Pleegkind-pleegouderinterventie biedt nieuwe behandelingsmogelijkheden

Auteur: Hans van Andel  

Sneller veilig gevoel in pleeggezin

Plaatsing in een pleeggezin is voor een kind een aangrijpende gebeurtenis. Vaak is er al veel aan de plaatsing vooraf gegaan. Vooral jonge kinderen kunnen als overlevingsstrategie er voor kiezen om zich aan te passen aan de nieuwe situatie, terwijl ze zich in feite erg onveilig voelen. De Pleegkind-Pleegouder Interventie (PPI) is een kortdurende behandeling die er op gericht is om pleegouders te helpen hun pleegkind te ondersteunen en te begrijpen in deze onveiligheid.

Tot nu toe zijn in de pleegzorg weinig interventies onderzocht op de werkzaamheid. De PPI wordt echter niet alleen uitgevoerd als behandeling, maar tegelijkertijd op wetenschappelijke wijze onderzocht op werkzaamheid en effectiviteit. Wanneer aangetoond is dat de interventie werkt zoals bedoeld, dan heeft de pleegzorg een goede methodiek in huis. Deze kan direct en tevens breed ingezet worden, ook bij oudere kinderen en bij terugplaatsing van het kind naar biologische ouders. Het voordeel van de PPI is dat het kort duurt, goedkoop is en goed overdraagbaar.

Verborgen stress
Een groot deel van de kinderen komt in een pleeggezin nadat het in de thuissituatie is vastgelopen. Er is veel on­veiligheid geweest. Een kind moet zich aanpassen aan de nieuwe pleegzorgsituatie terwijl het zich onveilig voelt. Kinderen kunnen hier heel verschillend op reageren. Er zijn kinderen die ‘protesteren’ en door middel van gedragssymptomen laten zien dat de situatie hen niet lekker zit. Er zijn kinderen die reageren met eetstoornissen of slaapstoornissen. Er is echter ook een groep kinderen die zich goed lijkt aan te passen aan de nieuwe situatie. Pleegouders melden dan dat alles goed gaat en dat ze een lief kind in huis hebben gekregen.

Onderzoek in onder andere Amerika toont echter aan dat een groot deel van deze kinderen zich weliswaar aanpast aan de nieuwe situatie, maar dat ze tegelijk in lichamelijke zin in een verhoogde staat van paraatheid verkeren. Ze hebben stress. Omdat deze stress niet opvalt (in de vorm van symptoomgedrag) kunnen er gemakkelijk patronen ontstaan waarbij ongewild de stress blijft bestaan.

De PPI is er op gericht om pleegouders te helpen hun pleegkind goed te leren kennen. De behandeling is bedoeld om signalen van het kind goed te begrijpen, te leren onderkennen welke (verborgen) stress-signalen het kind geeft en hoe hiermee om te gaan. Ook voor kinderen die wel laten zien dat ze zich gestrest en onveilig voelen, kan de PPI gebruikt worden.

De Pleegouder-Pleegkind Interventie
De PPI is opgezet als methode die geschikt is om in de pleegzorg toe te passen. Om die reden wordt de behandeling uitgevoerd door pleegzorgwerkers. Pleegouders worden ondersteund bij de opbouw van de nieuwe relatie met hun pleegkind. Voor het wetenschappelijke onderzoek is gekozen voor kinderen in de leeftijd van nul tot vier jaar oud. Kinderen die geplaatst worden in een pleeggezin hebben bepaalde verwachtingen ten aanzien van de beschikbaarheid van de pleegouders. Deze verwachtingen hangen mede af van datgene wat ze voorheen hebben meegemaakt in relaties met belangrijke personen als de ouders.

Pleegouders hebben zelf ook verwachtingen van de relatie met hun pleegkind. Zij hebben eigen motieven waarom ze zijn begonnen met het opvangen van pleegkinderen. Deze verwachtingen zijn deels afhankelijk van de eigen achtergrond, maar ook van de informatie die zij hebben gekregen over het kind. Soms kloppen deze verwachtingen niet en ontbreken er veel gegevens. De kans is groot dat verwachtingen en verhalen een rol gaan spelen in de relatieontwikkeling. Op zich is dit geen ramp. Het gebeurt immers in elke relatie, maar juist bij pleegkinderen is het goed om je als pleegouder meer bewust te zijn van hoe je kijkt en je pleegkind begrijpt. Wat zijn je eigen motieven en waar liggen je valkuilen?

De PPI wil pleegouders handvatten bieden als het gaat om de eigen houding, zodat de pleegouder zijn of haar kracht optimaal kan inzetten ten bate van de groei en ontwikkeling van het pleegkind. De PPI bevordert de emotionele beschikbaarheid van de pleegouder voor het pleegkind, de ouderschapsvaardigheden en het zelfvertrouwen van de pleegouder met als resultaat een prettige en plezierige pleegouder-pleegkindrelatie, waarin het pleegkind zich begrepen en gerespecteerd voelt.

De methode
In zes huisbezoeken worden verschillende aspecten met pleegouders doorgenomen met behulp van video-opnames die gemaakt worden van de interactie tussen pleegouder en pleegkind. Hiervoor wordt een opbouw gevolgd die in de eerste
sessie begint met ‘observeren’ (zie ook figuur rechts). Hoe kijk je naar je kind? Zie je alleen een druk kind of zie je een kind dat zich geen raad weet met spanning? Zie je een verdrietig kind of zie je een kind dat zich terugtrekt, omdat het zich geen raad weet met de nieuwe situatie? Observeren betekent werkelijk het kind willen zien en is daarmee een eerste stap naar emotionele beschikbaarheid. Pleegzorg­werker en pleegouders analyseren vervolgens een video met behulp van de tekening ‘Cirkel van veiligheid en vertrouwen’. Volgt het pleegkind de cirkel, met andere woorden is er evenwicht tussen ‘op ontdekking uitgaan’ en ‘terugkomen en veiligheid zoeken’? Als er geen evenwicht is, waar stokt het dan?

Pleegouders krijgen aan het eind van de sessie huiswerk mee in de vorm van reflectievragen en opdrachten. In de sessies erna worden de volgende thema’s uitgewerkt:
Hoe kan je veilig zijn? Troosten bij afwezigheid en bij woedebuien. Hoe reageert mijn pleegkind op stress? Hoe kan ik vertrouwen geven? De rest van het gezin en je eigen valkuilen. Met behulp van video, huiswerkopdrachten en andere tekeningen wordt de relatie steeds verder uitgediept en vorm gegeven.

Onderzoek
De PPI is ontwikkeld als een methode voor pleegzorg. Op dit moment doen vier pleegzorginstellingen mee, Trias Jeugdhulp, de Rading Jeugdhulp Utrecht, Jeugdhulp Friesland en Jeugdzorg Flevoland. Pleegzorgmedewerkers zijn opgeleid om de interventie uit te voeren.

Per twee instellingen is er elke zes weken intervisie, waarin de voortgang en kwaliteit wordt besproken. Alle pleegzorginstellingen die meedoen zijn enthousiast. De eerste resultaten laten zien dat er in de praktijk een duidelijk en positief effect is te zien op de wijze waarop het pleegkind reageert.

Het wetenschappelijk onderzoek moet antwoord geven op verschillende vragen. Als eerste wordt gekeken of er een groep kinderen is die stress heeft of hebben alle kinderen stress? Helpt de PPI om de stress te verminderen? Helpt de PPI pleegouders om meer zelfvertrouwen te krijgen en leidt dat tot meer succesvolle plaatsingen? Uiteindelijk hopen de onderzoekers ook aan te tonen of de ontwikkeling van kinderen wordt ondersteund en of de PPI preventief werkt tegen het ontstaan van gedragsproblemen. Als pleegouders besluiten mee te willen werken aan het onderzoek dan wordt met een video-opname en met vragenlijsten de huidige situatie in kaart gebracht. Het pleegkind wordt na toestemming van de ouders onderzocht op stressreacties. Dit wordt gedaan door bij het kind ’s ochtends en ’s avonds een beetje speeksel af te nemen, waarvan het cortisol wordt gemeten. De hoeveelheid cortisol vormt een sterke aan­wijzing voor stress.

Omdat onderzocht moet worden of de PPI werkt, zijn er in het onderzoek twee groepen die gevolgd worden. In de ene groep wordt de PPI gedaan en de andere groep krijgt de gebruikelijke pleegzorgbegeleiding. Deze twee groepen worden met elkaar vergeleken door middel van eenzelfde meting na een half jaar. Het onderzoek wordt begeleid door de universiteit van Groningen (orthopedagogiek) en de universiteit van Nijmegen (Infant Mental Health). Het onderzoek is bedacht en wordt vorm gegeven door kinderpsychiater Hans van Andel. <

Hans van Andel is kinder- en jeugdpsychiater, onderzoeker en werkzaam bij Dimence, Divisie Jeugd en Autisme. Dimence is een GGZ-instelling in het oosten van Nederland met als verzorgingsgebied een groot deel van Overijssel.

Pleegzorginstellingen die geïnteresseerd zijn in de toepassing van de PPI en willen meedoen met het onderzoek kunnen contact opnemen via h.vanandel@dimence.nl.

“Rijles  na vijftien jaar rijbewijs”

Bij  de komst van Stan, haar vierde pleegkind, deed Annemarie mee aan de  pilot voor de Pleegkind-Pleegouder Interventie:

“Natuurlijk  wilde ik meedoen, wie weet zit er wel wat nieuws bij. Ik vond het een  zinvolle manier van begeleiden, die veel oplevert, alleen al omdat de  begeleider iedere week bij je komt. Ik heb veel geleerd van de  video-opnames: je krijgt informatie over je eigen functioneren. Ook  zag ik hoe Stan bij anderen over hun grenzen gaat. Zonder deze  beelden was me dit niet opgevallen. Veel van het gedrag van Stan dat  aan de orde kwam, zijn ‘eyeopeners’. Hij doet dingen niet om mij  te irriteren, maar omdat hij  al vier jaar thuis de dienst uitmaakt.
Ik weet dat wel, maar werd  er door de PPI weer bewust van gemaakt.

Een  aantal opdrachten vond ik zweverig: ‘ga met je ogen dichtzitten en  haal eens diep adem’ terwijl Stan zowat de kamer aan het afbreken  was. Dan heb je toch allang gehandeld! Wel vond ik het goed dat ik  bewust stil moest staan bij wat zijn gedrag met mij doet. Gedurende  de dag was ik alerter: daar is zo’n moment, dat moet ik onthouden  en opschrijven. De opbouw van de vragen en steeds terugkerende  noodzakelijke invulrubrieken gingen wat irriteren: wat doet het met  jou, wat denk je dat je kind nu voelt enzovoorts.  Steeds weer bij iedere gebeurtenis.

Stan  woont nu driekwart jaar bij ons. Als ik terugkijk op de PPI , merk ik  dat het me nog steeds iets oplevert. Ik ben iemand die nogal snel  iets regelt en oplost.
Ik neem nu vaker afstand en wacht af, ik  zit er niet meteen bovenop. Het blijkt dat Stan of de andere kinderen  daardoor soms zelf tot een oplossing komen. Ik denk ook dat de  ingroei van Stan sneller is verlopen, omdat we zaken heel bewust met  hem hebben opgepakt.
Ik vind PPI een aanrader voor beginnende  pleegouders, maar ook voor ervaren pleegouders. Het voelt een beetje  als een rijles na vijftien jaar rijbewijs.”


Tags: ,