Zand in de machine

Auteur: Truus Barendse  

Pleegouders krijgen niet alleen met hun pleegkind en diens ouders te maken, maar ook met beroepskrachten en met nogal wat regelgeving. Daarom is de redactie op zoek gegaan naar iemand die een paar zaken op een rijtje zet. Dan is de kans kleiner dat u als pleegouder later zegt: “Als ik dat geweten had…!”

Ouders
Veel ouders hebben in hun verzekering een mogelijkheid voor hun kind voor psychologische of psychiatrische begeleiding. Als pleegouders vermoeden dat hun pleegkind die begeleiding of behandeling nodig heeft, maar de noodzaak hiervoor wordt niet gedeeld (dus geen indicatie), kunnen zij, wanneer het contact goed is, overleggen met de ouders of deze hiervoor hun verzekering willen aanspreken.

Een pleegkind kan in een pleeg­gezin wonen op verzoek van zijn ouders of voogd of omdat het is geplaatst door de kinderrechter. Als het op verzoek van de ouders is, kunnen pleegouders er ook voor kiezen om de plaatsing niet via een instelling te laten lopen. Dan hebben zij minder met beroepskrachten te maken. Een pleegcontract en dus vergoeding kan dan vaak later nog, al kan dit soms in de praktijk veel problemen opleveren. Wel is het van belang dat pleegouders kunnen aantonen vanaf wanneer het kind bij hen woont (zie onder Politie).

Zorgaanbieder pleegzorg
Een zorgaanbieder pleegzorg sluit het pleegzorgcontract met de pleegouder(s), betaalt de pleegvergoeding uit en houdt contact met de pleegouders over het pleegkind.

Pleegouders, het pleegkind en in sommige gevallen ook de ouders kunnen er terecht voor vragen en ondersteuning. Over pleegouders wordt rapportage bijgehouden, al is het maar omdat ze verweven zitten in de rapportage over het kind. Pleegouders kunnen schriftelijk bij de instelling voor pleegzorg vragen om inzage in dat gedeelte van het dossier dat over henzelf gaat. Ook hebben zij in beginsel (1) correctierecht en recht op een kopie.

Als pleegouders een pleegvergoeding ontvangen, is er automatisch begeleiding door een pleegzorgwerker. Ook als er geen behoefte is aan die begeleiding, bijvoorbeeld omdat pleegouders al een paar jaar voor het kind hebben gezorgd voor de instelling in beeld kwam, kan men daar niet zomaar vanaf. Zelfs niet als het kind door de ouders ge­plaatst is en alles prima gaat. Een pleegzorgwerker heeft samen met de gezinsvoogd de opdracht dat hij ‘de veiligheid garandeert’ van het pleegkind. Dat doet hij natuurlijk niet zelf, dat doet de pleegouder. Als daar de pleegzorgwerker voor nodig was, zou het er slecht uitzien voor het kind, met dat uurtje in de zes weken! Met medewerkers van een instelling voor pleegzorg is het net zoals met medewerkers van een Bureau Jeugdzorg: er zijn fantastisch goede, doodgewone en heel slechte. Als pleegouders echt niet overweg kunnen met ‘hun’ pleegzorgwerker, kunnen zij aan de instelling om een andere contactpersoon vragen.

Gezinsvoogd
In principe hebben pleegouders niet veel direct te maken met een gezinsvoogd, die er in de eerste plaats voor het kind en de ouders is. Soms is dit wel het geval. Bijvoorbeeld als de ouders contacten met hun kind bij pleegouders thuis hebben, waarbij de gezinsvoogd aanwezig wil zijn. Waarschijnlijk op korte termijn (wetswijziging) stelt de gezinsvoogd het hulpverleningsplan ook in overleg met pleegouders op. Bij plaatsing door Bureau Jeugdzorg als voogd kunnen pleegouders ook een beroep doen op het blokkaderecht, artikel 1:336a BW.

Bovendien kunnen pleegouders de rechter verzoeken om zelf tot voogd te worden benoemd (artikel 1:299a). Het is verstandig dat slechts één van de pleegouders tot voogd wordt benoemd. Indien één van de pleegouder(s) de voogdij op zich neemt in plaats van de pleegouders gezamenlijk, blijft het recht op pleegvergoeding bestaan.

Raad voor de Kinderbescherming
Als Bureau Jeugdzorg een pleegkind dat onder toezicht gesteld is (OTS), terug wil laten gaan naar zijn ouders door de kinderrechter niet te verzoeken om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen en pleegouders zijn het hier niet mee eens, dan kunnen pleegouders de Raad voor de Kinderbescherming vragen om een verzoek verlenging machtiging uithuisplaatsing in te dienen bij de kinderrechter. Als Bureau Jeugdzorg een pleegkind met een OTS al voordat de machtiging verlengd moet worden, terug wil laten gaan naar zijn ouders of het kind over wil plaatsen, kunnen pleegouders eerst bezwaar maken bij Bureau Jeugdzorg en daarna de kinderrechter verzoeken hier een stokje voor te steken.

Kinderrechter
Pleegouders kunnen proberen een pleegkind in hun gezin te houden door zich bij de rechter te beroepen op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (het EVRM) en op het Verdrag inzake de rechten van het kind (het IVRK). Artikel 8 IVRK lid 3 zegt: ‘De zorg kan, onder andere, plaatsing in een pleeggezin omvatten, (…). Bij het overwegen van oplossingen wordt op passende wijze rekening gehouden met de wenselijkheid van continuïteit in de opvoeding van het kind (…).’

Artikel 20 IVRK lid 3 stelt dat de Staten die partij zijn bij de vorm­geving van hun zorgplicht op passende wijze rekening dienen te houden met de wenselijkheid van continuïteit in de opvoeding van het kind.

In Rechtspraak Familierecht van 24 september 2005 staat: “In soort­gelijke belangenafweging tussen ouders en grootouders en (groot) ouders en pleegouders, heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens gewicht toegekend aan de duur van het verblijf van een kind in het gezin en de gehechtheid van het kind met het gezin en de schade die het kind oploopt door scheiding van het gezin waarin het is opgevoed en verzorgd.”

De minister van Justitie heeft bij brief, van 8 juni 2006, de Tweede Kamer geïnformeerd over het programma ‘Beter Beschermd’: “Het zal moeilijker worden een uithuisplaatsing in het kader van de OTS tegen het advies van de feitelijke verzorgers in, af te breken. Dit kan onder meer door ook in OTS-zaken gebruik te maken van het zogenaamde ‘blokkaderecht’.

Politie
Bij plaatsing door ouders (vrijwillig kader) biedt het blokkaderecht bescherming tegen terugkeer naar huis. De politie is hier meestal niet van op de hoogte. Mocht de politie samen met een ouder aanbellen en eisen dat pleegouders het kind afgeven, dan kan de politie beter eerst even bellen met de juridische afdeling van Bureau Jeugdzorg.

Aanbevolen:
•M. Kramer; Paraplu voor pleegouders. 2005. ISBN 9066656476 (zie ook pag. 27).
•L. Punselie; Voor een pleegkind met recht een toekomst. 2006. ISBN 9013033288.
•T. Barendse en A. Jansen; MIJN kind??!. 2008. Bestellen: alicejansen@planet.nl.
•T. Barendse; De jungle van de jeugdzorg. 2010. ISBN 9789088500916.
•www.stichtingkog.info, met name de map Jurisprudentie submap Grootouders (pleegouders)

Truus Barendse is secretaris van de stichting Kinderen-Ouders-Grootouders (KOG). KOG is een landelijke stichting door en voor (groot) ouders met omgangsproblemen, ouders van een onder toezicht gesteld of uithuisgeplaatst kind en ouders van een weggelopen kind. Meer informatie over deze stichting vindt u op www.stichtingkog.info.

(1)  Namelijk alleen met betrekking tot de feitelijke gegevens.


Tags: ,