Het verhaal van … een onderzoeker

Wat kan wetenschap voor de pleegzorg betekenen?

Ik zal deze vraag vanuit mijn persoonlijke kijk op de taken van wetenschap beantwoorden.

In de eerste plaats denk ik dat wetenschap allerlei beelden over pleegzorg op hun juistheid moet onderzoeken. Bijvoorbeeld het beeld dat ‘pleegkinderen ernstig probleemgedrag hebben’. Verschillende onderzoeken tonen dat hooguit de helft van de pleegkinderen ernstig probleemgedrag heeft. Of het beeld dat ‘pleegkinderen getraumatiseerd zijn’. Ook hier blijkt uit onderzoek dat hooguit 30% van de kinderen een traumatische stoornis heeft. Onderzoek kan ertoe bijdragen dat allerlei beelden genuanceerd worden.

In de tweede plaats speurt wetenschap naar patronen die de praktijkmensen niet kunnen zien. Bijvoorbeeld bij een afgebroken plaatsing heeft iedereen die hierbij betrokken is wel een verklaring over de oorzaken. De uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek tonen dat drie kenmerken een rol spelen bij afgebroken plaatsingen: de leeftijd van het pleegkind, de ernst van het aanwezige probleemgedrag en het aantal ervaren verblijfplaatsen door het kind. Dit is een regelmatigheid die aan afgebroken plaatsingen ten grondslag ligt en in een wiskundige formule vastgelegd kan worden. Door het opsporen van regelmatigheden kunnen we voorspellen wat er in de toekomst gaat optreden. We hoeven zo niet meer passief af te wachten op de dingen die komen gaan, maar kunnen actief ingrijpen.

Tot slot is een belangrijke taak voor de wetenschap het testen van de effectiviteit van interventies. Werkt een interventie voor hechtingsproblemen, zo ja, voor wie en wat mogen we verwachten? <
Dr. J. Strijker doet als universitair hoofddocent orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek naar o.a. pleegzorg.


Tags: , ,