Het verhaal van … een bijzonder hoogleraar

Net als bij pleegzorg zorgen adoptieouders voor kinderen die niet genetisch verwant zijn. Zij investeren in hen, waarbij investeren staat voor alles wat ouders voor hun kinderen doen en wat energie, tijd en vaak ook geld kost: doorwaakte nachten bij kinderlijke slaapproblemen, hulp bij huiswerk, geld uitgeven voor de hobby van je kind, praten op het politiebureau als je kind een misstap begaat.

Volgens de theorie van de sociobiologie is die investering van pleeg- en adoptieouders echter helemaal niet vanzelfsprekend. Die theorie zegt dat de mens geneigd is voorrang te geven aan zijn eigen nageslacht om het voortleven van het eigen genenpakket veilig te stellen. Bewust en onbewust zouden we daarom vooral investeren in biologisch eigen kinderen.

De Amerikaan Gibson bedacht dat ouders met zowel adoptiekinderen als biologisch eigen kinderen in hun gezin een echt dilemma ervaren en hij ging na in wie deze adoptieouders het meest investeerden. De uitslag van het onderzoek was verrassend en precies het tegenovergestelde van wat er voorspeld was: de adoptieouders investeerden juist meer in hun adoptiekinderen!

De verklaring is volgens Gibson dat ‘the squeaky wheel gets the grease’, oftewel dat je een krakend wiel een spuitje olie geeft. Omdat de adoptiekinderen met meer achterstanden en hindernissen kampten dan de biologisch eigen kinderen, deden zij vaker een beroep op de ouders. Met als resultaat dat de adoptieouders meer in hen investeerden. Is dat niet precies wat iedere (aspirant) adoptie- of pleegouder wil? ‘Een spuitje olie’ geven aan kinderen die dat het hardste nodig hebben, zodat hun wiel weer als een zonnetje gaat lopen of in ieder geval minder hard kraakt.


Tags: , ,