Een Hindoestaanse tweeling

John en Sharon zijn een hindoestaanse tweeling, maar er hoeft geen rekening te worden gehouden met vlees, is de mededeling als ze komen. Het zijn twee echt hindoestaans ogende kinderen van zes en ze eten inderdaad alles. Ze hebben namelijk hun hele leven al tussen de Nederlanders doorgebracht en nauwelijks contact gehad met hun eigen cultuur.

In een van de fotoalbums die ze als een soort levensbagage bij zich hebben, vinden we doopfoto’s. Als we later moeder spreken, vragen we hoe dat zit, omdat wij dachten dat ze hindoestaans zijn. Ze legt uit dat zij en de kinderen inderdaad hindoestaan zijn. Na de geboorte van de kinderen zat zij met hen in een christelijke afkickkliniek. Daar werd duidelijk dat ze voorlopig niet zelf voor de kinderen zou kunnen zorgen. Ze heeft er toen mee ingestemd dat de kinderen christelijk gedoopt werden. Dan was er tenminste iemand die op haar kindjes lette. Ze zei: “Een christelijke doop kan het kind alleen maar helpen in het leven. Het gaat uiteindelijk steeds om dezelfde god met een andere naam.”

De tweeling ging naar een christelijke school, waar ze ook over andere godsdiensten spraken. Hier vonden ze het prettig dat ze er bij hoorden, omdat ze gedoopt waren. Als pleegouders hebben we ons samen met de kinderen verdiept in hun godsdienst en cultuur. We keken regelmatig naar een film over het diwali-feest (lichtjesfeest), een keer zelfs samen met moeder. De kinderen kregen een keer hindoestaanse kleding voor hun verjaardag en we leerden Surinaams koken, zowel creools als hindoestaans. Van een tante kregen de kinderen weleens Surinaams fruit en van moeder een keer een gouden armband met zwarte steentjes die hen moest beschermen tegen het boze oog. Toch bleef en blijft het behelpen, want het wezen van een godsdienst kun je niet overdragen als je er zelf niet vertrouwd mee bent.

Rituelen

We kregen er op een heftige manier mee te maken toen de moeder van de tweeling overleed. Samen met de kinderen maakten we de afscheidsrituelen mee, waarbij hun allerlei handelingen werden toebedacht, waar we niets van snapten. De kinderen wilden het wel doen, zolang er precies verteld werd wat ze moesten doen en wat het betekende. Bij het afscheid nemen, werd er wierook gebrand en met bloemen gestrooid. Verder deed de pandit (voorganger) de meeste rituelen. De kinderen bleken geen vlees te mogen eten vanaf de dag dat moeder overleden was, maar dat wisten we niet en toen gaf het niet. Verder moesten ze in het wit komen. Ook bij de begrafenis had de pandit een belangrijke rol. Achteraf bleek dat de kinderen het heel erg vonden dat ze in het crematorium met de kist mee naar beneden moesten om te helpen moeder in de oven te schuiven. Dat horen haar kinderen te doen, maar het was vooraf niet verteld. Als pleegmoeder werd je daar niet bij verwacht, dus ik kon hun niet vragen of ze dat echt wilden doen.

Goede afsluiting van verdrietige week

Daarna gingen we naar het huis van hun tante, waar de kinderen eerst moesten douchen en daarna schone witte kleding aantrokken. De pandit hield weer een ceremonie, waarmee het nieuwe leven van hun moeder werd ingeluid. Toen dit voorbij was, was iedereen weer vrolijk. Er werd uitgebreid gegeten en gepraat en eigenlijk was dat een heel goede afsluiting van zo’n verdrietige week. We hebben als gezin veel gevraagd over de gebruiken, mochten overal aan meedoen, maar begrepen er uiteindelijk weinig van. Dat vond men ook niet erg, we waren er in elk geval. Als pleeggezin kan je meelevend openstaan voor andermans godsdienst, maar je kunt je pleegkinderen geen andere godsdienst bijbrengen.


Tags: , ,