Je dochter het huis uit

Auteur: Jolanda Stellingwerff  

Jarenlang zette Tineke alles op alles om haar dochter Adina (14) thuis te houden. Samen met haar man Mark liep ze van Adina’s derde tot haar tiende levensjaar alle mogelijke vormen van hulpverlening af. Uiteindelijk valt het besluit dat het beter is als Adina ergens anders gaat wonen. De beslissing geeft lucht aan het gezin, waar ook Hidde (16) en Jelco (12) deel van uitmaken. De strijd is na de uithuisplaatsing echter nog niet voorbij.

Tineke en Mark wonen in een Drents dorp. Mark is kunstenaar, Tineke werkte jarenlang als groepsleider in de jeugdzorg en is tegenwoordig mediator. Adina werd geadopteerd toen ze zeven maanden was. Tineke: “We hebben ons goed voor­bereid. We kregen een cursus en lazen veel. We besloten voor een heel jong kindje te kiezen. Er was verteld dat een hechtingsstoornis zich ontwikkelt vanaf acht tot tien maanden. We dachten dus dat het wel goed zat.” Adina was een open en vrij meisje dat gemakkelijk contact maakte. Thuis was ze anders. Ze kon zichzelf alleen in de box goed vermaken, daarbuiten zorgde ze dat ze steeds bij Tineke in de buurt was. “Toen ze drie werd, hebben we de psycholoog van het consultatiebureau geraadpleegd. Adina ontwikkelde zich anders dan andere kinderen, er klopte iets niet.”

Koffertje pakken

Na het onderzoek ging Adina naar een medisch kleuterdagverblijf, gevolgd door speciaal onderwijs en speltherapie. Het leek erop dat Adina een hechtingsstoornis had. Ze kreeg de ene behandeling na de andere, maar niets sloot echt aan. “Toen hebben we een cluster 4-school (voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, red.) gezocht en verder alle hulp gelaten voor wat het was”, vertelt Tineke. “Na een paar jaar stond het water ons echter tot de lippen en zochten we weer hulp. We probeerden toen echt alles. Van gesprekken, speltherapie tot alternatieve therapieën als Neuro Emotionele Integratie Therapie en holding.” Tineke en Mark hebben veel over voor hun dochter, maar Mark haakt langzaam af. Tineke: “Toen Adina negen was, was ons gezin ontwricht. Ik had overal antennes voor Adina en was alleen maar met haar bezig. Mark trok zich terug, hij was op. Ik kon dat niet accepteren.” Voor Adina werd een zorgboerderij gevonden waar ze elk weekend heenging en waar ze een keer per twee weken logeerde.

“Mark had het al vaker over uithuisplaatsing gehad, maar ik wilde er niets van weten. Op een zondag kwam Adina terug van de boerderij en in een uur tijd zag ik Jelco en Hidde veranderen. Dat was voor mij een omslagpunt. We besloten het te bespreken met een kinderpsychiater. Hij vertelde over een behandeling van drie maanden op een kinder­psychiatrische ziekenhuisafdeling.”

Mark en Tineke brachten Adina naar het ziekenhuis. “Haar spullen bij elkaar zoeken, haar koffertje pakken, het was zo’n drama. Dit wilde ik niet. We waren zo arrogant geweest te denken dat we het kind van een ander konden grootbrengen, dat ideaal was helemaal weg. Er volgde een rouwproces met verdriet, woede, schaamte en vooral schuld. Heb ik echt alles gedaan? Is dit echt nodig? Na een jaar troostte de gedachte me dat ik haar wekelijks spreek en haar warmte kan voelen.”

Erkenning

De beslissing bracht Mark en Tineke niet dichter bij elkaar, ze zochten elders steun. Tineke: “Ik praatte met een hulpverlener, slikte antidepressiva en steunde op vriendinnen.” Adina werd geobserveerd en na twee maanden kwam de diagnose: hechtingsstoornis. Tineke: “Ik was heel bang dat het niet erkend zou worden, Adina is tenslotte altijd de leukste in gezelschap. Nu was het eindelijk duidelijk.
Die erkenning was dubbel, het luchtte op, maar er werd ook iets bevestigd dat ik echt niet wilde.” Na drie maanden moesten Mark en Tineke beslissen of Adina weer thuis kon komen. Ze kozen voor een behandelplek. Tineke: “Adina zat tussen Mark en mij in. Ze keek ons aan toen ik zei dat ze niet naar huis zou gaan. De psychiater vertelde later dat hij een soort klik zag in haar ogen. Ze stond op en liep weg. We hebben een uur naar haar gezocht. Toen ze ons zag, wierp ze zich in onze armen. We hebben geprobeerd om het uit te leggen, maar ik weet niet of ze het echt begreep.”

Dichtbij Tineke en Mark was een nieuw gezinshuis met de structuur van een gezin en begeleiding als in een groep. Het leek perfect. Tineke: “Het lukte de groepsleiding niet om goed te communiceren. Niet naar Adina, die geen structuur kreeg en ook niet naar ons, zodat veel zaken niet verteld werden. We vroegen een gesprek aan bij de directeur. Hij vond het beter als Adina wegging. Hoe kon dat nou? Zo’n mooie plek en dan een kind wegsturen? Als de groepsleiding faalt, moeten zij toch weg?”

Alle pijn en schuld kwamen bij Tineke weer naar boven. Mark stortte zich woedend op zijn werk. In het ziekenhuis waar Adina eerder verbleef, werd juist een nieuwe jongeren­groep opgericht. Een gouden greep, want Adina kende de plek en wilde er graag heen. Tineke: “Na een week veranderde Adina. Ze richtte zich op de andere kinderen, begon zichzelf te snijden, spuugde haar eten stiekem uit, liep steeds weg. Het was een drama. Ook hier was het een nieuwe groep met nieuwe leiding, jonge mensen met weinig levenservaring. Weer moest Adina weg.” Tineke zette haar hakken in het zand: “Ik riep ‘als ze nu thuis komt, zitten we vanmiddag bij Bureau Jeugdzorg.’ Ik ken het uit mijn vroegere werk. Is een kind eenmaal thuis, dan wacht je zo anderhalf jaar op hulp. Dat kon niet, daar zou ons gezin aan onderdoorgaan.”

Leven bij de dag

Een oplossing kwam tijdens ‘zorgtafeloverleg’, waarbij negen zorginstellingen gezamenlijk dossiers bespreken. Voor Adina werd een permanente plek gevonden in een instelling met wonen, school en vrije tijdsbesteding op hetzelfde terrein. “In het begin was het rustig”, vertelt Tineke. “Na vijf weken ging de knop om en was er dagelijks ruzie. Om de week is ze een weekend thuis. Dat gaat goed, ze is graag thuis en doet alles om ons te pleasen. Nog steeds kan ik me schuldig voelen. Als het een tijdje goed gaat, ben ik bang dat het toch een verkeerde beslissing is geweest. In hulpverleners hebben we nog weinig vertrouwen. Je moet steeds bewijzen dat je geen achterlijke ouder bent, dat er een kindprobleem speelt. Je begint met 1-0 achterstand.

Adina woont nu een halfjaar in de instelling. Het gezin komt tot rust. Tineke: “We kunnen het meer loslaten, we moeten wel. We hebben Adina in zo’n warm nest opgenomen, alles gegeven. Het zit in haar stoornis, maar toch ben ik soms boos op haar. Ze manipuleert, liegt en bedriegt en dan is ze weer zo lief. Hoe kun je haar vertrouwen? Wij kunnen nu eindelijk aan onszelf denken. Dat doet onze relatie en ons gezin goed. Mark en ik komen dichterbij elkaar. We hebben weer lol met elkaar. En de toekomst? We zien wel, we leven bij de dag.”


Tags: ,