Pijn: waarom reuzen kinderen eten en oude mensen krom lopen

Ik had het koud en huilde. Mijn (pleeg)moeder tilde mij op, hield mij vast en de kou was zo koud niet meer. Ik had honger en huilde. Mijn moeder tilde mij op, gaf mij eten en de honger was zo hongerig niet meer. Ik viel van mijn fiets en huilde. Ik werd boos op de fiets, er werd een pleister op mijn kin geplakt en de schrik was zo’n schrik niet meer.

Opeens huilt je moeder. Je weet niet wat je moet doen. Je kijkt waar je boos op kan worden, maar nergens staat een fiets. Je komt aanzetten met pleisters, maar haar kin ziet er normaal uit. Dan gebeurt het: je voelt opeens ook pijn, maar is het wel pijn? Het voelt anders. Het zit niet op je knie, of op je kin. Je kunt niet blazen tegen de jeuk, koelen tegen het branden. Het zit in je lijf, precies op je hart. Hoe kom je daarbij? Moet je de pleister nu inslikken of wacht even, als het je moeders hart is dat pijn doet, moet zij misschien de pleister inslikken? Of moet ze jou inslikken, zodat jij haar, net zoals zij dat deed, vast kan houden daar waar het pijn doet? Nu begrijp ik waarom er reuzen zijn die kinderen eten: het is niet omdat ze honger hebben, maar omdat ze graag worden vastgehouden, van binnen.

Mijn oma ligt in het ziekenhuis en daarom heeft mijn moeder verdriet. Ik heb verdriet om het verdriet van mijn moeder. Pleisters plakken niet op verdriet, maar verdriet blijft wel plakken aan je hart, als magneetjes op koelkastdeuren. Ze blijven daar zitten en stapelen zich op, ieder met een eigen gewicht. Nu begrijp ik ook waarom oude mensen kleiner worden en krommer gaan lopen.


Tags: ,