Misverstanden over gehechtheid van (pleeg)kinderen

In de praktijk van jeugdzorg, jeugdbescherming en pleegzorg horen we regelmatig uitspraken over de gehechtheid van kinderen die niet kloppen met inzichten uit recent wetenschappelijk onderzoek. Dit artikel gaat over deze kloof tussen de praktijk aan de ene kant en theorie en onderzoek aan de andere kant. De gekozen voorbeelden zijn gebaseerd op een notitie voor kinderrechters over dit onderwerp (1).

Gehechtheid ontstaat bij ieder kind van nature. Het is de aangeboren neiging van elk kind om steun te zoeken bij iemand die sterker is, een volwassene die hem kan beschermen en helpen. Zolang het kind niet op eigen benen kan staan, heeft hij die volwassene nodig om te overleven. Omdat gehechtheid aangeboren is, kunnen kinderen gehechtheid niet overslaan of uitstellen en is het een mythe dat kinderen zich niet gaan hechten als de opvoedingsomstandigheden slecht zijn.

Kinderen hechten zich altijd
In de praktijk wordt echter over kinderen (ouder dan één jaar) bij verwaarlozende ouders gezegd: “Het kind heeft nog geen gelegenheid gehad zich te hechten.” Of: “Het kind is niet gehecht.” Volgens de gehechtheidstheorie is dit dus een misverstand: ieder kind hecht zich tijdens zijn eerste levensjaar, al zal niet ieder kind zich op een goede manier kunnen hechten (in vaktermen: veilig hechten). Ook onder erbarmelijk slechte omstandigheden hechten kinderen zich aan volwassenen, zelfs als die volwassenen hen ernstig verwaarlozen of mishandelen. Dat het niet alleen om een theoretische gedachtegang gaat, is op te maken uit wetenschappelijk onderzoek naar de gehechtheid van kinderen die opgroeien bij verwaarlozende of mishandelende ouders. Er zijn tientallen onderzoeken die laten zien dat deze kinderen zich hechten aan hun ouders, terwijl de kwaliteit van die gehechtheidsrelatie inderdaad zorgwekkend is: deze kinderen zijn meestal onveilig gehecht.

Gehechtheid niet mee in koffer
In de praktijk wordt soms gesteld dat een uithuisgeplaatst kind zich in een pleeggezin goed kan leren hechten zodat hij deze goede gehechtheid mee kan nemen als hij naar de eigen ouders teruggaat. Dit is een misvatting omdat een kind dat veilig gehecht is aan zijn pleegouders niet veilig gehecht hoeft te zijn of te raken aan andere verzorgers of ouders. Gehechtheid is niet een kenmerk van een kind: kinderen ‘hebben’ niet een veilige of onveilige gehechtheid zoals zij een gemiddelde of goede intelligentie hebben.

Kinderen kunnen wel leren lopen in een pleeggezin en deze motorische vaardigheid meenemen als zij teruggaan naar hun eigen ouders, maar dat geldt dus niet voor gehechtheid.

Kinderen laten in hun gedrag zien dat zij veilig of onveilig gehecht ‘zijn’ aan een persoon die direct bij hun opvoeding betrokken is. Veilig gehechte kinderen rekenen bij spanning op de steun van hun opvoeder terwijl onveilig gehechte kinderen daar niet zeker van durven zijn. Baby’s en jonge kinderen kunnen veilig gehecht zijn aan de ene (pleeg)­ouder en onveilig gehecht aan de andere (pleeg)ouder. Veilig of onveilig gehecht slaat dus op de unieke band die het kind met een bepaalde (pleeg)ouder heeft.

Herstelkansen
Gehoord in de praktijk over kinderen in de kleutertijd: ‘Dit kind heeft nog maar een paar jaar om zich goed te kunnen hechten, daarna kan het niet meer’. Of, bij kinderen vanaf een jaar of zes: ‘De onveilige gehechtheid van dit kind kan niet meer hersteld worden’. Dit zijn misvattingen: er is geen grens voor het ontstaan van een veilige gehechtheid, een kind kan altijd alsnog correctieve ervaringen opdoen en zich veilig gaan hechten. Dat kan zelfs tot in de volwassenheid!

Ook wordt gezegd: ‘De gehechtheid van dit kind kan toch niet meer veranderen, we kunnen hem net zo goed terugplaatsen bij de eigen ouder (die echter alleen dezelfde slechte omstandigheden kan bieden als vóór de uithuisplaatsing)’. Ook dit is een misverstand: kinderen horen de kans te krijgen om zich te herstellen in een veilige omgeving waarbij zij alsnog goede gehechtheidservaringen kunnen opdoen. Het is nooit te laat voor correctieve gehechtheidservaringen, zelfs niet bij oudere kinderen die extreem vaak en intensief teleurgesteld zijn in hun ouders. Instituten en internaten bieden daarbij minder gelegenheid voor het opbouwen van veilige gehechtheidsrelaties en dat is precies waarom kinderen en jongeren meer gebaat zijn bij gezinsopvoeding als het gaat om gehechtheid en het verbeteren van gehechtheid. Ook een ouder kind verdient een pleeggezin!

Hou van pleegkind als van eigen kind
Lange tijd leerden verzorgsters in kindertehuizen en pleegouders dat zij zich niet te sterk aan een kind mochten binden en ook moesten zij voorkomen dat het kind een te sterke band met hen kreeg. Men dacht dat een te sterke wederzijdse binding een moeilijker afscheid zou betekenen met de nodige traumatische gevolgen. Ook zou teveel inzet van pleegouders kunnen leiden tot claimend gedrag en dit zou terugplaatsing naar de eigen ouders onnodig kunnen bemoeilijken. Wanneer pleegouders zich minder inzetten om een te sterke band te voorkomen, zal het kind dat ervaren als een tekort in de emotionele beschikbaarheid van de pleegouder. Het kind zal zich er niet minder om binden, gehechtheid ontstaat er hoe dan ook, maar hij zal minder goed op de pleegouder durven vertrouwen. En dat kan een risico op een onveilige gehechtheidsrelatie betekenen.

Wetenschappers zijn het er over eens dat het willen voorkomen van een te sterke band een volledig achterhaalde gedachtegang is. Een kind kan niet anders dan zich hechten aan de ouder die hem op dit moment verzorgt en hij kan dat alleen maar voluit doen: hij kan zijn gehechtheid niet uitstellen, verdringen of in een wachtstand zetten met het oog op een latere band met een andere ouder. De beste zorg die een vervangende ouder kan geven is dan ook een volledige inzet, met andere woorden ‘zorg voor je pleegkind alsof het je eigen kind is’.

(1) Juffer, F. (2010). Beslissingen over kinderen in problematische opvoedings­situaties. Inzichten uit gehechtheidsonderzoek. De notitie is te downloaden via: http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/RvdR/Publicaties/Research+Memoranda.htm

====
Kader
====

Stabiele relaties

Een kind na een jarenlang verblijf in een pleeggezin terugplaatsen naar de eigen ouders wordt soms gerechtvaardigd met de uitspraak dat veilig gehechte kinderen scheidingen goed aankunnen. Voor kinderen is het verbreken van een gehechtheids­relatie altijd onbegrijpelijk en ingrijpend omdat het hun gevoel van veiligheid bedreigt. Stabiele gehechtheidsrelaties, ook die in het pleeggezin, dienen gerespecteerd te worden.


Tags: ,