Europees Congres Leuven 2010: Zorgen voor Pleegzorg

Op 16 en 17 september 2010 verzamelden zich zeshonderd personen in Leuven voor het Europees Congres Zorgen voor Pleegzorg. Zeshonderd personen uit België, Nederland, Engeland, Oekraïne, Zweden, Frankrijk, Duitsland en Ierland, die op de een of andere manier verbonden zijn met pleegzorg. Het congres werd gehouden in de aula Pieter de Somer en het Maria Theresiacollege. Er werden zeven plenaire lezingen gehouden en 43 workshops. Op deze plaats geven we wat korte flitsen van onderwerpen die op het congres te zien en te horen zijn geweest en praten we met enkele bezoekers na.

Een veel gehoord woord tijdens de lezingen en workshops was het woord samenwerking. Er zijn zoveel personen betrokken bij de plaatsing van een kind dat samenwerking noodzakelijk is. Samenwerking is echter ook broodnodig op beleids- en onderzoeksniveau. Het kan niet beter gezegd worden dan met dit citaat dat prof. dr. Karel de Witte, onder meer bestuurder bij Pleegzorg Vlaanderen vzw, gebruikte in zijn lezing: “Samenwerking is een proces waardoor partijen die verschillende kanten van een probleem zien op een constructieve manier hun verschillen exploreren en samen zoeken naar oplossingen die verder reiken dan hun eigen beperkte visie van wat mogelijk is.” Het woord samenwerking viel ook regelmatig in de workshop ‘Perspectiefbepaling van pleegkinderen’ die gegeven werd door Myriam Penxten, teamcoördinator. De langdurige onzekerheid over de plek waar een kind mag opgroeien, is schadelijk voor het kind. Alleen door samenwerking van de betrokken partijen kan er voor het kind duidelijkheid komen. De aanwezige kinderrechter in de zaal riep op tot het maken van een plan: “Men mag zich niet verschuilen achter het feit dat het ieder jaar opnieuw bekeken moet worden. We moeten af van ‘de jeugdrechter beslist’. Er moet een plan zijn dat duidelijkheid schept, want het gaat om de continuïteit voor het leven van het pleegkind.”

Pleegzorgers
In de workshop ‘Pleegzorgpalet’ werd door An Sprangers, wetenschappelijk onderzoeker, uitgelegd hoe via een praktijk­gericht onderzoek de directies van de diensten voor pleegzorg in Limburg (België) een voorstel hebben ontwikkeld voor een toekomstgericht, intersectoraal en vraaggericht aanbod voor pleegzorg. Mooi is dat daar termen in voorkomen die ons als Nederlanders heel bekend in de oren klinken: ondersteunende pleegzorg, perspectiefzoekende pleegzorg, perspectiefbiedende pleegzorg, behandelpleegzorg en intensieve pleegzorg. Men vertelde dat ouders de term pleegouders een conflictueuze term vinden en stelde daarom voor om voortaan te spreken van pleegzorgers.

Groei netwerkpleegzorg
De tweede dag begon met een plenaire lezing van dr. Bob Broad, professor Children’s & Families research London South Bank University over de groei en aantrekkingskracht van netwerkpleegzorg in Europa. Hij schetste ondermeer dat nog in 2006 in Engeland netwerkpleegzorg sterk ontmoedigd werd door de pleegzorgvergoeding voor familie en vrienden (£ 15,-) veel lager te belonen dan bestandspleegzorg (£ 79,-). Hier werd beroep tegen aangetekend en er is nu in Engeland strikte wetgeving op dit punt. Bij uithuisplaatsing ligt de eerste prioriteit bij familie, daarna bij aanverwanten en dan pas bij anderen.

Conclusies van deze lezing waren: er is een groot aantal kinderen in netwerkpleegzorg, het is niet voor elk kind de geschikte oplossing, er is behoefte aan meer ondersteuning, de overheden erkennen de waarde ervan, maar investeren nog niet voldoende, netwerkpleegzorg impliceert nieuwe methodes en er moet meer onderzoek worden gedaan. Bovendien zou respect van de professionals op zijn plaats zijn. Netwerkpleegzorg moet regionaal, nationaal en internationaal grote stappen voorwaarts zetten.

Gehechtheid en veerkracht
Peter Emmery, kinderpsychiater te Genk, bekeek pleegzorg vanuit de kinderpsychiatrie. Met korte filmpjes liet hij zien hoe ongelooflijk belangrijk het is dat de opvoeder ingaat op de signalen die een kind geeft. Op een van de filmpjes kon men een baby in een wipstoeltje zien die plezier maakt met zijn moeder. Het kind lacht en kraait, beweegt handjes en voetjes en moeder reageert erop door te praten en te lachen met het kind. Op verzoek van de onderzoeker wendt zij op een gegeven moment haar hoofd af en als ze zich weer naar het kind keert, kijkt ze strak voor zich uit en reageert niet meer op het kind. Het kind probeert het spelletje van daarvoor voort te zetten, maar krijgt geen reactie meer. Het kind raakt in paniek en begint te huilen. Binnen twee minuten heeft het kind al geen zelfregulatie meer! Als deze twee minuten dit al tot gevolg hebben, wat gebeurt er dan met een kind waarop jarenlang niet gereageerd wordt? Gehechtheid als basisbegrip: gehechtheid geeft het kind veerkracht.

De meerwaarde van het werken met ouders
Een andere workshop pleitte voor een goede verhouding met de ouders. Ouders dienen reeds voor de plaatsing start het gevoel te krijgen dat ze betrokken partij zijn en blijven. Ze dienen geïnformeerd te worden over pleegzorg, gerustgesteld te worden en vooral oprecht aanvaard en beluisterd te worden met hun achtergrond, problematiek en verdriet. De ouder voelt feilloos aan met welke houding hij of zij benaderd wordt. De drie ouders die aanwezig waren, onderstreepten dit van harte.

De ondersteuning van ouders gebeurt in West-Vlaanderen rond vier thema’s:

1. Hoe kan ik de relatie met mijn kind in stand houden of verbeteren?

2. Hoe kan ik mijn kind een goede toekomst bieden?

3. Hoe bereid ik de terugkeer van mijn kind voor?

4. Hoe ga ik aan de slag na de terugkeer van mijn kind?

Het werken aan deze vier punten betekent dat we de ouders zien als partners die zelf kunnen meewerken om een antwoord te zoeken op bovengestelde vragen. Het betekent dat men niet alleen met pleegouders, maar ook heel actief met ouders samenwerkt aan het welbevinden van het kind.

Het congres werd besloten met een plenaire afsluiting. Het was een geslaagd congres: interessante lezingen en workshops, prima organisatie, zeer geschikte locatie met uit­stekende verzorging. Er was zelfs koninklijke belangstelling: prinses Mathilde woonde op de tweede conferentiedag twee workshops bij!

Napraten
Met enkele anderen terugkijkend op het congres merkte Bertus Wiggerts, algemeen stafmedewerker bij De Rading, op dat je de uitermate ingewikkelde en versnipperde structuur van het Belgische bestuur terugziet in de Belgische pleegzorg. “In Nederland wordt de organisatie van pleegzorg vooral provinciaal aangestuurd en gefinancieerd, maar in België spreekt men al van een succes als er in één provincie centraal geworven en geselecteerd wordt. Men werkt hard en het enthousiasme is groot, maar ten opzichte van de Nederlandse situatie is er nog een behoorlijke inhaalslag te maken. Het zou de situatie ten goede komen als er een krachtig Pleegzorg België zou komen, vergelijkbaar met Pleegzorg Nederland. Een dergelijk bureau blijkt echter door de taalbarrière niet haalbaar te zijn. Er is een Pleeg­zorg Vlaanderen, maar dit bureau lijkt een minder krachtige positie te hebben dan Pleegzorg Nederland. Waar Pleegzorg Nederland commitment heeft van alle 28 pleegzorginstellingen is dat in Vlaanderen niet of minder het geval.”

Echt praten met kinderen
Janette Reukers, landelijk voorlichter van Pleegzorg Nederland, zegt: “De Belgische pleegzorg is heel anders georganiseerd dan de Nederlandse. Er valt zoveel meer onder één paraplu dan in Nederland, terwijl pleegzorg voor volwassenen met een beperking toch echt heel iets anders is dan pleegzorg voor een kind. Pleegzorg Vlaanderen heeft een leuke wervingscampagne gevoerd, maar er zijn geen goede samenwerkingsafspraken gemaakt over het vervolg. Iedere pleegzorginstelling heeft zijn eigen organisatie en doet iets anders. Zo’n congres als dit is echter goed om internationaal uit te wisselen en van elkaar te leren. Bijvoorbeeld de plenaire lezing over ‘Ik wou weleens weten waarom ik hierheen moest’ over het echte praten met en luisteren naar pleegkinderen. In combinatie met de Rechten van het kind zet mij dit aan het nadenken over hoe wij daarmee omgaan. Wij geven daar nog weinig inhoud aan. We informeren oppervlakkig naar hoe het met de kinderen gaat, maar we zouden er veel meer tijd en aandacht aan moeten besteden en hun veel nadrukkelijker moeten vragen of dat wat zij vertellen in hun dossier opgenomen mag worden en of hun ouders het mogen weten.”

Wiggerts vervolgt: “Het congres zal voor de Nederlandse bezoeker niet in alle opzichten aan de verwachtingen hebben voldaan. Inhoudelijk, bijvoorbeeld werken met ouders, de hulpverleningsvariant, leverde het congres geen nieuwe informatie op. Het was het eerste Vlaamse congres in 25 jaar. Het is de vraag of er nu met enige regelmaat een dergelijk congres zal komen. Het is aan te bevelen, want het is van grote waarde. Het gevoel van het congres blijft aanwezig: het enthousiasme en de wens van saamhorigheid. Dat ‘samen’ kan meer worden dan nu het geval is.”

In Nederland organiseert Pleegzorg Nederland het ene jaar een landelijk pleegzorgsymposium en het andere jaar een evenement voor pleeggezinnen in een attractiepark. Janette Reukers: “Ik denk dat we ook maar eens een prinses moeten uitnodigen bij onze evenementen! Ik vind dat er op het congres een heel duidelijke sfeer van betrokkenheid was. Zoveel professionals en pleegouders bij elkaar: alle niveaus verzameld op het podium van pleegzorg, daar voelde ik me trots bij.”


Tags: ,