rechtspraak binnen de pleegzorg

In dit nummer beantwoordt Mariska Kramer enkele veel voorkomende vragen van pleegouders die ze in haar praktijk tegenkomt.

Mag een ouder bij de pleegouders en het pleegkind inwonen?

Deze vraag kan zich voordoen als er sprake is van een netwerkplaatsing. Bijvoorbeeld wanneer grootouders voor hun kleinkind zorgen en de moeder bij haar ouders wil komen wonen. Het inwonen van de ouder in het pleeggezin is echter in strijd met de wet. Het pleegkind is juist uithuisgeplaatst omdat de ouder de verzorging en opvoeding niet op zich kan/mag nemen. De Regeling Pleegzorg bepaalt dat de pleegouders het kind verzorgen en opvoeden. Het is niet realistisch te stellen dat de inwonende ouder het kind niet (mede)opvoedt en verzorgt. Terwijl de ouder wettelijk gezien geen pleegouder mag zijn. Daarom is er in zo’n situatie geen sprake (meer) van pleegzorg, nog los gezien van de vraag of de Raad voor de Kinderbescherming de voor de inwonende ouder wettelijk vereiste verklaring van geen bezwaar afgeeft.

Vanaf welke leeftijd kun je pleegouder worden?

De minimumleeftijd om pleegouder te worden is 21 jaar. De wet kent geen maximumleeftijd. In de praktijk wordt doorgaans bekeken of het leeftijdsverschil tussen het pleegkind en de pleegouder(s) enigszins realistisch is en of de pleegouder(s) geestelijk en lichamelijk gezond genoeg is/zijn om het pleegkind op te kunnen voeden.

Kunnen pleegouders voorkomen dat het pleegkind wordt erkend door een man die niet de biologische vader is?

Het antwoord hierop is nee. Wettelijk gezien is het mogelijk dat een man die niet de biologische vader is van het kind, het kind erkent mits de moeder hiermee instemt en het kind jonger is dan twaalf jaar. Voor kinderen ouder dan twaalf jaar geldt dat zij toestemming moeten verlenen voor er­kenning. De erkenning kan worden vernietigd op grond van het feit dat de erkenner niet de biologische vader is. Dit kan op verzoek van het kind, de erkenner zelf en de moeder. De erkenner en de moeder moeten dan wel kunnen aanvoeren dat de erkenning door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen.

Mag de pleegzorgwerker op de zitting van de (kinder)rechter verschijnen?

Soms kan het van belang zijn dat de pleegzorgwerker en/of diens leiding­gevende op de zitting bij de rechter het standpunt van de pleegzorg weergeeft. Bijvoorbeeld naar aanleiding van de vraag of de pleegzorginstelling het in het belang van het kind acht dat het thuis wordt geplaatst of op een andere plek wordt geplaatst. De pleegzorginstelling is geen belanghebbende partij en mag dus niet standaard om deze reden ter zitting verschijnen. Wel kan de kinderrechter de pleegzorginstelling als informant aanmerken, zodat de instelling ter zitting de rechter kan informeren over de ontwikkeling van het pleeg­kind en het standpunt van de pleegzorg. De pleegzorginstelling kan de rechter zelf vragen om als informant ter zitting te mogen verschijnen. Doorgaans staan kinderrechters een dergelijk verzoek toe.
Mariska Kramer is werkzaam als advocaat voor het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering en werkt als zelfstandig advocaat in Amsterdam aan de Middenweg 57a.


Tags: ,