Volwassen ben je niet in één dag

Auteurs: Myriam Vandenbroucke en Majone Steketee  

Achttien jaar en nog even bij je ouders blijven wonen, totdat je gewend bent aan je nieuwe opleiding, tot je de stad hebt leren kennen waar je opleiding of nieuwe baan zich bevindt, tot je genoeg geld verdient om op jezelf te wonen. Je wilt je zekerder voelen voor je de wijde wereld instapt. Geen vreemde gedachten voor een jong-volwassene die net van school komt. De meeste ouders steunen hun kinderen graag in de overgang naar zelfstandigheid. Myriam Vandenbroucke, Majone Steketee en Rally Rijkschroeff van het Verwey-Jonker Instituut onderzochten hoe deze overgang is voor jongeren in de jeugdzorg.

Pleegkinderen die achttien jaar worden, hebben dezelfde behoefte aan ondersteuning als alle jongeren. Zonder duidelijke zorgvraag stopt pleegzorg bij achttien jaar. Pleegouders kunnen dan alleen op vrijwillige basis hun pleegkind blijven onderhouden. Zou het niet vanzelfsprekend zijn dat pleegzorg tot 21 jaar doorloopt, als beide partijen, pleegkind en pleegouders, dat willen? Als nu de pleegzorg stopt, zijn deze jongeren, indien nodig, aangewezen op andere vormen van zorg, meestal binnen het zorgcircuit voor volwassenen. Is de volwassen hulpverlening echter wel voldoende uitgerust om deze jongeren te begeleiden? Steketee, Vandenbroucke en Rijkschroeff onderzochten in 2009 de knelpunten bij het bieden van zorg aan 18-23 jarigen die uit de jeugdzorg (en pleegzorg) komen. In dit artikel gaan zij in op bovengenoemde vragen.

Wettelijke regels verlengde jeugdzorg

De wettelijke voorwaarde voor verlengde jeugdzorg is dat jongeren voor hun achttiende gebruik van jeugdzorg maakten, zodat er sprake is van voorzetting van de zorg. Jongeren dienen vanaf het moment dat ze achttien zijn geworden zelf aan te geven dat ze voortgezette hulpverlening willen én dat er een gerichte hulpvraag is. Bureau Jeugdzorg geeft dan een indicatie voor de hulpverlening. Deze mag niet alleen een financiële grondslag hebben, moet voor de achttiende verjaardag van het pleegkind worden aangevraagd, duurt tot uiterlijk het 23e levensjaar en dient jaarlijks verlengd te worden (Kronenberg, 2006).

Ontbreken vervolgtraject en sociaal netwerk

Op dit moment bestaat er geen vervolgtraject dat goed aansluit op pleegzorg of andere jeugdzorg. Voor pleegkinderen vervalt op hun achttiende verjaardag formeel hun sociale netwerk, namelijk het pleeggezin. Deze jongeren hebben vaak een verleden met meerdere of grote problemen en daarom is het juist voor hen moeilijk om zonder netwerk volwassen te worden. Jongeren hebben behoefte aan begeleiding na het stoppen van pleegzorg omdat de overgang naar zelfstandigheid te groot is (Broer et al., 2008). Er is volgens jongeren een groot verschil tussen 18- en 21-jarigen in de mate van zelfredzaamheid. Jongeren die uitstromen uit een pleeggezin willen geen zware hulpverlening, maar hebben wel behoefte aan lichte ondersteuning en praktische begeleiding (zie ook Blom, Schomaker & Wolff, 2009).

Verlengde pleegzorg

Er treden verschillende problemen op onder achttienjarigen die in een pleeggezin opgegroeid zijn. Achttien jaar zijn betekent niet automatisch dat jongeren sociaal-emotioneel voldoende ontwikkeld zijn om zelfstandig te kunnen wonen. Wanneer pleegkinderen goed functioneren is er geen grond voor een indicatie voor verlengde jeugdzorg. Pleegouders draaien dan veelal voor de (financiële) ondersteuning op. Medewerkers van Bureau Jeugdzorg onderkennen dat jongeren die zelfstandig gaan wonen ondersteuning en begeleiding behoeven in hun weg naar zelfstandigheid, maar dit betreft vooral een licht zorgaanbod dat buiten de indicatiestelling voor de verlengde jeugdzorg valt. Veel jongeren denken te licht over zelfstandig wonen. De stap om hulp te vragen binnen de volwassenenzorg, anders van aard dan de jeugdzorg, blijkt in de praktijk veelal te groot.

Pleegzorg en 16+

Uit ons onderzoek blijkt ook dat er voor jongeren boven de zestien weinig tot geen pleeggezinnen te vinden zijn. De pleegzorginstellingen houden deze jongeren af vanwege capaciteitsgebrek. Daarnaast neemt het aantal aanmeldingen bij Bureau Jeugdzorg af vanwege wachtlijsten en de lange doorlooptijden van de aanvraag. In de factsheet 2007 van Pleegzorg Nederland staat dat 15% van de 20.591 pleegkinderen vijftien jaar of ouder is, maar het is niet bekend welk percentage hiervan gebruik maakt van verlengde pleegzorg. Om die reden hebben Steketee et al. (2009) de registratiegegevens van alle regionale Bureaus Jeugdzorg opgevraagd. Daaruit blijkt dat het aantal jongeren van negentien jaar of ouder in een pleeggezin extreem laag is vergeleken met het aantal dat rond de zestien jaar pleegzorg kreeg.

Wie is verantwoordelijk?

Wettelijk gezien zijn de biologische ouders van de pleegkinderen vanaf het achttiende tot het 21e levensjaar weer financieel- en opvoedingsverantwoordelijk voor hun kinderen. In veel gevallen is er echter geen contact meer met ouders, is de relatie niet zodanig dat deze verantwoordelijkheden opgepakt worden of zijn de ouders er niet toe in staat (Provincie Noord-Brabant, 2006; Kronenberg, 2006; Van Lieshout, 2007; Weekers & Sohier, 2007). Het vervallen van de financiële en pedagogische verantwoordelijkheid voor pleegkinderen wordt door pleegouders als een probleem ervaren: elk kind heeft recht op zorg tot 23 jaar. Aangezien pleegouders geen zorgplicht na het achttiende jaar hebben, zou de staat verantwoordelijk moeten zijn. Indien een financiële vergoeding door zou lopen tot 23 jaar zouden pleegouders deze vergoeding aan het kind af kunnen staan wanneer het uit huis gaat wonen.

Aanbevelingen

In ons rapport doen wij aanbevelingen aan het programmaministerie voor Jeugd en Gezin. De volgende zijn relevant voor pleegkinderen:

–  Ontwikkel specifiek aanbod dat aansluit op de behoeften van jongeren van 18 tot 23 jaar en breid het bestaande aanbod in begeleiding naar zelfstandigheid uit.

Jongeren pleiten daarnaast voor een vorm van ‘voorzorg’ waarbij tijdens hun verblijf in een instelling of pleeggezin een inschatting plaatsvindt van de mogelijkheden en beperkingen van de jongere. Uitbreiding van het bestaande aanbod, zowel provinciaal als gemeentelijk gefinancierd, zoals Kamers met Kansen, de Vertrek Training, de Eigen Kracht-conferentie en begeleid wonen ligt daarbij voor de hand.

–  Schenk aandacht aan het ontwikkelen van een sociaal netwerk.

Essentieel onderdeel bij het bieden van zorg is het opbouwen van een sociaal netwerk waarop de jongere kan terugvallen. Zonder opvang en netwerk kan een jongere van achttien jaar niet alle taken die op hem/haar afkomen op zich nemen. <

Bronnen

–  Blom, A., Schomaker S., & Wolff, A. (2009). ‘Achttien is de deadline. Voorzorg in de jeugdzorg’. Delft: Tan Heck.

–  Broer – Heijboer, H., Mooij – De Jongh, M. (2008). De sprong naar zelfstandigheid. Scriptie voor de studie MWD, CHE.

–  Factsheet Pleegzorg 2007. (2008). ‘Pleegzorg Nederland’.

–  Kronenberg, W. (2006). Achttien jaar, hoera of ojee? In Mobiel 6 – Themabijlage ‘Wegwijzer achttien+. Verlengde hulpverlening’ december (2006)

–  Lieshout, L. van (2007). ‘Nazorg achttien plus’. Deurne: CRJZNB en Participatiewerkplaats Jeugd van Zorgbelang Brabant.

–  Provincie Noord-Brabant. (2006). Notitie Zwerfjongeren.

–  Steketee, M., Vandenbroucke, M., Rijkschroeff, R. 2009. (Jeugd)zorg houdt niet op bij achttien jaar.

–  Weekers, S., & Sohier, R. (2007). ‘Meerderjarig in de jeugdzorg, en dan…?’. ’s-Hertogenbosch: Provinciale Raad voor de Volksgezondheid en Maatschappelijke zorg.


Tags: , ,