Boos

Ik heb een briefje gekregen van Kim. Daarin vraagt ze of ze niet op bezoek hoeft bij haar moeder. Ze vindt het niet leuk om te gaan.

Kim woont bij haar oma. Het contact tussen haar oma en haar moeder loopt niet goed. Haar oma is nog altijd boos over wat er vroeger is gebeurd. Kim weet dat. Het brengt haar in een lastige positie. Het leuk vinden bij haar moeder, dat kan ze niet maken tegenover haar oma. Dus vindt Kim het stom om bij haar moeder op bezoek te gaan.

Toch moet Kim van mij naar haar moeder toe. Daar geef ik allerlei redenen voor, zoals dat je moet weten wie je moeder is, waar ze woont en wat ze doet. Ook zeg ik dat de kinderrechter heeft gezegd dat haar moeder ook rechten heeft. Kim is het er niet mee eens. Dus is ze boos op mij. Haar oma vindt het ook niet goed, maar omdat het moet zal ze Kim het komende weekend weer brengen.

Ik heb de moeder van Kim verteld dat Kim boos is. Dan kan ze daar rekening mee houden. Ook heb ik er de duidelijke instructie bij gegeven om mij niet te verdedigen. Dan kan Kim zowel met haar oma, als met haar moeder samen, boos zijn op mij.


Tags: ,