Pleegzorg en religie, gaat dat samen?

Auteur: Arie van Houwelingen  

Menig matcher zal er van tijd tot tijd mee bezig zijn. Op welke problemen stuit je als een kind uit een niet-gelovig gezin geplaatst wordt in een pleeggezin dat kerkelijk is? Wat kunnen ouders verlangen en hoe gaat het pleegkind om met de gezinsrituelen van het pleeggezin? Een islamitisch pleegkind in een niet-islamitisch pleeggezin zorgt ook voor dilemma’s.

Wat wij meegekregen hebben, proberen we aan onze kinderen door te geven. Ouders zijn, als het goed is, altijd vormend bezig. Ze leren hun kinderen sociaal gedrag, zoals tafelmanieren en dankjewel zeggen. Ook godsdienstige opvoeding begint aan de buitenkant. Kinderen leren mee te doen met het tafelgebed, zingen christelijke liedjes ver voor ze er iets van snappen en gaan op zondag mee naar de kerk. De geloofsopvoeding was in mijn jeugd nog geheel ingebed in gezin, buurt, club, school en kerk en gebeurde schijnbaar vanzelf. Thuis waren er de vaste rituelen van Bijbellezen, gebeden, zondagse gebruiken en de feestdagen.

Veel veranderd

Inmiddels leven we in een andere tijd. Er is weinig sociale controle meer en ieder doet wat goed is in zijn ogen. De mensen naast wie we wonen zijn anderen dan met wie we werken en dat zijn weer anderen dan met wie we onze vrije tijd doorbrengen en weer anderen met wie we naar de kerk gaan. W. ter Horst, hoogleraar pedagogiek, zegt dat het met de geloofsopvoeding tegenwoordig is als met een Fries gezin dat in Brabant woont en de kinderen Fries wil leren. Hoeveel moeilijker heb je het dan niet als je uit Marokko komt en je wilt je kinderen opvoeden in de sfeer van de islam? Nog moeilijker is het als je kind noodgedwongen geplaatst moet worden in een niet-islamitisch Hollands pleeggezin.

Varkensvlees

Hoe belangrijk is godsdienst eigenlijk voor (pleeg) kinderen? Daarover lopen de meningen ver uiteen. Voor gelovigen is God degene boven wie niets groters denkbaar is. Dus ik kan wel begrijpen dat het ‘erg tegen de zin is’ van ouders uit streng gereformeerde hoek, als hun dochter wordt geplaatst in een onkerke­lijk pleeggezin. Eveneens dat een moslimvader die zijn geloof serieus neemt, er op staat dat zijn zoon ook in een pleeggezin geen varkensvlees eet en zondags naar de Koranschool gaat. Het is echter ook te begrijpen dat kinderen in het pleeggezin geen buitenbeentje willen zijn en naar dezelfde school willen als de andere kinderen uit dat gezin en ook ‘dol zijn op de worstenbroodjes van oma.’ Dat ‘de hel losbreekt’ als de ouders hiervan horen, vind ik ook niet vreemd. Dus wat te doen? Ik wil hier een paar aspecten noemen die mij van belang lijken voor dit onderwerp.

Normen en waarden

Allereerst gelden voor de geloofsopvoeding van pleegkinderen geen andere regels en uitgangspunten dan voor de hele opvoeding. De belangrijkste regel lijkt mij dat we altijd te maken hebben met de normen en waarden van de eigen ouders én die van het pleeggezin. Het hoort bij de basishouding van pleegouders om de afkomst en identiteit van de ouders niet alleen te respecteren, maar er ook expliciet ruimte voor te maken. Die ouders zijn immers (tijdelijk) buitenspel gezet, moeten hun kinderen aan vreemden afstaan en kunnen weinig of geen invloed meer uitoefenen.

Pleegouders beseffen dat en zullen zoveel als mogelijk elementen van de thuissituatie een plaats geven in het pleeggezin. Zeker geldt dat voor een zo gevoelig en emotioneel onderwerp als de eigen godsdienstige overtuiging. Goede pleegouders zullen zich willen verdiepen in de godsdienst van de ouders van hun pleegkind en in overleg met hen een lijn uitstippelen hoe deze in de opvoeding gestalte kan krijgen. Pleegouders die vanuit eigen overtuiging niet open kunnen staan voor andere godsdiensten en levens­beschouwingen, zijn daarom minder of niet geschikt om kinderen uit gezinnen op te vangen met zo’n andere godsdienst of levensbeschouwing. Laat staan dat een pleegsituatie zou mogen worden misbruikt om zieltjes te winnen voor het eigen geloof.

Niet neutraal

Daarnaast is het onontkoombaar dat voor korte of lange tijd de opvoeding van het kind wordt over­genomen door het pleeggezin. Mogen eigen normen en waarden en eigen godsdienst of levensoriëntatie een rol spelen? Uiteraard, het zou niet anders kunnen. Als pleegouders een zekere muzikale opvoeding belangrijk vinden, zullen ze die ook willen en mogen geven aan hun pleegkinderen. Als ze zelf goede ervaringen hebben met de padvinderij of met een bepaalde sportbeoefening, idem. Is het anders als ze een christelijke school belangrijk vinden?

Als ze willen dat kinderen ook in aanraking komen met godsdienstige gebruiken als gebed aan tafel, Bijbelverhalen, kerst- en paasvieringen, kerkdiensten? Er zijn denk ik geen redenen te bedenken waarom pleegouders zich op dit terrein ineens neutraal zouden moeten opstellen, tenzij de eigen ouders hebben aangegeven dat ze dit niet willen. Het in acht nemen van hun grenzen, is een harde voorwaarde om deze kant van de opvoeding invulling te geven.

Meedoen

Natuurlijk heeft het pleeggezin zelf ook grenzen. Waar normen en waarden van de ene cultuur botsen op de andere, zal toch één partij water bij de wijn moeten doen. Wat als ouders per se willen dat hun dochter een hoofddoek draagt, de pleegouders bang zijn voor stigmatisering en de pleegdochter het zelf ook niet wil? Dan is overleg nodig, maar uiteindelijk beslissen de pleegouders in het belang van hun pleegkind. Meestal liggen de zaken niet zo hard en scherp. Stel dat in een allochtoon gezin rijst met de hand wordt gegeten. Ik denk dat in het pleeggezin dan toch het bestek niet in de la blijft liggen. Zou het niet aardig zijn, om ook eens een keer te eten op de manier zoals het pleegkind thuis gewend was?

Culturen en godsdiensten kunnen elkaar ook positief beïnvloeden. Zo zou je als pleeggezin iets uit een andere godsdienst mee kunnen vieren, zoals het hindoestaans lichtfeest en het Suikerfeest aan het eind van de ramadan.

Wat als je zelf niet zo godsdienstig bent? Dan zijn er altijd nog de kinderen die met allerlei vragen rond­lopen. Opgroeiende kinderen houden zich immers bezig met leven en dood en de wereld om hen heen en zij ontwikkelen niet zelden een fascinatie voor het onzichtbare en niet-kenbare. ‘Godsdienst geeft woorden aan dat onuitspreekbare en houdt er een lichtje bij’ (1). Volgens de eerder genoemde professor Ter Horst is geloven een wezenskenmerk van een mens, zoals spreken. Je gelooft, want je leeft ergens voor, je stelt je vertrouwen op iets of iemand. Je hebt een droom of een beeld hoe het eigenlijk zou moeten zijn. Je hart gaat uit naar iets of iemand. Dat is ‘geloven in’. Dit terrein van het leven verkennen en een weg daarin vinden voor jezelf en met en voor je (pleeg)kinderen is een mooie en goede zaak, die ik iedereen kan aanbevelen.                                                              <

Arie van Houwelingen is predikant van de Protestantse Kerk in Nederland. Met vrouw en kind is hij pleeggezin geweest voor crisisopvang.

(1) Zie Martha Fay, ‘Hebben kinderen godsdienst nodig? Hoe ouders vragen naar de zin van het leven beantwoorden’, Ten Have, Baarn.

W. ter Horst, ‘Wijs me de weg! Mogelijkheden voor een christelijke opvoeding in een postchristelijke omgeving’. Kok – Kampen.


Tags: , ,