Rituelen

Familierituelen kunnen kinderen een gevoel geven van veiligheid en stabiliteit. Vaak zijn deze vaste gewoonten ontstaan in een ver verleden en overgedragen van generatie op generatie. Zo zaten wij vroeger met de familie rond het orgel als mijn opa erop speelde. Ook vond ik het fijn om bij opa en oma in de laden te snuffelen en me te vergapen aan oude filmsterrenplaatjes of reclamespeldjes. De spierwitte zakdoek van oma staat in mijn geheugen gegrift. Als mijn grootouders wegreden na een bezoek aan ons, draaide oma altijd het autoraampje open en wuifde met haar zakdoek tot ze uit het zicht verdwenen waren.

In een gezin ontstaan ook nieuwe rituelen. Juist voor pleegkinderen is dat belangrijk, omdat zij de oude familierituelen veelal niet kennen. Toen we voor het eerst de verjaardag van onze weekendpleegzoon vierden, versierden we de tuin met lampionnen en slingers en we gingen tafelgrillen. Sindsdien wil hij zijn verjaardag op die manier vieren. Ook het slapengaan is een ritueel. Ons pleegkind neemt altijd een eigen knuffelbeest mee en kiest een stuk of vijf knuffels uit de mand met speelgoed. Met zorg stopt hij zijn ‘vriendjes’ in bed. Als laatste pakt hij het blauwe kussen met de giraffe waarop hij slaapt als hij bij ons is.

Pleegkinderen kunnen zich ook bestaande rituelen eigen maken. Wij gaan bijvoorbeeld iedere zaterdagochtend naar de markt. Onze dochter en pleegzoon verheugen zich dan op een stukje kaas of kibbeling. Ze mogen zelf fruit uitkiezen. Als we thuis komen, snoepen we van de aardbeien, kersen of nectarines. Soms komen oude en nieuwe rituelen bij elkaar. Als we bij mijn ouders op bezoek zijn, luisteren we samen naar mijn vader die op de tuba speelt. De kinderen kijken graag in de ladekasten van opa en oma. In het begin was ons pleegkind verbaasd. “Mag dat zomaar?” Tegenwoordig is hij de eerste die een la opentrekt, op zoek naar leuke en spannende spulletjes. Ik kijk ernaar en denk: hij voelt zich thuis. <

Van de redactie

Vertrouwenpersoon jeugdzorg

Het enthousiasme en de liefde die pleegouders in hun zorg voor kinderen stoppen, is vaak hartverwarmend. Het maakt het op sommige momenten echter ook zwaar. Als er bijvoorbeeld beslissingen worden genomen die voor het gevoel van de pleegouders ingaan tegen het belang van het kind. Als een rechter een uitspraak doet die door Bureau Jeugdzorg wordt genegeerd of als de perspectiefbiedende plaatsing na jaren toch wordt omgezet, omdat een van de ouders een nieuw leven is begonnen en weer voor het kind wil en kan zorgen. De pijn en onmacht die hiermee gepaard gaan, zijn groot.

Deze schrijnende verhalen zijn de nachtmerrie van iedere pleegouder en komen gelukkig niet dagelijks voor. “Het is een gevoel van onmacht dat altijd op de achtergrond speelt,” verwoordt een pleegmoeder. “Helaas hoort het bij pleegzorg. Pleegkinderen zijn nou eenmaal niet je eigen kinderen en als de omstandig­heden veranderen, kun je opeens machteloos staan.” Wetten en regels in de jeugdzorg, waar met ouders, kinderen én pleegouders rekening gehouden moet worden, zijn soms niet eenvoudig toe te passen. Op pagina 24 leest u over de vertrouwenspersoon jeugdzorg, die in veel gevallen advies kan geven over de situatie waar u of uw pleegkind zich in bevindt. <

Een selectie hiervan komt in het volgende nummer


Tags: ,