Pleegouders versus Jeugd & Opvoedhulp

In mijn werk als gezinsbegeleider en systeemtherapeut in een instelling voor Jeugd- en Opvoedhulp heb ik veel te maken met ouders. In een flink aantal gezinssituaties is er sprake van pleegzorg. Wat mij opvalt en zorgen baart, is dat er veel direct contact met ouders is, maar geen of weinig aandacht voor de pleegouders. Zij hebben echter wel veel behoefte aan contact over het hulpverleningsproces. Ze hangen er nu meestal maar wat bij, terwijl er wel veel van hen wordt verwacht. Adequate hulp krijgen ze hierbij maar weinig.

Ik wil u hiervan een voorbeeld geven: Philip werd vrij plotseling overgeplaatst naar de familie Larkin. Zijn voormalige pleegouders, de heer en mevrouw Van Voorn, werden laat en slecht geïnformeerd over deze beslissing. Daarom plande ik een gesprek met de familie Van Voorn. Toen dit gesprek plaatsvond, hadden de pleegouders juist een onpersoonlijk bericht ontvangen dat Philip vanuit de zorginstelling waar hij tijdelijk woonde, was overgeplaatst naar de familie Larkin. Pleegouders wisten informeel al veel langer van de overplaatsing, want drie maanden daarvoor was Philip al naar het andere gezin vertrokken.

De reden waarom Philip in een ander gezin was geplaatst, was dat de familie Van Voorn moeilijk met het gedrag van Philip kon omgaan. Philip is een jongen met een hechtingsstoornis. Het gedrag dat hij in het gezin liet zien, was aanleiding om hem tijdelijk te plaatsen in een zorginstelling. De familie Van Voorn was en voelde zich de belangrijkste schakel in het leven van Philip. Na enige tijd in de zorg­instelling werden de bezoeken van Philip aan het pleeggezin uitgebreid en de intentie was dat Philip na verloop van tijd weer bij het gezin zou gaan wonen. De pleegouders wilden wel graag meer tijd en hulp hebben om te leren hoe zij met het gedrag van Philip zouden kunnen omgaan. De hulp­verleners wilden echter dat er een snelle terugplaatsing naar het pleeggezin werd gerealiseerd. Omdat dit voor de familie Van Voorn niet mogelijk was, werd een snelle overplaatsing naar een ander pleeggezin ingezet.

De familie Van Voorn wilde het beste voor Philip en liet het gebeuren. De overplaatsing was een feit. Pas naderhand realiseerden de pleegouders zich dat er veel achter hen om was gebeurd en de hele overplaatsing te snel was gegaan. De familie Van Voorn voelde zich daarin niet serieus genomen.

Belang kind
De pleegouders zaten middenin een bewegend proces toen vrij plotseling een andere optie opdook die ook nog eens snel gerealiseerd moest worden. Er werd geen ruimte genomen om de acties zorgvuldig voor te bereiden en alle betrokkenen daarin speelruimte te geven. Op dat punt ging het mis voor de familie Van Voorn. Iedereen was bezig met de plannen hoe en wanneer Philip naar de familie Larkin zou gaan en de pleegouders werden aan de zijlijn geplaatst en verder vergeten. De hulpverleners zijn hierbij uitgegaan van het belang van Philip, dat zien de pleegouders in en vinden ook zij het meest belangrijk. Dat zij daarbij genegeerd werden en dat er achteraf geen verontschuldigen zijn geuit, dat blijft echter steken.

Er werd bij de beslissingen rond Philip voorbijgegaan aan het afscheid en het verlies van een pleegkind in het pleeggezin en het rouwproces dat daarbij hoort. Dit proces is in een pleeggezin niet veel anders dan bij het vertrek of erger, het verlies van een kind in een ‘gewoon’ gezin. In gesprekken met andere pleegouders waarvan de pleegkinderen uithuis zijn geplaatst, is hetzelfde gevoel merkbaar.

Waarom wordt hier minder rekening mee gehouden of bemerkt men veel te laat dat pleegouders een rouwproces moeten doormaken? Komt dat omdat wij als hulpverleners hen zien als professionals die verdriet en gemis niet moeten en mogen voelen en hiermee vakkundig moeten (leren) omgaan? Er werd te gemakkelijk van uitgegaan dat het vertrek van Philip naar de familie Larkin een routinezaak was die weinig emotie zou opleveren, omdat Philip toch al een tijd niet meer in het pleeggezin woonde. Niets blijkt minder waar: voor de pleegouders was dit een gevoelige beslissing die buiten hen om was genomen. Voor hen is de relatie die zij hadden met Philip en die zij in de toekomst verder uit hadden willen bouwen, abrupt verbroken. Daarna was er slechts stilte en dat doet pijn.

Ik kom in mijn werk vaker in aanraking met pleegouders die door de ‘andere’ hulpverlening gevoelloos worden behandeld. Met ‘andere’ hulpverlening bedoel ik de hulpverleners die buiten pleegzorg om te maken krijgen met pleegouders. Ik krijg de indruk dat door deze hulpverleners verwacht wordt dat pleegouders beroepsmatig de opvoeding van een pleegkind op zich nemen. Daar horen menselijke eigenschappen als gevoel niet in thuis. Het voorbeeld van de familie Van Voorn laat echter zien dat de praktijk anders is en het zou goed zijn hier rekening mee te houden.

Ben Wagner werkt als gezinstherapeut bij een instelling voor Jeugd & Opvoedhulp en is redactielid van Mobiel.


Tags: ,