Pleegouders in Noord-Ierland

Auteur: Jolanda Stellingwerff  

Tony en Michelle Smith zijn begin dertig en wonen in een klein dorpje in Noord-Ierland. Ze zijn pleegouders van drie meiden, waarvan twee zusjes. In Noord-Ierland worden pleegouders betaald. Voor ieder kind krijgen pleegouders een soort salaris. Michelle bezocht samen met haar oudste pleegdochter de pleegzorgconferentie IFCO in Dublin, in juli van dit jaar.

Wat is de samenstelling van uw gezin?
Michelle: “De zusjes Shannon (9) en Amelia (5) wonen sinds twee jaar bij ons. Tony bleef vanaf dat moment thuis en werd huisman, wat in ons land heel bijzonder is. Een jaar geleden kwam Kirsty (12). Vanaf dat moment ben ik ook thuis en zijn we er fulltime voor de kinderen. Verder hebben we een hond, Marley, van een jaar oud.”

Hoe kwam u er toe om pleegouder te worden?
“We hebben het altijd al over kinderen gehad en wilden graag iets betekenen voor kinderen, naast onze eigen
kinderwens. In een advertentie lazen we over pleegzorg. We hadden allebei al ervaring met het zorgen voor neefjes en nichtjes, dus dit leek ons wel wat. We hebben bewust gekozen om te beginnen met pleegkinderen. Onze toekomstige kinderen zullen niet beter weten dan dat zij de jongste zijn. We denken dat pleegzorg voor hen zo veel gewoner aanvoelt.”

Hoe reageerde uw omgeving en familie op het pleeg­ouderschap?
“Onze vrienden reageerden heel positief. Ook mijn familie reageerde goed. Tony’s familie was een ander verhaal. Hij heeft een adoptiebroer die voor veel problemen heeft gezorgd. Daardoor hadden zij moeite met onze beslissing. Inmiddels zien ze hoe wij met de kinderen werken en hoe goed het met de meiden gaat. Ook is voor hen het verschil tussen adoptie en pleegzorg duidelijker geworden. Zij zijn nu heel positief.”

Hoe ziet uw begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
“Omdat we beiden thuis zijn, ondersteunen we vooral elkaar. De instelling is erg goed, we hebben een begeleider die we 24 uur per dag kunnen bellen. De instelling kan zo nodig de kinderen opvangen. Vanuit de instelling zitten we in een team voor overleg over de kinderen, daar is de school ook in vertegenwoordigd. Verder maakt de gezinsvoogd deel uit van het team en soms is een van de kinderen er zelf bij.”

Waar heeft u steun bij nodig, waar bent u onzeker over?
“Soms hebben we steun nodig en dan zijn ze er voor ons. Ik heb op de IFCO gezien dat het ook wel eens anders gaat, dat er beslissingen buiten je om worden genomen. Dat is bij ons helemaal niet zo, wij zijn heel gelukkig met hoe het gaat.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
“De jongste twee zijn vrijwillig geplaatst en het contact verloopt soepel. Wij maken zelf de afspraken voor bezoek. Het is wel eens ingewikkeld dat er zoveel contact is, omdat hun moeder veel op ons leunt. Ze komt dan met dingen bij ons die ze eigenlijk met haar maatschappelijk werker moet bespreken. Bij Kirsty is het bezoek via de rechter geregeld. Ze ziet haar familie een keer in de maand, maar ze gaat liever niet. Ze heeft daarnaast goed contact met haar zusje, dat loopt heel anders. We kunnen zo met de voogd bellen voor een afspraak en dat is erg fijn.”

Hoe hopen jullie dat de pleegkinderen om zullen gaan met jullie toekomstige kinderen?
“Vanuit ons perspectief zijn onze pleegkinderen gewoon familie. Zij zijn hier het eerst en zullen dat altijd blijven, ook als er kinderen van ons bij komen. Het is een bewuste keuze geweest om het zo te doen.”

Welke praktische problemen komt u tegen?
“Bij de plaatsing van Shannon en Amelia geen. Alles wat er speelt, is zo opgelost. Bij de plaatsing van Kirsty, door de kinderrechter, is het moeilijker om iets op te lossen. Als ik een handtekening nodig heb, duurt het drie tot vier weken voordat de directeur van de instelling die heeft gezet. Voor een operatie bijvoorbeeld moesten veel papieren worden getekend. Zonder handtekeningen geen operatie. Dat vind ik echt een probleem.”

Zijn er momenten waarop u denkt, hier had ik nooit aan moeten beginnen?
“Ja die heb ik wel, maar twee seconden later ben
ik het weer vergeten. De bureaucratie, de regels, de politiek. Wij zijn erg gericht op het kind en doen dit werk vanuit liefde voor kinderen. Al die wetten en regels vinden wij veel minder belangrijk, terwijl het vaak veel tijd in beslag neemt.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor?
“We zien iedere dag hoeveel de meiden zijn veranderd. Hun gezondheid, het contact met andere mensen, de dingen die ze leren en de stappen die ze durven zetten. We zien de blijdschap in hun ogen.”


Tags: ,