Matching en geloofsachtergrond

Auteur: Piet Verpoorte  

Bij het zoeken naar een plek voor een kind in een pleeggezin zijn er veel belangrijke factoren waar rekening mee gehouden moet worden. Denk aan de regio/woonplaats, de school, de samenstelling van het pleeggezin en de sociaal-culturele achtergrond. Piet Verpoorte is matcher bij de pleegzorgafdeling van Stichting AZZ in Zeeland en vertelt over de rol die religie speelt bij het matchen van een kind en een pleeggezin.

Het zou prettig zijn als de sociaal-culturele achtergrond van een pleeggezin enigszins overeenkomt met die van het kind. Een van de items is dan de religieuze achtergrond. Hoewel bij veel aanvragen wordt aan­gegeven dat er geen religieuze achtergrond is of dat deze niet in de praktijk wordt gebracht, is het wel degelijk van belang om te proberen rekening te houden met de wensen van ouders hierin. Als ouders zich kunnen vinden in de keuze van het pleeggezin, zal dit hen kunnen helpen in het acceptatieproces. Dat vergroot de kans op een geslaagde plaatsing.

Schaars aanbod

Nu is het met het zoeken naar een pleeggezin zo dat er meestal weinig keuze is. Pleeggezinnen met een aanbod dat aansluit op de vraag van het kind zijn sowieso schaars. Op dit moment is het bijvoorbeeld al lastig om voor een kind van pakweg twaalf jaar of ouder een plek te vinden waar het langdurig mag blijven. Als daarbij een bepaalde geloofsachtergrond gewenst is, wordt het helemaal moeilijk. Er zal dan overlegd moeten worden over een oplossing die voor iedereen aanvaardbaar is.

De meeste informatie over kinderen waarvoor een pleeggezin wordt aangevraagd, komt uit de rapportage van de plaatsende instelling. In ons geval is dat vaak Bureau Jeugdzorg Zeeland. Zij sturen hun indicatiebesluit met bijbehorend analyseverslag. In deze rapportage is geen plek voor de religieuze achtergrond. Bij het kopje ‘culturele achtergrond’ wordt meestal ‘Nederlandse’ ingevuld.

Het lijkt er op dat het onderwerp geen belangrijke rol (meer) speelt. Een mogelijke verklaring kan zijn dat wanneer het voor ouders wel belangrijk is, zij een beroep doen op een hulpverleningsinstelling met een duidelijk levensbeschouwelijke achtergrond. Bijvoor­beeld de SGJ (Stichting Gereformeerd Jeugdwelzijn), een instelling voor christelijke jeugd- en pleegzorg. Deze organisatie heeft een eigen bestand van pleeg­gezinnen.

Ruimte en respect

Bij de voorbereiding van pleeggezinnen wordt altijd gevraagd naar de levensovertuiging. Het is tevens een gespreksonderwerp bij de huisbezoeken. In het gezinsverslag is later te lezen in hoeverre een gezin ‘praktiserend’ is en wat ze op dat gebied van een pleegkind verwachten. Een andere vraag is hoeveel ruimte de pleegouders willen geven aan een kind dat afkomstig is uit een gezin met een andere religieuze achtergrond. Zijn zij bereid om rekening te houden met andere eet- en leefgewoontes?

Daarbij gaat het er niet om dat pleegouders hun levensstijl moeten veranderen. Het gaat om respect voor een andere levensovertuiging en de bereidheid om daar waar mogelijk rekening mee te houden. Wij zochten bijvoorbeeld naar een plek voor een jongetje met een moslimachtergrond. Er was alleen een praktiserend christelijk gezin beschikbaar. De ouders van de jongen vonden dat in dit geval beter dan een gezin waar helemaal niks gedaan werd aan geloofsopvoeding en stemden in met de plaatsing. Ook bij het plaatsen van een kind uit een gezin zonder geloofsachtergrond in een praktiserend gezin is het een goede gewoonte om aan de ouders van het kind te vragen of ze hiermee akkoord kunnen gaan.


Tags: , ,