Wetsvoorstel: Kinderen eerst

Wijziging van wetgeving in verband met de herziening van de maatregelen van kinderbescherming

In Mobiel nummer 5 2006 is in deze rubriek geschreven over het advies van de werkgroep wetgeving dat in 2006 was uitgebracht voor aanpassing van de kinderbeschermingsmaatregelen. Het doel van het advies was het wegnemen van de knelpunten in de wetgeving voor een betere jeugdbescherming. In­middels is er naar aanleiding van dit advies in 2009 een wetsvoorstel ingediend.

De belangrijkste wijzigingen in het wetsvoorstel die betrekking hebben op de pleegzorg:

1.  Indien een minderjarige met een machtiging uit huis is geplaatst, is gedeeltelijke gezagsoverheveling aan Bureau Jeugdzorg mogelijk;

2.  In de grond voor de gezagsbeëin­digende maatregelen (thans de ontheffing en ontzetting van het ouderlijk gezag) staat het belang van de minderjarige meer centraal;

3.  Pleegouders krijgen een blokkaderecht als het kind langer dan een jaar in het pleeggezin verblijft;

4.  Bureau Jeugdzorg krijgt de mogelijkheid om een uithuisplaatsing die valt onder het blokkaderecht, maar die gevaar oplevert voor de minderjarige, direct te beëindigen.

Nader bekeken

1.  Gedeeltelijke gezagsuitoefening bij uithuisplaatsing

Bij het begin van of tijdens de uithuisplaatsing kan de kinderrechter worden verzocht om het gezag van de ouder gedeeltelijk over te dragen aan Bureau Jeugdzorg. Dit is mogelijk als het gaat om:

a.  de schoolkeuze, inclusief de inschrijving,

b.  het geven van toestemming voor een medische behandeling van de minderjarige jonger dan 12 jaar of van een minderjarige ouder dan 12 jaar die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.

Bureau Jeugdzorg kan de pleegouders machtigen om over de onder a en/of b genoemde onderwerpen het gezag uit te oefenen.
2. Het belang van de minderjarige

Het voorstel is dat de kinderrechter het gezag dat een ouder over een minderjarige uitoefent, kan beëindigen indien dit noodzakelijk is voor het onbedreigd opgroeien van de minderjarige. Hiervan is in ieder geval sprake als de ouder niet binnen een voor de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor het onbedreigd opvoeden weer kan dragen.

3. Blokkaderecht

Het blokkaderecht geldt nu niet voor plaatsingen in het kader van de ondertoezichtstelling. De pleegouder heeft straks ongeacht de juridische situatie in geval van een plaatsing langer dan een jaar blokkaderecht.

4.  Directe beëindiging van hetblokkaderecht

Er zijn situaties waarbij Bureau Jeugd­zorg het vermoeden heeft dat nalaten van ingrijpen in de feitelijke situatie ernstig nadeel oplevert voor het pleeg­kind en om die reden het pleegkind wil overplaatsen, terwijl de pleegouders het blokkaderecht inroepen. In die gevallen kan Bureau Jeugd­zorg direct een beslissing tot wijziging van het verblijf vragen. De kinderrechter wordt dan feitelijk gevraagd om het blokkaderecht te schorsen. Dit kan met een voorlopige voorziening, dus zonder het horen van de pleegouders. Wel moeten de pleeg­ouders binnen veertien dagen door de kinderrechter in de gelegenheid worden gesteld om te worden gehoord.

Wetsvoorstel

Het advies is inmiddels geconcretiseerd in het wetsvoorstel. Als het wetsvoorstel niet controversieel wordt verklaard, zal het door het huidige demissionaire kabinet worden behandeld. De inschatting is dat in het meest gunstige geval het wetsvoorstel medio 2011 kan worden aangenomen. <

Mariska Kramer is werkzaam als advocaat voor het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering en werkt als zelfstandig advocaat in Amsterdam aan de Middenweg 57a.


Tags: ,