Cultuurverschillen in eigen huis

Nederland is een multicultureel land. Vanuit iedere cultuur zijn er inmiddels wel pleegouders en pleegkinderen. Niet ieder kind kan echter in een gezin met dezelfde culturele achtergrond geplaatst worden. Tijdens de nabespreking van het artikel ‘Islam en pleegzorg’ (Mobiel 1, 2009) viel het de redactie op dat het taalgebruik van de Turkse auteurs van het artikel vrij stellig was. Ligt dat aan de islam of aan de manier waarop men in Turkije communiceert?

Voor de redactie een reden om te kijken naar de manier waarop men in andere culturen met elkaar praat. Dat is al snel generaliserend, maar voor pleegouders en hulpverleners is het wellicht een bruikbare aanzet om na te denken over communicatie.

Suriname
In de Surinaamse cultuur is het oneerbiedig om oogcontact te maken. Dat doe je niet, zeker niet bij ouderen. Doe je dat toch, dan zullen de anderen je met grote ogen aankijken, het is niet beleefd. In Nederland is dat anders, daar denkt men juist dat je iets achterhoudt als je iemand niet aankijkt. Overigens waren het de Hollanders die tijdens de slavernij de mensen in Suriname leerden om iemand niet in de ogen te kijken.

Als je spreekt moet je duidelijk zijn in taal. Je moet onderscheid maken tussen hij of zij, tussen hond of kat en geen onduidelijke termen gebruiken. Ook moet je weten welke ‘taal’ je moet gebruiken. Je praat anders op school dan tijdens een officiële gelegenheid. Surinamers spreken luid in vergelijking met Nederlanders. Dan weet men zeker dat je het gehoord hebt. Luid spreken wordt ook gebruikt om duidelijk te maken wanneer iets dringend is. De mimiek van de spreker ondersteunt de taal. Een gezichtsuitdrukking zegt soms meer dan de hele zin.

Het is de volwassene die bepaalt. Een kind kan zich niet eerst omkleden en dan vragen of het naar buiten mag. Je vraagt eerst toestemming, dan pas kleed je je om. Een kind dat zich niet gedraagt krijgt duidelijk te horen: ‘Tot hier en niet verder.” Niet wegsturen, zoals de Nederlanders dat doen en dan achteraf bespreken. Direct zeggen en laten merken wat je er van vindt. Surinaamse pleegmoeder Yvonne: “Mijn kinderen zeggen altijd dat ze mij niet kunnen peilen als ik niet boos ben. Als volwassene toon je geen zwakte. Je maakt ook geen ruzie waar de kinderen bij zijn, dan zien ze jouw zwakte en nemen de agressie over.”

Marokko
De Marokkaanse cultuur is, zoals veel culturen uit Afrika, een ‘wij’- cultuur. Je bent daarin niet alleen verantwoordelijk voor jouw daden, de hele familie heeft hierin een verantwoordelijkheid. Wie bijvoorbeeld pleegouder wil worden, denkt daar niet alleen zelf over na, maar bespreekt het ook met zijn ouders. Het is een ongeschreven regel dat er toestemming voor moet worden gegeven door de familie. Zij zijn er immers ook gezamenlijk verantwoordelijk voor.

In gesprek gaan om iets te regelen, om een resultaat te behalen, dat is typisch westers. Marokko kent geen industriële maatschappij zoals in Nederland.

De Afrikaanse cultuur is niet onderhandelend en denkt niet in ‘producten’. Voel je op je gemak tijdens een gesprek en het resultaat komt vanzelf. Ook is het van belang wie er tegenover je zit. Als het iemand is waar je verder niets mee hebt, dan hoef je ook weinig met wat er wordt besproken.

De gesprekken gaan gepaard met veel handgebaren. De non-verbale houding is tijdens een gesprek even belangrijk als wat er wordt zegt. Voor kinderen geldt dat de volwassenen bepalen. Er wordt met kinderen niet onderhandeld.

Bij traditionele gezinnen is het vaak de man die aan het woord is, maar in jonge gezinnen is dat omgedraaid. In die zin is de cultuur in ontwikkeling. In Nederland zie je nog veel hoofddoeken, terwijl dat in Marokko helemaal niet zo strikt is. Het gebeurt vaker dat immigranten, van wat voor cultuur dan ook, zich traditioneler opstellen dan in het thuisland.

Turkije
De Turkse cultuur is heel divers. Hoe iemand zijn geloof beleeft, uit welke streek hij of zij komt, dat maakt verschil. Is iemand modern, dan kun je diegene directer aanspreken dan iemand die traditioneel is. Bij traditioneel ingestelde mensen spreek je meer in het algemeen, dus in termen van ‘men hoort zo te doen’. Dat komt stellend over. In feite hou je het gedrag meer buiten jezelf.

Het maakt ook uit of je een man of een vrouw (jongen of een meisje) bent. Een gesprek met iemand van een andere sekse verloopt voorzichtiger. Je moet aftasten of de ander toestemming geeft om een onderwerp te mogen bespreken. Daarnaast is het van belang dat je de ander niet veroordeelt. Zeker een hulpverlener krijgt niet alles te horen zolang niet duidelijk is dat het veilig is om te vertellen.

Kinderen dienen respect te tonen naar volwassenen en zeker naar hun ouders. Beleefd zijn is belangrijk. Je spreekt een volwassene altijd aan met u. In de Nederlandse opvoeding is er de mogelijkheid dat kinderen zo nu en dan zich gelijkwaardig aan hun ouders opstellen om zo hun zegje te kunnen doen. Turkse kinderen spreken hun ouders niet aan op hun gedrag. Turken zijn nationalistisch, dat wordt er met de paplepel ingegoten. Zo kent Turkije veel feestdagen, zoals ‘docentendag’, ‘kinderdag’ en ‘nationale productendag’. Wat niet Turks is wordt met de nodige argwaan bekeken.

Ondertussen, in Nederland
Zoals gezegd: niet ieder pleegkind komt terecht in een gezin met dezelfde culturele achtergrond. Nog even los van de achtergrond van de pleegzorgbegeleider, die ook nog een rol speelt. Kennis van de omgangsvormen helpt om communicatie soepeler te laten verlopen. Zowel tussen ouders en pleegouders, maar ook tussen pleegouders en pleeg­kinderen. Waarom zegt een kind dat het iets zal doen en gebeurt het vervolgens niet? Wellicht zit een antwoord op die vraag in dit artikel!

Met dank aan pleegmoeder Yvonne, collega’s Khalid en Burçu en moeder Hatiçe.


Tags: ,