Pleegouder van volwassen kinderen

Auteur: Jolanda Stellingweff   Als pleegzorg bij achttien jaar stopt, houden veel pleegouders hun deur gewoon open voor de pleegkinderen. Omdat je een kind nou eenmaal niet zo op straat zet. Sommige pleegouders vinden het juist extra belangrijk om er ook na de achttiende verjaardag voor hun pleegkind te zijn zodat een kind niet alsnog de boodschap krijgt dat het niet gewenst is. De vele pleegouders die dit doen, staan er alleen voor. Er is geen vangnet vanuit de hulpverlening en ook financieel moeten ze het zelf opvangen.

Ineke en haar man werden 22 jaar geleden pleegouder. In de loop der jaren kwamen er drie kinderen uit een gezin en naderhand nog een meisje uit een ander gezin bij hen wonen. Met hun eigen zoon erbij hadden ze vijf kinderen die allemaal tot hun ‘volwassenheid’ zijn gebleven. Ineke: “Ondanks de vele problemen die we tegenkwamen op met name sociaal gebied en intelligentie, hielden we de moed er in. We bezochten
psychologen, psychiaters en vele instellingen en probeerden daar een weg in te vinden. Tot de kinderen het huis uit gingen, konden we het wel behappen, maar momenteel loopt het de spuigaten uit.”

Pleegkinderen die zonder familie opgroeien en moeite hebben om zichzelf staande te houden, hebben na hun achttiende vaak nog steun nodig. Hoe pleegouders hiermee om kunnen gaan, komt eigenlijk niet ter sprake als de pleegzorg stopt. Ineke: “Als je aan pleegkinderen begint, word je van top tot teen door de molen gehaald. Dat is goed, want je wordt op de hoogte gebracht van de dingen waar je tegen aan kunt lopen. Hoe het moet als ze volwassen zijn, wordt echter zelden of nooit belicht. Ik vraag me dan ook af waarom je na het achttiende jaar van je pleegkind zo aan je lot wordt overgelaten, terwijl ik aanneem dat er meerdere mensen met dit probleem zitten.”

Het onderwerp ter sprake brengen, is voor Ineke en haar man niet gemakkelijk omdat de omgeving vindt dat mensen na hun 25e zelfstandig horen te zijn. Voor deze kinderen geldt dat echter niet: “Een van de kinderen heeft een geestelijke beperking en daardoor is er steun van bewindvoering en heeft ze een begeleider. De anderen moeten het zelf doen, wat inhoudt dat de meeste problemen bij ons terechtkomen. We tobben al jaren met dan de een en dan de ander. Menig keer zijn we al financieel bijgesprongen, maar dat doen we niet meer. Het geld terugkrijgen is een probleem en zorgt voor ruzie. De verhouding met de kinderen wordt inmiddels steeds slechter, omdat we hun de waarheid zeggen en het niet eens zijn met hun manier van leven. Onze eigen zoon wil liever geen contact meer met de kinderen, omdat hij ziet wat dit alles met ons doet. Zelf heeft hij gelukkig een fijne relatie, een leuke baan en een huisje.”

Invloed van genen niet onderschatten

Zoals zoveel pleegouders hoopten Ineke en haar man dat de kinderen het, dankzij hun jeugd in het pleeggezin, als volwassenen beter zouden doen dan hun ouders. Voorlopig zien ze dat nog niet gebeuren: “Ik vraag me af of we de invloed van genen niet onderschatten. Ook al zijn de kinderen zo jong bij ons gekomen, exact dezelfde dingen waar hun ouders over struikelden, zijn nu hun probleem. Misschien was het verschil in milieu te groot en heeft een gevoel van op de tenen lopen overheerst. We hebben vaak gezegd dat ze prima zijn zoals ze zijn en we zo ook van hen houden, maar toch lijkt er een drang tot zelfvernietiging in hen te zitten die wij niet kunnen verklaren of oplossen. Wat hadden we voor hen gehoopt op tevredenheid en geluk. Wij zijn nu bijna zestig en na al die jaren op het punt gekomen dat we los moeten laten als we zelf nog een leven willen hebben. Het doet alleen vreselijk pijn om het te aanvaarden en maar te zien waar het toe leidt. Ik hoop dat er ooit nog een moment komt waarop we kunnen zeggen: ‘En toch was het goed’.”


Tags: , ,