Wat heeft het ons gebracht?

Drie pleeggezinnen vertellen over hoe zij pleegzorg hebben ervaren. Een voormalig pleeggezin, een nog ‘jong’ pleeggezin en een pleeggezin dat een heftige plaatsing achter de rug heeft. Wat was hun verwachting toen ze begonnen en hoe kijken ze er nu tegenaan? In hoeverre is het anders dan verwacht en wat vinden ze daarvan?
Nieuw pleeggezin

Daniëlla en Pieter: “Het was 30 juni, de koffers stonden klaar om gepakt te worden. Over vier dagen naar Frankrijk! Toen kwam het telefoontje of we wilden nadenken of we Florien, een meisje van zeven maanden, als pleegdochter wilden. In de STAP leerden we dat je niet meteen ja moet zeggen, maar we keken elkaar aan en wisten het meteen! Koffers terug op zolder en JA! laat haar maar komen!

Vijf juli gingen we kennismaken in het kortverblijfpleeggezin. We wilden haar het liefst meteen mee naar huis nemen natuurlijk. Toch was het goed dat dat nog tien dagen duurde, zowel voor het gezin waar ze verbleef als voor ons. Op vijftien juli kwam ze, een feestdag! In de anderhalf jaar dat ze nu bij ons is, gaat het geweldig. Ze ontwikkelt zich fantastisch. Een keer per maand gaan we op bezoek bij mama. Een van ons gaat mee en er is begeleiding van onze pleegzorgwerker. Florien vindt het leuk, moeder geniet.
We nemen altijd een knutselwerkje en wat foto’s mee.
Wij hebben goed contact met onze pleegzorgwerker. Voor vragen, zorgen, twijfels en ook voor leuke mededelingen kunnen we altijd bij haar terecht. Eens in de zes weken komt ze bij ons thuis, dat is fijn want wat is er nou leuker dan over je pleegdochter kletsen die het zo goed doet! Inmiddels staan we open voor een bijplaatsing, een kindje jonger dan Florien, een nieuw avontuur, een nieuwe uitdaging. Wij gaan er voor!”

Hard werken
Ans en Evert: “Toen onze eerste pleegkinderen de deur uit gingen, hebben wij gezegd: ‘Zet ons maar op de reservelijst. We willen niet altijd een pleegkind in huis, maar als jullie omhoog zitten staat de deur altijd open.’ Er zijn sindsdien drie verschillende kinderen geweest, die elk een half jaar tot een jaar bleven. Er zit veel verschil tussen het verloop van die plaatsingen. De eerste was een jongen die uiteindelijk weer bij zijn moeder ging wonen. We konden goed overweg met zijn moeder en met de voogd van Bureau Jeugdzorg. Dat zijn moeder weer in staat was om voor hem te zorgen, was voor die jongen een cadeautje. Daarna kwam er een meisje. Dat begon rustig, maar in de loop van de tijd werd ze steeds opstandiger. Uiteindelijk liep ze bij ons weg. Naar haar moeder, maar daar is ze uit huis gehaald door jeugdzorg en in een gesloten groep geplaatst.

Toevallig kregen we afgelopen kerst een kaartje van haar, ze schreef dat het goed met haar ging. Het laatste kind was een jongen. Zijn moeder speelde dubbelspel. Aan de ene kant stuurde ze hem naar ons toe, maar ze was het er ook niet helemaal mee eens dat ze hem niet zelf meer in huis had. Dat is heel vervelend geëindigd. Die jongen heeft ons zwart gemaakt, zodat hij terug kon naar zijn moeder. Als er iets is dat we geleerd hebben, dan is het dat de relatie met de ouders het verschil maakt. Wordt er tegengewerkt, dan moet je als pleegouders veel harder werken.”

Voormalig pleeggezin
Judy en Karel: “Wij zijn een oud pleeggezin. Zo noemen ze dat. Het voelt niet zo. Onze pleegdochter is achttien jaar en zelfstandig, maar ze zit elk weekend bij ons. Tenslotte zorgen wij al voor haar vanaf zeer jonge leeftijd. Het zou heel bruut zijn als je bij achttien jaar zou zeggen: “Houdoe en bedankt!” Het voelt ook hetzelfde als onze eigen kinderen, met respect voor haar ouders. Haar ouders horen bij haar en daardoor horen zij ook bij ons.

We zijn nog steeds pleegouders, maar nu zonder pleegzorgwerkers en zonder voogden. Met onze pleegzorgwerker hadden wij het zeer getroffen. Doordat hij jarenlang onze pleegzorgwerker was, groeide hij mee met onze pleegdochter, haar ouders en ons gezin. We hebben veel verschillende gezinsvoogden en voogden gehad. Wat we daar heel moeilijk aan vonden, was dat elke gezinsvoogd een eigen beleid had. Dat was niet uit te leggen aan onze pleegdochter. Het was fijn dat onze pleegzorgwerker kon bemiddelen. Bij de voorbereiding op het pleegouderschap hoorden wij andere pleegouders vertellen over moeilijk gedrag van hun puberpleegkind en dat hun puberpleegkind klem kwam te zitten tussen ouders en pleegouders. Wij begrepen dat toen niet, maar ook onze pleegdochter kwam klem te zitten in de puberteit. Het hebben van ouders en pleegouders is nog steeds moeilijk voor haar, maar eindelijk mag ze nu zelf beslissen of ze naar haar ouders of naar haar pleegouders gaat.”


Tags: ,