Zus en pleegmoeder

Alexandra is 24 jaar. Ze groeide op in een pleeggezin en bij haar moeder. Door de verslaving van haar moeder zorgde Alexandra als klein kind al voor haar broertjes. Toen ze in de puberteit kwam, was haar grote wens dat ze samen met haar broertjes in één huis zou gaan wonen. Als volwassene kon ze die wens eindelijk laten uitkomen. Sinds een jaar is ze netwerkpleegmoeder van haar 16-jarige broer Coen. Ook hun volwassen broer Frank (22) woont bij hen. Hun jongere broer Kenny (19) woont bij opa en oma.

Al zolang Alexandra zich kan herinneren, kan hun moeder niet goed voor hen zorgen. “De zorg voor haar verslaving was vaak belangrijker dan de zorg voor ons. We hebben allemaal een andere vader. Als oudste voelde ik altijd de behoefte om te zorgen voor mijn broertjes. Ik verschoonde de luiers van Frank, terwijl ik nog een kleuter was en een paar jaar later deden we samen de boodschappen.”

De slechte thuissituatie zorgde ervoor dat Alexandra en Frank in verschillende pleeggezinnen terecht kwamen. Hun moeder heeft Kenny als baby bij hun opa en oma gebracht. Kenny woont daar nog steeds. “Ik vond het heel erg dat ik niet samen met Frank in een pleeggezin mocht wonen. Na al die jaren vind ik dat nog steeds vreselijk. Gelukkig woonden onze pleeggezinnen dicht bij elkaar en zijn we elkaar niet kwijt geraakt. Ook konden we Kenny en opa en oma regelmatig bezoeken”, vertelt Alexandra. “In het pleeggezin kon ik kind zijn, ik voelde me ook echt kind. Dat is het beste dat het pleeggezin mij heeft kunnen geven.”

Niet leuren

“Toen mijn moeder in verwachting was van Coen zocht ze steun bij de kerk en kwam in contact met een pleeggezin. Daar is Coen geboren. Het ging een korte tijd goed met haar en in die periode zijn Frank en ik weer thuis gaan wonen. Al snel zag ik dat het bergafwaarts ging met haar. Ik nam Frank mee in mijn zoektocht om hulp. Ik mocht weer bij mijn pleegouders wonen. Frank wilde bij onze moeder blijven vanwege Coen. Later zijn Frank en Coen in het pleeggezin gaan wonen waar Coen geboren is.”
“Ik zag mijn broertjes en opa en oma regelmatig. Frank en Coen waren heftige pubers waardoor zij al vroeg hun eigen, niet altijd positieve weg hebben gezocht. Kenny had daar geen behoefte aan. Hij had gelukkig een stabiele thuissituatie bij opa en oma. Ondertussen had ik eigen woonruimte gevonden. Met Coen ging het zo slecht dat hij in een streng internaat terecht kwam. De meeste weekenden bracht Coen door bij mij. Bij de verhuizing van de ene groep naar een andere was door de leiding niet alle informatie doorgegeven. De nieuwe groep wilde Coen niet opnemen toen zij wel alle informatie kregen. Het internaat confronteerde mij met deze situatie. Dat was het moment waarop ik zei dat Coen bij mij kon wonen. Ik wilde niet dat er geleurd werd met hem.”

Balans vinden

“Het voelt goed. We zijn niet voor niets broer en zus. Onze broer-zusrelatie is niet veranderd. We leiden ieder ons eigen leven vanuit hetzelfde huis. De huishoudelijke taken hebben we eerlijk verdeeld. Er is veel vrijheid en Coen kan daar goed mee omgaan. Er zijn maar twee regels: geen politie aan de deur en goed je best doen op school of op je werk. Ik leef het gewone leven net als mijn leeftijdgenoten. Ik ga op stap met vrienden, blijf soms bij vrienden slapen. Mocht ik onverwachts een vaste vriend tegen het lijf lopen, dan moet hij in mijn leven met mijn broers passen.

Aan kinderen heb ik op dit moment geen behoefte. Als Coen zover is dat hij zelfstandig kan wonen, wil ik eerst genieten van een leven zonder zorgen. Sinds Coen bij mij woont, is mijn leven niet meer zo onbezorgd. Ik wil op tijd thuis zijn voor Coen. Ik bel hem op om te vragen hoe het met hem is. De boodschappen moeten gedaan worden. Ik vind het moeilijk om een goede balans te vinden in het opvoeden en het zus zijn.”

Speelruimte

Coen vertelt dat hij Alexandra accepteert als opvoeder en als zus. Hij zegt: “Tenslotte is zij altijd al mijn grote zus geweest. Met de regels van het pleeggezin en de groep had ik het wel moeilijk. Niet met de regels op zich, maar met de manier waarop ze gebruikt werden. Je kamer opruimen moest bijvoorbeeld gebeuren wanneer het de pleegouders of groepsleiding uitkwam. Ze vroegen zich nooit af hoe ik dacht over het moment van kamer opruimen. Regels die beginnen met: je moet, je zal of als je dit niet doet dan…  Het haalde bij mij het bloed onder mijn nagels vandaan. Natuurlijk werd ik boos, regelmatig zelfs te boos waardoor ik mijn eigen glazen ingooide. Mijn zus mag de vraag stellen of ik mijn kamer op wil ruimen. Die vraag hoeft niet eens gesteld te worden. Ik ruim mijn kamer gewoon op. De ene week op maandag en de andere week misschien wel op dinsdag. Die speelruimte vind ik wel fijn.”

Het gaat haast vanzelf goed tussen hen. Frank verbaasde zich laatst over de voor hem lange tijd dat het goed gaat met hen. “Dat het goed gaat, wil ik graag zo houden”, vertelt Alexandra. “Een lange tijd heb ik me niet goed gevoeld. Met hulp heb ik het hoofdstuk ‘moeder’ kunnen sluiten. Dat heeft me rust gegeven. Mijn broers mogen best mijn moeder bezoeken. Ze zijn daarin vrij. Ik heb die behoefte niet meer. Mijn vader speelt nu geen rol in mijn leven. Of dat zo blijft, weet ik nog niet. We hebben elkaar en opa en  oma.”

======
KADER
======

Coen vindt het moeilijk om over zijn gevoel te praten. Rappen is voor hem een manier om zich te uiten.

Dit is zo niet mij
Ik voel me zo niet mij
Ik voel me anders dan anders
Ben ik anders dan anderen
Shit shit ik ben aan het veranderen
Vroeger childe ik met jou nu met anderen
Wats er aan de hand
Word ik nu ook verstandig?
Knap lastig altijd al geweest
Dit is mijn gevoel
Voel je wat ik voel
Of begrijp je alleen wat ik bedoel
Nee man maar is cool
Alles op ze tijd
En jouw tijd komt ook geheid
Heb je spijt van je verleden
Maak het dan goed met het heden

NOKKELS
Reality mixtape ‘09


Tags: , ,