Pleegzorg en levensbeschouwing

Artikel 20 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) beschrijft hoe (onder andere) rekening gehouden moet worden met de levensbeschouwelijke achtergrond van het pleegkind.

Kinderen zonder familie

Artikel 20:
1. Een kind dat tijdelijk of blijvend het verblijf in het gezin waartoe het behoort, moet missen of dat men in zijn of haar eigen belang niet kan toestaan in het gezin te verblijven, heeft recht op bijzondere bescherming van staatswege.
2. (…)
3. Deze zorg kan, onder andere, plaatsing in een pleeggezin omvatten, ‘kafalah’ volgens het islamitische recht.

Bij het overwegen van oplossingen wordt op passende wijze rekening gehouden met de wenselijkheid van continuïteit van de opvoeding van het kind en met de etnische, godsdienstige en culturele achtergrond van het kind en met zijn of haar achtergrond wat betreft taal (lid 3 van artikel 20 IVRK).

Deze inspanningsverplichting met betrekking tot de levensbeschouwelijke achtergrond van het (pleeg) kind blijkt ook uit onze nationale wetgeving. In artikel 15 van de Wet op de jeugdzorg is opgenomen dat Bureau Jeugdzorg in de uitvoering van haar werk de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en culturele achtergrond van de cliënt als uitgangspunt moet nemen. Deze eis houdt niet in dat een cliënt per se geholpen moet worden door iemand die deze achtergrond met de cliënt deelt. Wel moet Bureau Jeugdzorg er voor zorgen geen beslissingen te nemen die haaks staan op de religie, levensovertuiging of culturele achter­grond van de cliënt.

Casus: Hanif

Hanif woont in een pleeggezin sinds hij een paar weken oud is. Zijn moeder kampt met drugsproblematiek en is van het ouderlijk gezag ontheven. Bureau Jeugdzorg heeft het gezag over Hanif. Op afstand heeft de moeder sporadisch contact met haar zoon. Tegen zijn vierde verjaardag neemt zij contact op met de voogdijwerker van Hanif. Ze wil dat Hanif wordt besneden. De voogdijwerker beslist daarop met zijn leidinggevende dat Hanif zo snel mogelijk moet worden besneden. Zo kan hij op latere leeftijd onbelemmerd deel uitmaken van zijn oorspronkelijk milieu. De pleegouders maken bezwaar tegen de gang van zaken. Zij zijn niet gekend in het besluit, terwijl zij al jarenlang Hanifs opvoeders en verzorgers zijn en blijven. Zij brengen naar voren dat besnijdenis geen medisch noodzakelijke ingreep is en vrezen dat de ingreep negatieve gevolgen heeft voor Hanif. De pleegouders pleiten ervoor om Hanif zelf te laten beslissen op een later moment in zijn leven.
In een rechtszaak waar de ouders met gezag verschillend dachten over het besnijden van hun zoon, heeft de rechter gekozen voor uitstel van de beslissing tot de jongen deze zelf kan nemen. Als een besnijdenis is uitgevoerd, is deze immers onomkeerbaar. De jongen kan zelf op latere leeftijd kiezen voor besnijdenis om zijn culturele en religieuze identiteit te bevestigen. De leefregels van de islam worden met dit uitstel niet geschonden. Besnijdenis is als verplichting niet opgenomen in de koran, maar geldt als een culturele verplichting. De leeftijd waarop besnijdenis moet worden uitgevoerd, staat niet vast. Deze uitspraak kan houvast bieden aan Bureau Jeugdzorg.
(Gerechtshof Den Bosch, 26 november 2002, LJN: AF2955).

Casus: Jacob

Jacob is veertien jaar en komt uit een streng gereformeerd gezin. Jacob staat onder toezicht en woont sinds enkele jaren in een gereformeerde leefgroep. Om het weekend logeert hij bij zijn voormalige pleegouders. De plaatsing in de leefgroep is perspectief biedend, dit betekent dat er vanuit de jeugdzorg geen mogelijkheden meer worden gezien in een thuisplaatsing. Op de leefgroep is het mogelijk voor de jongeren om aan sport te doen. Jacob heeft voor voetbal gekozen. De ouders van Jacob maken hiertegen bezwaar en geven geen toestemming omdat zij vinden dat deze sport strijdig is met hun geloof. Het is in dit geval geheel verdedigbaar dat Jacob toch mag gaan voetballen. Immers, er is geen perspectief op een thuisplaatsing en de hulp en steun mag er, gelet op de leeftijd van Jacob en zijn ontwikkelingsniveau, derhalve op zijn gericht zijn zelfstandigheid te vergroten (artikel 1:257 lid 4 BW). Het zelfstandig kiezen voor een sport kan hier ook bij horen.                                    <

Mariska Kramer is werkzaam als advocaat voor het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering en werkt als zelfstandig advocaat in Amsterdam aan de Middenweg 57a.


Tags: ,