De pleegzorgwerker op school

Een groot deel van hun tijd brengen kinderen op school door. Voor pleegkinderen is het daar soms ingewikkelder dan voor andere kinderen. Soms hebben pleegzorgwerkers een goed contact met scholen. Zo’n pleegzorgwerker is Patty Hanssen. Zij begeleidt langverblijf-pleeggezinnen bij De Zuidwester Pleegzorg in Breda en vertelt over haar contacten met het onderwijs.

“Ik vind het contact met school erg belangrijk. School is een heel belangrijk leefgebied voor het kind. De pleegkinderen die ik begeleid, vallen onder de langdurige specialistische pleegzorg. Tijdens huisbezoeken in het pleeggezin hoor ik ook hoe het op school gaat. Soms zit daar de aanleiding om samen met de pleegouders (en soms met het kind) naar school te gaan om het een en ander uit te leggen over de situatie van het kind en over zijn achtergronden. Ik ga altijd met de pleegouders, zodat we samen kunnen horen wat er gezegd wordt. Soms gedraagt een kind zich op school heel anders dan in het pleeggezin. Ik ga naar scholen voor basisonderwijs en voor voortgezet onder­wijs, niet naar scholen voor beroepsonderwijs. Dan hebben kinderen een leeftijd waarop ze zelf kunnen vertellen wat pleegzorg is. Ik heb met elke leerkracht van de kinderen uit mijn caseload minstens een keer per jaar contact, maar er zijn er ook die ik wel vier keer per jaar spreek, geheel afhankelijk van de situatie.

Weerstand en terughoudendheid

Ik bel altijd eerst op om een afspraak te maken.
Je bereikt soms gemakkelijker iets als je namens een instelling belt. Ik merk eerst wel eens weerstand en terughoudendheid, maar in gesprekken geeft men heel gemakkelijk informatie. De leerkrachten vinden het fijn dat er betrokkenheid is van de pleegzorgwerker naar de school. Er is veel onwetendheid over pleegzorg. Het kan helpen als de school weet wie er allemaal betrokken zijn bij deze vorm van hulpverlening. Ik laat vaak informatie achter over pleegzorg en school. Als ik iets met de school heb opgebouwd, neemt de school ook zelf weleens contact op. Dan belt bijvoorbeeld de zorgcoördinator. In het speciaal onderwijs ben ik regelmatig bij de bespreking van het handelingsplan.

Begrip en onbegrip

Er was eens op een school een project over baby’s en peuters. Voor een van mijn pleegkinderen was zijn peutertijd een heel moeilijke fase geweest en er waren van hem helemaal geen foto’s uit die tijd. Ik heb de situatie uitgelegd aan de leerkracht en toen was er veel begrip voor het kind. Je ziet vaak dat er in het voortgezet onderwijs geen overdracht is van bijvoorbeeld de ene mentor naar de andere. Dan moet je dus ieder jaar weer hetzelfde gaan uitleggen.

Van een pleegkind was de moeder overleden. Toen ze in het pleeggezin woonde, overleed de moeder van de pleegmoeder. Het meisje was zodanig overstuur dat ze een week is thuisgebleven van school. De school begreep niet dat het meisje een week nodig had voordat ze weer naar school kon. Toen ik het had uitgelegd, waren ze vol begrip.

Soms is een bezoek aan een school pro-actief: aan het einde van het schooljaar of aan het begin van het nieuwe schooljaar ga ik met de mentor en de pleegouders om de tafel om de problematiek van het kind in kaart te brengen om problemen te voorkomen. Soms is telefonisch contact voldoende. Ik maak een nauwkeurige afweging van wat ik wel en niet vertel op school. De problematiek van het kind staat voorop. Ik overleg met de voogd wat er wel en niet verteld kan worden op school.

Gebrek aan kennis

Wat zijn de speciale problemen van het pleegkind op school? De leerkracht meldt vaak dat het kind onvoldoende luistert, dat het de baas speelt, dat het overal controle over wil hebben. In zo’n geval ga ik hechtingsproblematiek uitleggen en geef ik wat tips: een vaste inrichting van de klas, het bord wat overzichtelijker ingedeeld, duidelijk leiding geven en dergelijke.

Op de meeste scholen is hechtingsproblematiek onbekend en door uitleg hierover gaan leerkrachten achter het gedrag van kinderen kijken. Zorgen dat pesten ophoudt, is vaak ook een kwestie van mis­verstanden oplossen. Ik mis op de scholen over het algemeen kennis over hechting, over vroegere trauma’s en over pleegzorg. Ik wil het pleegkind-zijn niet overproblematiseren, maar wel begrip kweken door er uitleg over te geven. In het reguliere en in het speciaal basisonderwijs doet een heen-en-weerschriftje het erg goed.

Waardevolle aanvulling

De 10-minutengesprekken op het voortgezet onderwijs met de mentor zijn te kort. Ik arrangeer dan, wanneer nodig, een andere afspraak en ga samen met de pleegouders met de mentor in gesprek. In het voortgezet onderwijs is de afstand veel groter dan in het basisonderwijs en de kinderen worden er niet altijd persoonlijk gekend. Ik heb over het algemeen een positief beeld van de samenwerking met het onderwijs. Ik ken een voorbeeld van een mentor die een pleegkind thuis kwam opzoeken toen het depressief was. Ik weet van mijn collega’s dat het niet altijd zo positief is. Niet alle scholen zijn even goed georganiseerd, het lukt niet altijd. Naar scholen gaan is niet verplicht, maar het kan een waardevolle aanvulling zijn voor alle partijen.”


Tags: , ,