwijl ze lachten, sloeg het opeens om in ruzie. Net als bij kinderen. Wat ik eng vond, was dat vader, net als een klein kind, niet meer naar mij luisterde. Ik kreeg geen contact. Ook Jaimy was onbereikbaar. De sfeer werd zelfs agressief. Samen waren ze ruzie aan het maken en Jaimy begon van zich af te slaan. Ik heb Jaimy vrij ruw bij zijn vader weggetrokken, die meteen begon te schreeuwen dat ik van zijn kind moest afblijven. Van alle kanten kwamen geschrokken ouders aanrennen om zich ermee te bemoeien. Het is uiteindelijk goed gekomen en we gaan het nu anders doen. De veiligheid van Jaimy staat voorop en soms heb ik daar gewoon hulp bij nodig van pleegzorg of jeugdzorg.”


Tags: ,