Martine Delfos verbindt wetenschap met ‘het hart’

Auteur: Jolanda Stellingwerff  

Gezinshuis.com start en ondersteunt gezinshuizen. Op 16 juni jl. organiseerden zij in De Glind een lezing door Martine Delfos: ‘Ik ben aan ze gehecht’. Geen taaie wetenschappelijke kost, maar een toegankelijk en herkenbaar verhaal over de praktijk van alledag. De rode draad: het komt wel goed.

Martine Delfos wil als biopsycholoog en werkzaam als onder meer wetenschappelijk onderzoeker en therapeut, verbinding maken tussen de ervaring van ‘het hart’ en de wetenschap. Onderzoek bevestigt volgens haar altijd wat men al weet of doet. Adviezen van hulpverleners moeten volgens haar dan ook stroken met wat de hulpvrager in het hart voelt. In veel gevallen zit deze er namelijk niet ver naast. Kinderen hebben het nodig om ergens bij te horen en willen dat ook graag. In pleegzorg is een relatie echter niet altijd vanzelfsprekend. Zo worden genen bijvoorbeeld niet gedeeld. Het ontwikkelen van sociale vaardigheden en het begrip hiervan met wederzijdse afhankelijkheid van mensen die samenleven, leer je alleen in een gezin. Door pleegzorg krijgen kinderen een nieuw voorbeeld van een gezin, wat nodig is om later zelf een gezin te starten.

Grenzen
Pleegkinderen zoeken na een tijdje, meestal na een maand of negen, de grenzen op. Ze liegen, bedriegen en ontkennen alles. Waarom ze dat doen, weten ze meestal zelf niet. Het gedrag is voor henzelf net zo verwarrend als voor pleegouders. Delfos: “Ze zoeken niet jouw grens op, maar de grens die ze kennen. Voor sommige kinderen is slaan een grens, dat is boosheid die bekend is. Nu slaan pleegouders doorgaans niet, dus gaat dat zoeken naar de grens heel ver. Het is belangrijk om kinderen uit te leggen dat er ook andere boosheid is en waar voor jou de grens ligt.” Voor kinderen is heel duidelijk dat slecht gedrag uiteindelijk leidt tot weggaan. Niet leuk, maar een betere optie dan weg moeten terwijl je wel je best deed, zoals meestal het geval is als een kind voor het eerst uithuisgeplaatst wordt.

Ontwikkeling
Onmogelijk gedrag kan pleegouders tot wanhoop drijven. Delfos: “Met name bij kinderen vanaf veertien jaar, kan het zwaar zijn. Dat moet je uitzitten. Waren kinderen voor die tijd leuk? Dan worden ze vanzelf weer leuk.” In een van de boeken van Martine Delfos, ‘Praten met kinderen’, zijn hier verschillende voorbeelden van te lezen. Zo’n drie jaar voor de puberteit neemt de witte stof in de hersenen toe, deze stof maakt bruggetjes tussen verschillende hersendelen. Een kleuter die net een ouder heeft verloren, kan tegelijkertijd veel plezier hebben. Dat komt omdat die verbindingsbruggetjes nog niet gemaakt zijn. Kinderen van tien tot veertien kunnen heel aandoenlijk zijn in het onderzoeken van de wereld. Wat is sociaal wenselijk? Wat vindt de wereld? Rond hun veertiende testen kinderen dat uit. De hersenen ontwikkelen door tot alle verbindingen gelegd zijn.

Contact maken
Al uit de dertiende eeuw zijn er voorbeelden bekend van kinderen die stierven door gebrek aan aandacht. Onderzoek in Roemenië laat zien dat 60% van een grote groep Roemeense tehuiskinderen die naar een pleeggezin gingen als autistisch werd bestempeld. Na een jaar in pleegzorg bleek dat vrijwel geen kind die kenmerken nog vertoonde. Dat heeft alles met contact en hechting te maken. Hechting is volgens Martine Delfos vooral het vormen van een schema over wat mensen doen als je in nood bent. Beschikbaarheid bij een probleem is belangrijker dan nabijheid. Ben je er als een pleegkind een probleem heeft?
In pleegzorg hebben kinderen vaak al zo’n schema gemaakt en dat is maar al te vaak een negatief schema. Dat schema is blijvend. Kinderen kunnen echter een tweede schema aanmaken, beide schema’s functioneren naast elkaar. Het is bekend dat slechts één opbouwende relatie voor een kind met een hechtingsstoornis het verschil kan maken. Bij een hechtingsstoornis wordt vaak het advies gegeven om afstand te houden en geen liefde te geven.

Delfos: “Daar gaat het niet om. Het kind is bang en moet leren dat het in deze situatie wel veilig is. Dat bereik je niet met afstand. Respecteer alleen dat het kind niet altijd kan geven wat jij wilt. Geef, maar eis of verwacht geen liefde terug.”

Loyaliteit
Kinderen zijn niet zozeer loyaal aan, maar vooral afhankelijk van volwassenen. Ze hebben er belang bij dat het goed gaat met een ouder. Dus doen ze er alles aan om te zorgen dat hun moeder en/of vader weer voor hen kan zorgen. Van kinderen van gescheiden ouders wordt wel gezegd dat de scheiding het eind van hun jeugd betekent en dat ze zich vanaf dat moment verantwoordelijk gaan voelen. Martine Delfos: “Kinderen willen bij hun ouders zijn, willen dat hun ouders beter worden, willen toestemming om in een pleeggezin te zijn en willen dat hun ouders de pleegouders ook leuk vinden.” <

Meer informatie over Martine Delfos, data van lezingen en een overzicht van de boeken de ze heeft geschreven: www.mdelfos.nl. Meer informatie over Gezinshuis.com: www.gezinshuis.com.


Tags: ,