Pleegpuber anno 2009

Narcistische jongeren in een ‘Ikea-maatschappij’, vrijheid zonder verantwoordelijkheid, seks ligt op straat: typeringen voor de puber anno 2009. Tijdens een studiedag in Utrecht stonden deskundigen stil bij de puberteit anno 2009. Hoe zit dit met pleegpubers?

De werking en ontwikkeling van hersenen kunnen met nieuwe technieken worden onderzocht. Dit onderzoek geeft inzicht in processen die het kenmerkende gedrag van pubers verklaren. “Fantastisch, het is dus niet mijn schuld, het ligt aan mijn hersenen”, zei een jongen die uitspraken hoorde uit het boek van Eveline Crone ‘Het Puberende Brein’. Afspraken vergeten, huiswerk slecht plannen, driftaanvallen, impulsaankopen: al deze gedragingen kunnen worden verklaard vanuit de ontwikkeling van de hersenen in de puberteit of beter gezegd: in de adolescentie. Overigens werd de opmerking van deze jongen meteen onderuitgehaald: “Daarom zijn je ouders en duidelijke afspraken belangrijk, je kunt het immers zelf niet.”

Crone noemt de adolescentie een unieke periode met waardevolle ontwikkelingsmogelijkheden, waarin bijzondere talenten kunnen ontstaan. Specifieke informatie over de werking en ontwikkeling van hersenen na een trauma, bij een stoornis of in een andere bijzondere situatie is er nauwelijks. Wellicht in de toekomst.

Ontluikende seksualiteit

“Seksualiteit ligt op straat: billboards met wilde meiden in bikini’s of de meest verleidelijke lingerie. In televisieprogramma’s wervelen meisjes met kruis en billen, het liefst met een beetje open mond en zichtbare tong”, aldus Rita Kohnstam. Pubers proberen, net als vroeger, vorm te geven aan hun ontluikende seksualiteit. Vol vertrouwen ziet Kohnstamm hoe jongeren meedoen op hun eigen manier. Ze beginnen eerder met seks dan een generatie terug, hun gedrag is vrijer. Hun opvattingen blijven echter tamelijk terughoudend, ze tobben nog net zoveel met verliefdheid en met liefdesverdriet. Problemen die in de media vrij breed worden uitgemeten, lijken niet vaker voor te komen dan vroeger. De uitingen zijn wellicht meer seksueel gekleurd, ze noemt Breezermeisjes en loverboys.

Petra Bastiaensen, psycholoog en zorgcoördinator in de pleegzorg, signaleert dat pleegkinderen lichamelijk gezien, als gevolg van versterkte stresshormonen en ondervoeding in de eerste levensjaren, vroeger in de puberteit kunnen komen, hetgeen de kloof met de sociaal-emotionele ontwikkeling vergroot. Pubers met hechtingsproblematiek zijn eerder geneigd te handelen vanuit directe behoeftebevrediging, waardoor een grotere kans bestaat op zwerven, drugs en zwangerschap. Schaamtegevoelens en zelfrespect zijn minder aanwezig en de omgang met intimiteit en afstand-nabijheid is lastig. Gecombineerd met een grote behoefte aan aandacht lopen meisjes extra gevaar. Een pleegzorgwerker: “Meisjes geven zichzelf bijna weg.” Het lijkt erop dat voor sommige pleegpubers de toenemende seksualisering een extra hindernis vormt. Het avontuur is dichterbij en lijkt vanzelfsprekend.

Uitstel van zelfstandigheid

De pubers van nu lijken een langere voorbereidingstijd nodig te hebben om te groeien naar volwassen zelfstandigheid. Ze zijn narcistisch, teveel verwend, een generatie van ‘wenskinderen’ die materieel alles hebben. Arjan Dieleman, lector aan de Hogeschool Arnhem/Nijmegen, noemt dit de eerste generatie zonder uitzicht op meer welvaart dan hun ouders. De discrepantie tussen het opeisen van vrijheid en het niet nemen van de verantwoording ervoor maakt dat jongeren langer financieel en emotioneel afhankelijk blijven.

Onderwijs- en jeugdsocioloog Ger Tillekens ziet de maatschappij voor jongeren als een ‘Ikea-model’. Jongeren moeten zichzelf sorteren in de leefwereld van vrije tijd en onderwijs. Die werelden zijn georganiseerd als een doolhof met neutraal ogende paaltjes die verschillende routes afbakenen. Als een route is gekozen, kunnen de pijlen gevolgd worden of, nog gemakkelijker en veiliger, kan men zich laten meedrijven met de stroom. Na het labyrint worden jongeren gescheiden op grond van keuze en prestatie en daarna gedwongen nieuwe labyrinten te volgen. Keuzes maken is serieus en riskant: naast keuzevrijheid staat keuzedwang. De reactie van de jongeren is, volgens Tillekens, een cultuur van uitstel: jongeren laten zoveel mogelijk opties open en stellen definitieve keuzes uit.

Na je achttiende

“Ga je weg als je achttien wordt?” Wie zal dit vragen aan een jongere die bij eigen ouders woont? Pleegkinderen krijgen deze vraag wel. Misschien is zelfstandig wonen eenvoudiger dan bij je pleegouders blijven: “Ik woon op kamers!” klinkt normaal. “Ik woon nog bij mijn pleegouders”, betekent uitleg en iets bijzonders. Pleegpubers hebben ook een ander probleem: uitgestelde keuzes en verantwoordelijkheid zijn niet te rijmen met de breuk op achttienjarige leeftijd. Pleegzorg en bemoeienis van voogd en Bureau Jeugdzorg stoppen. Volledig zelfstandig of afhankelijk van je pleegouders? Pleegzorg roept om uitstel van deze ‘deadline’.

De appel valt niet ver van de boom

Pleegouders noemen vaak een angst voor loslaten: “Hoe kun je een jongere laten experimenteren, als je weet dat er sprake is van grenzeloos gedrag? Ze willen meer en meer.” Als pleegouder ervaar je dat opvoedingsproblemen met pleegpubers vaak gebagatelliseerd worden als ‘pubergedrag’. Sprekers tijdens het congres Pubers anno 2009 stelden aanwezigen gerust: de appel valt niet ver van de boom. Welke boom? Dit geeft pleegouders geen geruststelling. Het zoeken naar identiteit, schuld- en loyaliteitsgevoelens, extra kwetsbaarheid door trauma’s zijn zaken die bij pleegzorg volop spelen. Het is zeker terecht om gedrag van een pleegpuber te verklaren vanuit al die verschillende banden en loyaliteiten. Het gevaar van vernauwen van gewoon pubergedrag tot pleegkindproblematiek is echter ook aanwezig. Ook een pleegouder mag soms gewoon verzuchten: “Hij kan er niets aan doen, zijn hersenen zijn nog niet in balans.”              <

Informatie
Petra Bastiaensen – Is een pleegpuber echt anders? Mobiel 2008,  nr. 1
Rita Kohnstamm – Kleine ontwikkelingspsychologie III, 2009
Eveline Crone – Het puberende brein, 2009


Tags: ,