Pleegouders in Tsjechië

Mobiel sprak tijdens de IFCO twee Tsjechische pleegmoeders. Twee verhalen, één portret. Romana Pvlicova zorgt met haar man voor een zoon en zes pleegkinderen. Jana Lexová en haar man hebben ook een zoon en twee pleegdochters. In Tsjechië wordt het opvangen van kinderen in kinderhuizen omgebouwd naar opvang in pleeggezinnen. Een van de grote problemen is dat de meeste kinderen in instellingen Romakinderen zijn. Zij worden veelal uit pure armoede afgestaan en door vooroordelen is het moeilijk pleeggezinnen voor hen te vinden.

Wat is de samenstelling van uw gezin?

Romana: “Onze zoon Vit (10) is de oudste. Daarna komt Mariana (9) en Mathias (9). Thomas (8) en Camila (6) zijn broer en zus en kwamen samen uit een instelling. Josefina (2) is er sinds anderhalf jaar en Adam (1,5) sinds een maand. Josefina en Adam zijn ook broer en zus van Thomas en Camilla. De jongste twee zijn jong en gezond en die kinderen gaan gewoonlijk naar een adoptiegezin. We moesten een half jaar wachten voor ze door de rechter werden toegewezen. Alle kinderen zijn gezond, maar Mathias heeft FAS (Foetaal alcohol syndroom).”

Jana: “Ons gezin bestaat uit vijf leden. Mijn man en ik
hebben een zoon, Lúka?. Onze pleegdochters Lucia (5) en Monika (2) zijn zusjes en komen uit een babyhuis. De oudste was elf maanden toen ze kwam en de jongste was vier maanden.”

Hoe kwam u ertoe pleegouder te worden?

Romana: “We hebben dat niet echt besloten, het gebeurde. Vit ging naar de crèche in het babyhuis en daar was een jongetje dat zijn vriendje werd, Mathias. We besloten hem mee naar huis te nemen. De anderen kwamen er gewoon achteraan.”

Jana: “Wij probeerden kinderen te krijgen en toen dat moeilijk bleek, dachten we na over adoptie. Uiteindelijk kregen we toch een zoon. Het idee bleef echter en zo kwamen de twee meiden.”

Hoe reageerde uw omgeving en familie op het pleegouderschap?

Romana: “In het begin dachten ze dat we hartstikke gek waren. Nu niet meer, ze denken hooguit dat ik mijn leven moeilijk maak. Er wordt door niemand onderscheid gemaakt tussen de kinderen. Josefine is de populairste: zij lacht zo lief!”

Jana: “In onze omgeving denkt iedereen dat het onze eigen kinderen zijn. Onze familieleden hebben het volledig geaccepteerd, omdat ze wisten waar we mee bezig waren.”

Hoe ziet uw begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?

Romana: “Wat we nodig hebben, regelen we zelf. Pas de laatste twee jaar gebeurt er in de steden iets aan begeleiding. Bij ons in het dorp niet. Twee keer per jaar komt er een maatschappelijk werkster, dan wordt het huis met het hele gezin schoongemaakt.”

Jana: “Wij hebben een heel goede maatschappelijk werkster. Door de contacten met haar is het hele
proces van een aanvraag indienen tot het komen van de kinderen goed en vlot verlopen. De jongste was er na een week al. Dat is ongewoon. Bij broers en zusjes duurt dat meestal een half jaar.”

Waar heeft u steun bij nodig, waar bent u onzeker over?

Romana: “Op dit moment gaat alles goed. Over vijf jaar hebben we misschien hulp nodig als ze puber zijn, omdat we geen contact hebben met hun ouders. Uiteindelijk hebben ze beide ouders nodig om zich mee te identificeren. Bij de problemen die FAS veroorzaken, hebben we geen hulp. Mathias gaat naar een speciale school. FAS wordt als een gewoon veel voorkomend probleem gezien.”

Jana: “Ik heb alleen behoefte aan veel geld. Als pleegouder krijg je ? 200 per maand en voor de kinderen krijg je maandelijks iets meer. Op dit moment dekt dat wel de kosten, maar hoe ouder ze worden, hoe meer ze kosten.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?

Romana: “Dat contact is er nog niet, maar het komt vast.”

Jana: “De moeder van de meisjes komt drie tot vier keer per jaar langs. Ze heeft psychiatrische problemen en komt onder begeleiding. Er wordt in een park bij het babyhuis afgesproken. Ze geeft de meisjes foto’s en vertelt hoe het gaat. Ik het begin werd haar ook over de kinderen verteld, maar nu niet meer.”

Welke praktische problemen komt u tegen?

Romana: “Er zijn veel activiteiten die de kinderen hebben en ik functioneer als taxichauffeur. Aan het eind van de dag heb ik vijf minuten over voor mijn man en dan val ik in slaap.”

Zijn er momenten waarop u denkt, hier had ik nooit aan moeten beginnen?

Romana: “Nog niet, maar het zal vast een keer voorkomen.”

Jana: “Tot nu toe niet, maar we zijn er wel op voor­bereid.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor!

Romana: “Als ik ’s middags thuiskom, door de legostenen moet waden en op mijn oudste zoon wacht die van tennis thuiskomt, denk ik: Wie weet staat hij over tien jaar op Wimbledon of gaat hij in Oxford studeren.”

Jana: “Zaterdagochtend als we met z’n allen in het grote bed een sprookje kijken. Iedereen voelt zich dan goed en vertrouwd.”


Tags: ,