Verslaafd geboren: gevolgen voor later?

Er bestaan misverstanden en vooroordelen over drugsgebruik tijdens de zwangerschap en de latere gevolgen voor de ontwikkeling van het kind. Vaak wordt gedacht dat het gebruik van legale ‘drugs’ zoals nicotine en alcohol minder schadelijk is voor de kinderlijke ontwikkeling dan het gebruik van illegale drugs zoals cocaïne, heroïne en amfetamine. Ook worden eventuele negatieve gevolgen soms ten onrechte doorgetrokken naar de pleegzorg.

Volgens een recente schatting zou er bij een derde van de pleegkinderen in Nederland sprake kunnen zijn van problemen met drugs en/of alcohol bij de ouders (1). Over de schadelijke en langdurige gevolgen van alcohol en ook roken tijdens de zwangerschap is inmiddels aardig wat bekend, maar wat weten we over de latere gevolgen van drugsgebruik tijdens de zwangerschap? Hoe vergaat het (pleeg)kinderen die drugsverslaafd geboren zijn?

De gevolgen van prenatale blootstelling aan drugs op de hersenontwikkeling van het ongeboren kind zijn complex en hangen onder andere af van de hoeveelheid en het tijdstip in de zwangerschap waarop de drugs werden gebruikt. Meer drugs en een langere periode van drugsgebruik zijn daarbij schadelijker voor het ongeboren kind. Bekend zijn de trieste verhalen over de periode na de geboorte waarbij de baby ontwenningsverschijnselen laat zien zoals onrust en huilgedrag. Opvallend genoeg lijkt het onderzoek dit minder sterk te bevestigen voor wat betreft de latere ontwikkeling van het kind: er worden enkele negatieve gevolgen gemeld, maar er is ook onderzoek waarbij weinig of geen schadelijke gevolgen werden gevonden. Toch leeft in de publieke opinie het idee dat drugsverslaafd geboren kinderen zich (veel) minder goed ontwikkelen.

Vooroordeel over illegale middelen

Van roken (nicotine) en alcoholgebruik tijdens de zwangerschap is bekend dat het risico’s oplevert voor de ontwikkeling van het kind. Er is een grotere kans op leerproblemen en hyperactief (druk) gedrag. Over de gevolgen van drugsgebruik tijdens de zwangerschap voor de latere ontwikkeling van het kind is minder bekend, maar er wordt wel druk over gespeculeerd.

Op internet schrijft een pleegmoeder: “Ons pleegkind is drugsverslaafd geboren, maar wij merken er eigenlijk niets van. Geen bijzondere gezondheidsklachten en de ontwikkeling verloopt normaal. Toch zijn er mensen die tegen ons zeggen, ‘het gaat nu goed, maar uw pleegkind is wel drugsverslaafd geboren, dus er kan nog van alles misgaan’.”

Dit citaat is een goed voorbeeld van een wijdverbreid vooroordeel over het gebruik van illegale drugs zoals cocaïne, heroïne en amfetamine in vergelijking met ‘legale’ middelen (nicotine en alcohol) tijdens de zwangerschap. Omdat drugs illegaal zijn, wordt al snel gedacht dat de uitwerking ervan op het kind schadelijker is dan de gevolgen van roken en drinken tijdens de zwangerschap. Waarschijnlijk koppelen we illegale drugs aan negatieve begrippen als criminaliteit en gewelddadigheid (die op zich natuurlijk ook schadelijke gevolgen kunnen hebben op de kinderlijke ontwikkeling). Onderzoek heeft echter uitgewezen dat de zogenaamde ‘legale drugs’, nicotine en alcohol, meer schade toebrengen aan de opbouw van de hersenen en de neurobiologische functies van het ongeboren kind dan het gebruik van illegale drugs zoals cocaïne (2).

Niet zomaar doortrekken naar pleegkinderen

Volgens internationaal onderzoek vergroot drugsgebruik tijdens de zwangerschap de kans op latere problemen met het leren op school en in mindere mate op emotionele en gedragsproblemen. Echter, deze negatieve gevolgen worden vooral en het sterkst gevonden bij kinderen die bij hun ouders bleven wonen in risicovolle omstandigheden. Bij ouders die soms drugs bleven gebruiken of worstelden met afkicken, geldzaken, psychische problemen en werkeloosheid. Kortom, omstandigheden waarvan bekend is dat ze een negatieve invloed hebben op het opvoeden en opgroeien van kinderen en die soms zelfs uitmonden in verwaarlozing en kindermishandeling.
Wanneer deze drugsverslaafd geboren kinderen ergens anders werden opgevangen, bij familie of in pleeggezinnen, begonnen ze vaak met een achterstand maar die achterstand kon door de verbeterde zorg voor een groot deel worden ingehaald. Dit maakt het ook zo lastig om de sterk wisselende onderzoeksresultaten goed te begrijpen: soms werden negatieve gevolgen gevonden, maar soms ook niet. Tekenend zijn die onderzoeken waarbij een vooruitgang in schoolse vaardigheden werd gevonden bij drugsverslaafd geboren kinderen. Het ging dan om kinderen waarbij een verbetering in hun leefomgeving had plaatsgevonden, hetzij door een pleeggezinplaatsing, hetzij door een opvoedingsondersteuningsprogramma dat de ouders kregen.

Dit wijst erop dat de postnatale omgeving, dus de opvoeding na de geboorte, een grotere invloed op de verstandelijke ontwikkeling van het kind kan hebben dan de prenatale omgeving (de blootstelling aan drugs in de baarmoeder) (3). De ontwikkeling van kleine kinderen blijkt plastisch en veerkrachtig te zijn. Bij een verandering ten goede profiteren kinderen direct en gaat hun ontwikkeling met sprongen vooruit.

Gehechtheid en gedrag

Bij een grootschalige inventarisatie van gehechtheidsonderzoek werd geen verschil gevonden tussen pleegkinderen die wel en pleegkinderen die niet te maken hadden gehad met drugsgebruik tijdens de zwangerschap (4). Kinderen die drugsverslaafd geboren waren, hadden een even grote kans om zich veilig te hechten aan hun pleegouders als kinderen die niet drugsverslaafd geboren waren.

Ook onderzoek naar emotionele en gedragsproblemen wijst in dezelfde richting. Bij een Nederlands onderzoek naar 419 pleegzorgdossiers (waarvan 47% netwerkpleegzorg) werden de volgende problemen bij de ouders onderscheiden: gebruik van drugs en/of alcohol, slachtoffer van fysiek of seksueel geweld en tot slot psychiatrische problemen (1).
De pleegkinderen met ouders met drugs- of alcoholproblemen hadden niet een grotere kans op het krijgen van emotionele en gedragsproblemen toen zij gemiddeld ruim negen jaar oud waren. Een groter risico op dergelijke problemen hing eerder samen met andere aspecten van hun voorgeschiedenis, zoals het meemaken van meerdere overplaatsingen of het betrokken zijn bij huiselijk geweld.

Voorzichtig optimistisch

De beschikbare kennis wijst erop dat we voorzichtig optimistisch mogen zijn over de gemiddelde ontwikkelingskansen van de groep drugsverslaafd geboren pleegkinderen. Ze hebben evenveel kans om zich goed te hechten aan hun pleegouders als kinderen die niet verslaafd geboren werden. Ook blijkt het pleeggezin ruimte te bieden aan groei en inhaalgroei van deze kinderen.

Meer informatie over drugs: www.drugsinfo.nl of bellen met de Drugs Infolijn (0900-1995).                                <

(1) ‑Strijker, J. & Knorth, E.J. (2009). Factors associated with the adjustment of foster children in the Netherlands. American Journal of Orthopsychiatry, 79(3), 421-429.
(2) ‑Thompson, B.L., Levitt, P, & Stanwood, G.D. (2009). Prenatal exposure to drugs: effects on brain development and implications for policy and education. Nature Reviews Neuroscience, 10, 303-312.
(3) ‑Topley, J., Windsor, D., & Williams, R. (2007). Behavioural, developmental and child protection outcomes following exposure to Class A drugs in pregnancy. Child: care, health and development, 34(1), 71-76.
(4) ‑Van den Dries, L., Juffer, F., Van IJzendoorn, M.H., & Bakermans-Kranenburg, M.J. (2009). Fostering security? A meta-analysis of attachment in adopted
children. Children and Youth Services Review, 31, 410-421.


Tags: ,