Volwassen pleegkinderen

Auteur: Jolanda Stellingwerff  

Steven (59) en Marijke (55) zijn in 2010 maar liefst dertig jaar pleegouder en denken er niet aan te stoppen. Steven heeft een hoveniersbedrijf gehad, maar is daar onlangs om gezondheidsredenen mee gestopt. Marijke werkte tot tien jaar geleden als leerkracht in het speciaal onderwijs. In al die jaren zijn er 34 pleegkinderen bij hen geweest.

Wat is de samenstelling van uw gezin?

Steven: “Op dit moment zorgen we voor zes kinderen: Lucilla (23), Jaimy (21), Sander (18), Nienke (11), Eline (10) en Floris (8). Hoe ons gezin er uitziet, verschilt van jaar tot jaar. Zo was Lucilla eigenlijk al het huis uit.” Marijke: “Ze wilde terug naar het dorp en ze vindt het fijn dat ze ’s avonds kan vertellen over haar werk. Als pleeg­kinderen achttien worden, zijn ze er vaak nog niet aan toe om op zichzelf te wonen. Van ons mogen ze blijven. Als Rouvoet iets gaat veranderen dan graag dat jongeren altijd recht hebben op jeugdzorg tot hun 21e.”

Hoe kwam u ertoe om pleegouder te worden?

Marijke: “Ik wilde altijd al pleegkinderen. We hebben bewust niet voor eigen kinderen gekozen, de pleegkinderen zijn onze kinderen.” Steven: “Bij mij zat het er ook al jong in. Als twaalfjarige hield ik de buurjongetjes al in de gaten die op straat rondhingen. Ik bracht hen naar huis of ging iets met hen ondernemen.”

Hoe reageerde uw omgeving en familie op het pleegouderschap?

Steven: “In het begin vindt iedereen het leuk en werkt mee. Na een jaar of tien weten ze het niet meer zo; weer andere kinderen, dat is niet overzichtelijk.” Marijke: “Wij zitten nu in de pubers, maar hebben ook al kleinkinderen en een achterkleinkind. Ons leven loopt niet meer synchroon met dat van onze vrienden.”

Hoe ziet uw begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?

Marijke: “Over het algemeen goed. Ik merk wel dat als je veel ervaring hebt, je altijd de moeilijk plaatsbare kinderen krijgt. Kinderen die al overal geweest zijn en veel hebben meegemaakt. Wij noemen ze de ‘kleine zelfstandigen’. Het lukt goed, maar na een aantal pittige kinderen is een kind dat zich kan hechten ook wel eens fijn. Het wordt ons niet opgedrongen, maar het is een valkuil en het zou fijn zijn als pleegzorg er bij de matching over nadenkt. Je moet niet opbranden”

Waar heeft u steun bij nodig, waar bent u onzeker over?

Marijke: “Wat ik mis, is begeleiding van achttienplus-kinderen. Je kunt als pleegouder nergens op terugvallen. Vaak zie je hen pas weer als het misgaat. Ze willen eerst geen hulp en vallen tussen wal en schip. Een van onze kinderen werd na een jaar op straat gezet door de huurbaas, omdat ze nooit huur had betaald. Als we het eerder hadden geweten, hadden we misschien kunnen helpen.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?

Steven: “Wij vinden het erg belangrijk dat er contact is tussen het kind en de familie. Soms zijn er geen ouders meer, maar wel broers of zussen of andere familie. We nodigen familie altijd uit voor verjaardagen en gaan er ook op bezoek. Soms komen opa’s en oma’s logeren.” Marijke: “We gaan vaak zelf op zoek naar familie. Met de kleinste aanwijzing proberen we iemand te vinden. Heel soms lukt het echt niet. Dan moet je het laten. Voor een kind is het belangrijk dat je dat proces samen beleeft. Dan weet je beiden dat contact echt niet lukt en dat het niet aan het gevoel van het kind ligt.”

Welke praktische problemen komt u tegen?

Steven: “Soms zou ik wel eens vaker bij iemand op bezoek willen.” Marijke: “Met vriendinnen heb ik belcontact, we zien elkaar misschien een keer per jaar.”

Zijn er momenten waarop u denkt, hier had ik nooit aan moeten beginnen?

Steven: “Nee.” Marijke: “Waar ik vooral moeite mee heb, is hoe de maatschappij tegen pleegouders aankijkt. Als een puber bij ouders van vrienden moppert over ouders, praten die ouders het gedrag van de ouders vaak goed. Als pleegpubers klagen over pleegouders dan ligt het altijd aan de pleegouders. Als pleegouder heb je te maken met de gewone puberteit en vang je ook nog eens de woede en teleurstelling op die de puber naar zijn eigen ouders toe heeft. Dat is niet niks.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor!

Steven: “Eigenlijk bij veel dingen. Kinderen die zelfvertrouwen krijgen, een glimlach, getuige zijn bij een huwelijk.” Marijke: “Ze gelukkig zien worden. Allemaal op hun eigen manier, met hun eigen cultuur en hun eigen kwaliteiten en beperkingen. Misschien niet altijd volgens de standaard, maar ze gaan toch allemaal, meer of minder snel, vooruit in hun ontwikkeling. Het is af en toe doorzetten, maar echt, ik kan het iedereen aanraden!”


Tags: ,