Wel of niet aan de medicijnen?

Twee jongeren en twee pleegmoeders vertellen over hun ervaringen en hun afwegingen voor het wel of niet gebruiken van medicatie. Opvallend bij de hier beschreven ervaringen is dat uitleg en overleg met de psychiater de afkeer van medicijngebruik flink doet afnemen en dat er soms ook een alternatief mogelijk is.

Tiën

“Van kleins af aan was al bekend dat ik anders ben. De beslissing over het gebruik van medicijnen lag niet bij mij, maar bij mijn ouders. Achteraf was het de juiste keuze.

Ik slik als een van de weinige mensen met ADHD (die diagnose is pas veel later gesteld) geen medicijnen. Ik was een huilbaby en mijn ouders werden knettergek. De huisarts dacht dat een in baby’s gespecialiseerde fysiotherapeut uitkomst zou kunnen bieden. De fysio­therapeut zag dat ik een veel te hoge spierspanning had. Hij begon met babymassage en speciale oefeningen. Na een aantal weken kreeg hij in de gaten dat mijn zenuwstelsel uit balans was. De zenuw die zorgt voor aanpassingen van het lichaam aan inspanning en stress (sympaticus) staat tegenover de zenuw die zorgt voor het herstel (parasympaticus). Dit systeem is bij een ‘normaal’ mens in balans. Door storingen van buitenaf raakte dit bij mij uit balans.

Achteraf gezien was die balans kort na mijn geboorte al ver te zoeken. Hoe minder balans, hoe drukker ik werd, ook in mijn hoofd. Ik merkte dit op latere leeftijd zelf doordat ik dagelijkse zaken vergat, geen overzicht meer had over mijn werkzaamheden of dat ik moeite had met plannen. De fysiotherapeut helpt mij door het zenuwstelsel weer in balans te brengen. Op jongere leeftijd ging ik daar zeer regelmatig naartoe. Nu is het teruggebracht tot een keer of vier per jaar.

In de loop der jaren heb ik geleerd wat ik het beste wel en niet kan doen om mijn zenuwstelsel in balans te houden. Ik kan iedereen een soortgelijke behandelingswijze aanbevelen. Ik ben namelijk niet afhankelijk van een pilletje of van een drankje, maar leer juist zelf met mijn beperkingen om te gaan.”

Pleegmoeder Wilma en pleegdochter Katja hebben goed overleg met de psychiater

“Katja kwam als zesjarige bij ons wonen. Diagnose: reactief druk. Gezien haar levensgeschiedenis konden we er ons van alles bij voorstellen. Ze kreeg EMDR-therapie(1), gevolgd door een jaar speltherapie. Hierdoor kon ze ‘s nachts weer slapen en het hoofdtrauma in haar leven kreeg een plekje. Op haar negende volgde toch ook de diagnose ADHD. Zowel Katja als ik stonden afhoudend tegenover medicatie. Thuis ging het goed, maar de leerkrachten klaagde.

Uiteindelijk besloot Katja dat we het wel konden proberen, als dat zou helpen op school. Er was ons uitgelegd dat je hersenen paadjes moeten aanleggen om informatie te verwerken en dat medicijnen dat makkelijker kunnen maken. Katje kreeg ritalin in een heel lage dosering en veelvuldig moest ik verslag uitbrengen over gedrag wat ik wel, niet of misschien zag. Geleidelijk werd de dosering opgevoerd. De aarze­lingen bleven en de rebound, het effect als de medicatie uitgewerkt was, was niet aangenaam. Katje was om 16.00 uur dubbel zo druk als voor het medicijn­gebruik. Over de hele linie was echter een vooruitgang te zien. Het werkte dus wel. In overleg werd de medicatie aangepast en werkte nu langer (concerta).

Na ruim twee jaar mocht ze de medicatie afbouwen om te zien of haar hersenen het inmiddels zelf konden. Nu moest 95% van de hersenpaadjes zijn aangelegd. Katja was gelukkig. Door het stoppen kwam de diepte van de emotie weer terug. Dat was voor onze ‘dramaqueen’ heel belangrijk, want toneelspelen en zingen zijn haar lust en haar leven. Na de zomervakantie wilde Katja niet opnieuw aan de medicijnen. Wat zou een reden kunnen zijn om toch weer over medicatie na te denken? Schoolproblemen!

Na zes weken bleek huiswerk niet in haar agenda te komen, repetities werden ‘zomaar’ gegeven en er vielen veel onvoldoendes. In overleg met de psychiater zochten we naar medicijnen die de schooltijd sterk en het huiswerk wat minder zouden ondersteunen en die alleen ’s morgens ingenomen hoefden te worden. Het werden concerta en medikinet. We hebben nu ook besloten melatonine te gebruiken omdat ze ’s avonds niet snel genoeg tot rust kwam.

Dit jaar gaat Katja over zonder onvoldoendes en ze heeft geleerd welk gedrag ze beter niet kan laten zien bij de verschillende docenten. Samen met de psychiater besluiten we steeds welke voor- en nadelen het zwaarst wegen en wanneer ze weer een periode kan stoppen met medicijnen.”

Ramona

“Elke ochtend aan het ontbijt ligt er zo’n rond geval voor me klaar. Ik walg ervan. Waarom ben ik de klos? Is er soms iets mis met mij? Ben ik soms niet goed wijs? ’s Avonds is het weer raak. Van de ene kan ik niet slapen, van de andere moet ik juist slapen. Waarom slikken mijn vader en moeder geen pillen? Zij konden toch niet voor mij zorgen. Ik kan daar niets aan doen, maar ik moet pillen slikken. Mijn klasgenoten weten het niet, ze vinden me nu al wel eens raar. Als ik zelf mag beslissen, stop ik meteen met al die rotzooi.”

Pleegmoeder Sophie heeft ervaring met een pleegzoon met en zonder medicijnen

“Ons 9-jarige weekend- en vakantiepleegkind Martijn heeft een vorm van autisme en ADHD. Toen wij hem als 5-jarig jongetje leerden kennen, slikte hij dixarit. De blauwe pilletjes hielpen hem om rustiger en minder snel boos te worden. Dixarit is een bloeddruk­verlagend middel en de werkzame stof is clonidine. Jarenlang slikte Martijn drie keer per dag een pilletje. In die tijd was hij overdag vaak suffig en ’s morgens werd hij heel vroeg wakker. Om half vijf drentelde hij al door het huis en kon dan echt niet meer slapen.

Vorig jaar hebben zijn ouders de medicijnen langzaam afgebouwd, in overleg met de kinderpsychiater. De psychiater wilde weten hoe Martijn functioneert zonder medicijnen. Het gaat boven verwachting goed. Martijn is overdag fitter en heeft een heldere blik in zijn ogen. ’s Nachts slaapt hij goed en ’s morgens wordt hij rond half acht uitgerust wakker. Hij is wel wat actiever en dat is soms lastig op school. Gelukkig is zijn gedrag meestal hanteerbaar. Martijn vertelt nu vaker over zijn gevoelens en dagelijkse belevenissen. Het lijkt of hij meer zichzelf is en beter in zijn vel zit. Soms denk ik dat we de echte Martijn nu pas leren kennen. De afgelopen jaren heeft Martijn ook therapie gehad. Dankzij intensieve begeleiding van zijn ouders, hulpverleners en leerkrachten leert hij om beter met zijn aandoening om te gaan. Ook wij als pleegouders dragen een steentje bij. Het zou fijn zijn als Martijn in de toekomst geen medicijnen meer nodig heeft.” <

(1)  EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing en is een behandelmethode om trauma’s te verwerken.


Tags: , ,