Tegenover elkaar en naast elkaar

Auteur: Flora van Breukelen  

“Onze kleinzoon Yoeri heeft als peuter bij ons gewoond, op verzoek van zijn moeder, onze dochter. Daarna ging hij weer bij zijn moeder wonen, maar hij bleef bij ons over de vloer komen. Tijdens de hele basisschoolperiode kwam hij elke week minstens één nachtje logeren en vaak was hij er ook in het weekend. Hij is nu veertien jaar en we hebben nog steeds veel contact. Hij komt regelmatig een weekendje langs en gaat mee op vakantie. Yoeri is geen gewoon kleinkind, hij voelt als een kleinkind ‘plus’, een kleinkind én een soort pleegkind.

Eén voorval is me erg bijgebleven uit de tijd dat ik samen met mijn dochter gesprekken had bij Bureau Jeugdzorg over Yoeri die toen bij ons woonde en over een mogelijke terugplaatsing. Tijdens een gesprek had mijn dochter zich behoorlijk dwars opgesteld: ze wist precies wat ze wilde en aan de keuzes die zij in haar leven maakte, mankeerde niets. Ze wilde Yoeri zeker niet terug, hij paste niet in het leven dat ze nu leidde, maar we moesten ook weer niet denken dat wij hem altijd konden houden. Haar gezicht verborg ze achter een pet met een grote klep. We liepen samen terug met de tweejarige Yoeri die tijdens het gesprek had zitten spelen. Buiten gebeurde het: Yoeri wilde naar de fiets rennen die aan de overkant van de straat stond, maar er kwam net op dat moment een auto aan! Alsof het zo afgesproken was, stormden we als één man op Yoeri af en grepen hem vast. We keken elkaar aan en deelden het gevoel van paniek, bezorgdheid en daarna opluchting dat hem niets was overkomen. Nog geen minuut geleden stonden we tegenover elkaar, maar nu het erop aan kwam om Yoeri te beschermen, stonden we pal naast elkaar. Dat besef is me altijd bijgebleven en heeft me doen geloven in een positieve uitkomst voor ons allemaal.

Geweldig én vermoeiend

Als oma en opa dag en nacht voor je kleinkind zorgen, is ingewikkeld, vermoeiend, zwaar, maar tegelijkertijd ook iets waar je helemaal voor gaat. Toen onze dochter duidelijk maakte dat zij het niet aankon om voor Yoeri te zorgen, was mijn eerste gedachte: hij gaat niet naar een vreemd pleeggezin, hij kan gewoon bij ons komen. Onze dochter was een jonge moeder en wij waren aardig jonge grootouders, midden veertig. Wij zagen onszelf dat wel doen, ook naast onze banen. Toen hij echt bij ons woonde, beseften we pas goed wat het inhield. Ons leven was op dat moment ingericht op kinderen die niet meer thuis woonden, we konden gaan en staan waar we wilden.

Van het ene op het andere moment waren we weer de avonden aan huis gebonden, werden we weer voor dag en dauw gewekt door een wakkere kinderstem, struikelden we over de duploblokken en namen we maar weer een abonnement op de dierentuin. Het was geweldig om Yoeri te zien opbloeien en opgroeien, maar het was ook vermoeiend en zwaar, vooral ook omdat we onze banen juist wat uitgebreid hadden toen de kinderen de deur uit waren gegaan.

Niet oppassen maar opvoeden

Ingewikkeld was het ook omdat we ons tot die tijd helemaal hadden aangepast aan de rol van trotse oma en opa en daar hoorde af en toe oppassen en lekker verwennen bij. Nu waren we oma en opa voor dag en nacht geworden en konden we niet klakkeloos doorgaan met eindeloos verwennen, er moest ook opgevoed worden! Structuur in de dag aanbrengen, regels aanleren, verbieden, hoe ging dat ook al weer met peuters? Ik weet wel dat ik het in die tijd soms erg miste om gewoon ongecompliceerd oma te zijn. Toen later de terugplaatsing in zicht kwam, vroeg een collega me een keer of ik het niet moeilijk vond om weer terug te gaan naar ‘af’, maar zo voelde dat niet voor mij. Yoeri had voor altijd bij ons mogen blijven, maar ik was ook blij voor mijn dochter en voor Yoeri dat ze weer samen verder konden gaan. Bovendien was ik blij voor mezelf dat ik weer gewoon oma mocht zijn, met alles erop en eraan.

Vertrouwen opbouwen

De terugplaatsing ging in stapjes, maar uiteindelijk kwam het moment dat Yoeri met zijn spulletjes en kleren weer bij zijn moeder en haar nieuwe partner ging wonen. Dat was wennen. Ik voelde me verantwoordelijk voor mijn kleinkind, maar ik was er opeens niet meer bij om te zien of het wel goed met hem ging. Er waren momenten dat de twijfel toesloeg: zou het mijn dochter wel lukken, zou hij wel wennen? Ik was ervan overtuigd dat het sleutelwoord ‘vertrouwen’ was. Als ik mijn dochter mijn vertrouwen gaf, zou ik naast haar kunnen blijven staan en haar mijn hulp kunnen aanbieden als zij dat nodig had. Dat was spannend, want het was afwachten hoe het zou gaan. Soms kriebelden mijn handen om weer mee op te voeden. Uiteindelijk vielen de rollen weer op hun plek. Ik zag mijn dochter als de moeder van mijn kleinkind en ik zag mijn kleinkind weer als kleinkind. Nou ja, een kleinkind ‘plus’ dan.

Op de reservebank

Het is nu jaren later. Yoeri is een puber van veertien die het zijn moeder wel eens flink moeilijk maakt (en omgekeerd). Hij is kind aan huis bij ons en heeft er zijn eigen kamer gehouden. Yoeri’s kamer, zo zeggen ook de andere kleinkinderen. Sinds hij weer bij haar woont, heeft onze dochter ons altijd laten delen in Yoeri’s leven en dat voelt goed. We zitten op de reserve­bank: hij kan altijd komen. Ik geloof dat dat ons allemaal een veilig gevoel geeft.”
======
KADER
======

Pleeggrootouders

Opa en oma delen munten uit aan hun kleinkinderen. Van die speciaal geslagen munten bij bijvoorbeeld een koninklijk jubileum. Als vanzelfsprekend doen zij dat ook aan hun pleegkleinkinderen. Die kunnen zo een leuke verzameling opbouwen. De kleinkinderen voelen de bedoeling, maar de pleegkleinkinderen zijn alleen geïnteresseerd in de marktwaarde en regelen meteen dat de munt wordt ingewisseld voor ‘gewoon’ geld. Het siert opa en oma dat zij dit volledig accepteren.

Myrna


Tags: , ,