Opvoeden door grootouders: natuurlijk?!

Hoe gewoon is het om voor je kleinkind te zorgen? Is het een moderne ontwikkeling of zit het in onze natuur? Hoe beleven grootouders ‘opvoeding in de herhaling’? Hoe goed voeden ze op? In de wetenschappelijke literatuur is vooral veel over grootmoeders geschreven.

Barack Obama werd vanaf zijn tiende levensjaar opgevoed door zijn grootouders van moeders kant. Op een foto op internet zie je hem als jonge man knus tussen zijn grootouders in staan, alledrie met een ‘big smile’. Er staat bij geschreven dat hij een heel goede band had met zijn oma en opa. Dat is een bijna overbodige vermelding, want dat zie je aan hun lichaamstaal. Een bemoedigend voorbeeld van grootouderpleegzorg: je kunt er zelfs president van Amerika mee worden!

Een ingesleten vooroordeel

Zo positief als het Obama-voorbeeld zou doen vermoeden, was men vroeger helemaal niet over pleeggrootouders. Dat gold voor zowel de praktijk als de wetenschap. Zo was de Nederlandse Gezinsraad uiterst kritisch over pleeggrootouders vanwege de risico’s die verbonden zouden zijn aan hun hoge leeftijd. Terecht bracht Mirte Loeffen in een artikel in Mobiel in 2004 naar voren dat er ook jonge en dynamische grootouders zijn, terwijl ook minder mobiele grootouders hun kleinkind wel degelijk een warm nest kunnen bieden.

In de wetenschap gingen biologen en antropologen er lang van uit dat het de functie van de vrouw was om kinderen te baren en groot te brengen. Vrouwen die te oud waren om kinderen te krijgen, waren niet meer van belang en theoretisch niet interessant, zo lezen we bij Sarah Hrdy. Totdat er feiten aan het licht kwamen die aantoonden dat grootmoeders (vooral die van moeders kant) er door hun inspanningen voor zorgden dat hun kleinkinderen een betere overlevingskans hadden dan kinderen zonder deze zorgzame oma’s. De ‘grootmoederhypothese’ was geboren. Tegenwoordig wordt erkend dat de mens al eeuwenlang hulpouders bij de opvoeding inschakelt, terwijl grootmoeders daarbij van oudsher een voor de hand liggende en vertrouwde keuze zijn. Hulp bij de opvoeding door grootouders: er is dus niets nieuws onder de zon! Soms zijn die oma’s en opa’s wel heel bijzondere hulpouders, namelijk als ze pleeggroot­ouder worden en de zorg voor hun kleinkind helemaal op zich nemen. Uit recent wetenschappelijk onderzoek krijgen we een eerste beeld van deze groep grootouders.

Voor de tweede keer opvoeden

Hoe voelt het om de opvoeding nog eens dunnetjes over te doen? In een kleinschalig maar interessant Amerikaans onderzoek werden veertig pleeggrootmoeders geïnterviewd over hun persoonlijke beleving van het pleegouderschap. Enkele pleegoma’s die geen verschil zagen tussen het grootbrengen van hun kinderen en kleinkinderen, benadrukten de even sterke emotionele band die zij hadden gekregen met hun kleinkind als met hun kind. Vaak hadden deze oma’s hun kleinkind al vanaf de babytijd verzorgd. Andere pleeggrootmoeders vonden dat zij meer levens­wijsheid en ervaring hadden dan bij de opvoeding van hun eigen kinderen en daardoor zorgden zij met meer zelfvertrouwen en voldoening voor hun kleinkind. Ook gaven enkele pleegoma’s aan dat zij, door ervaring wijs geworden, relaxter omgingen met de taken in het gezin en met het (moeilijke) gedrag van het kleinkind. Sommigen vonden het positief dat zij nu meer tijd en aandacht konden geven aan hun kleinkind dan tijdens hun drukbezette leven toen de kinderen nog thuis woonden.

Niet alles gaat echter altijd op rolletjes. Verschillende grootmoeders vertelden dat het opvoeden hen ook voor problemen plaatste die ze vroeger niet hadden ervaren. Gezondheidsproblemen en beperkte energie om dingen te ondernemen, maakten het soms moeilijk om het opgroeiende kleinkind bij te benen. Dit probeerden ze te compenseren door praktische steun te vragen aan vrienden en buren. Ook hadden de pleegoma’s soms moeite met de dubbele rol van zowel opvoeder als grootouder. Tot slot vonden enkele geïnterviewden het een moeilijke tijd om op te voeden met alle moderne verlokkingen van internet, drugs en geweld.

Volleerde opvoeders?

Pleeggrootouders hebben al opvoedingservaring opgedaan met hun eigen kinderen. Zijn ze daarmee volleerde opvoeders? Amerikaanse wetenschappers onderzochten de kwaliteit van de opvoeding bij grootmoeders die voor hun kleinkind(eren) zorgden. In een representatieve steekproef werden 499 pleeggrootmoeders vergeleken met 375 pleegmoeders die geen familie waren van het pleegkind. Zoals verwacht waren de pleegoma’s gemiddeld ouder; ook hadden ze het minder breed en waren ze lager opgeleid dan de pleegmoeders.

Verrassend was echter dat de pleegoma’s een even goede pedagogische leefomgeving aan het kind boden, terwijl ze het qua ouderschapsvaardigheden zelfs significant beter deden dan de pleegmoeders. Volgens de onderzoekers doen pleeggrootmoeders erg hun best om hun kleinkind met alle liefde op te vangen en zij slagen er ook nog eens in om binnen hun economische mogelijkheden het kind voldoende ontwikkelingskansen te geven.

Liefdevol thuis

Ze zullen niet allemaal president van Amerika worden, maar kinderen die door hun grootouders worden opgevoed, krijgen in het algemeen een liefdevol thuis en goede ontwikkelingsmogelijkheden. Laten we het vooroordeel tegen het inschakelen van grootouders als pleegouders nu maar voor eens en voor altijd uit de weg ruimen. Pleeggrootouders kunnen wel praktische hulp gebruiken, zeker als zij wat ouder worden en ondersteuning als zij aanlopen tegen de dubbelrol van ouder én grootouder. <

Literatuur

1.  Loeffen, M. (2004). ‘Grootouders die hun kleinkinderen opvoeden, een (on)zichtbare groep?!?’ Mobiel, nr 4 2004.

2.  Hrdy, S. Blaffer (2009). ‘Een kind heeft vele moeders. Hoe de evolutie ons sociaal heeft gemaakt’. Nieuw Amsterdam Uitgevers.

3.  Dolbin-MacNab, M. L. (2006). ‘Just like raising your own? Grandmothers’ perceptions of parenting a second time around’. Family Relations, 55, 564-575.

4.  Dolan, M. M., Casanueva, C., Smith, K. R., & Bradley, R. H. (2009). ‘Parenting and the home environment provided by grandmothers of children in the child welfare system’. Children and Youth Services Review, 31, 784-796.

======
KADER
======

Hoe noem je hen?

Mijn pleegouders waren mijn oom en tante. Zo heb ik hen ook altijd genoemd. Mijn man en ik zijn de oom en tante van onze pleegkinderen en zij noemen ons bij onze voornaam. Onze ouders noemen zij geen opa en oma. Deze titels verwijzen naar een bloedband die er niet is. Vooral in netwerkplaatsingen kan het voor de ouders heel confronterend en kwetsend zijn als andere familieleden de titel krijgen die zij niet door de bloedband, maar door de gevoelsrelatie hebben gekregen.

Wilma


Tags: , ,