Schooltijd

Sommige meesters en juffen vergeet je de rest van je leven niet meer. Dat weet ik nog goed uit mijn kindertijd. Ik was een onzeker, bang meisje. Ook al was ik pleegkind binnen mijn familie, het vele verhuizen en de problemen thuis hadden hun sporen nagelaten. Toch trof ik op elke school wel een meester of juf die in mij geloofde. Die mij net dat extra schouderklopje of knipoogje gaf dat mij goed deed, mij meer zelfvertrouwen gaf en mij het gevoel gaf dat ik de moeite waard was en er mocht zijn. Dat heeft er mede voor gezorgd dat ik extra mijn best deed. Stapje voor stapje kon ik een opleiding gaan doen, waarvan niemand verwacht had dat het mij zou lukken. Uiteindelijk ben ik heel goed terecht gekomen, zoals ze dat bij ons zeggen.

Nu zitten onze pleegkinderen in die belangrijke leeftijdsfase. Ook zij groeien gelukkig op binnen de familie, maar ook bij hen laat het sporen na dat ze pleegkind zijn. Ik zie en hoor ook nu weer hoe enorm waardevol die meesters en juffen zijn. Met de moeder van de kinderen gaat het niet zo goed. Vooral de oudste maakt zich veel zorgen en is er dagelijks mee bezig. Ze moet al zo haar best doen op school om het bij te kunnen benen en nu vergeet ze bijna te genieten van de leuke dingen in haar leven. Zij houdt de meester volledig op de hoogte van wat zich afspeelt in haar leventje. Ik hoor thuis de reacties van de meester. Wat doet die meester dat goed zeg en wat zijn ook wij blij met hem. Hij geeft haar dat gevoel dat ze er mag zijn, met al haar zorgen. Hij geeft haar dat gevoel dat ze het kan, al die schoolse zaken.

Hij luistert naar haar en geeft haar zelfvertrouwen. Hij haalt het beste in haar boven. Deze meester heeft oog voor wat een (pleeg)kind nodig heeft en maakt daar tijd voor naast Cito-toetsen, handelingsplannen en administratieve werkzaamheden. Dit is zo’n meester die onze pleegdochter zich ook later nog zal herinneren als een waardevolle ontmoeting in haar leven. <

Van de redactie

Uitdeelnummer

Het vorige nummer van Mobiel was een speciaal uitdeelnummer. Het leverde enthousiaste reacties op. Daarnaast waren er enkele kanttekeningen van lezers die graag meer hadden gelezen over de frustraties die zij in hun dagelijkse leven als pleegouder tegenkomen. Deze lezers worden in dit nummer op hun wenken bediend. In het artikel van Truus Barendse leest u wat u kunt doen als een plaatsing niet loopt volgens het boekje en redactielid en gezinsbegeleider Ben Wagner vertelt over een pleeggezin dat buitenspel werd gezet door hulpverleners.

In het artikel ‘Wie doet wat in pleegzorg’ in het vorige nummer is uitgegaan van hoe het zou moeten en hoe het meestal gaat. Daarin zit nog wel eens een verschil. Een onjuistheid stond vermeld in de alinea over de kinderrechter. Er staat dat pleegouders niet zomaar uitgenodigd worden bij de kinderrechter. Het is echter een misverstand dat de medewerker van Bureau Jeugdzorg dit bepaalt. Als de (gezins)voogd weigert, kunnen pleegouders zich ook zelf tot de rechter wenden. Bij een plaatsing langer dan een jaar, of eerder al wanneer een plaatsing
perspectiefbiedend is, kunnen pleegouders als belanghebbend worden aangemerkt bij de rechtbank zodat zij kunnen worden uitgenodigd om hun mening te geven. Zie ook de rubriek Hoe zit dat, Mobiel 6, 2008.


Tags: ,