Samen of gescheiden?

Auteur: Enamaria Weber-Boch  

Sommige professionals in de jeugdzorg zijn van mening dat broertjes en zusjes niet samen in een pleeggezin geplaatst moeten worden. Zij hebben in hun oorspronkelijke gezin in een noodverband geleefd en veel gemist. Hierdoor hebben zij denk- en gedragsstructuren ontwikkeld die zij in het pleeggezin willen voortzetten en daardoor vormen zij een subcultuur in het pleeggezin. De bereidheid van deze kinderen om zich open te stellen voor het nieuwe systeem is veel beperkter dan bij individueel geplaatste kinderen. Voor de mening van deze experts, die vooral uit de psychoanalytische school komt, is veel te zeggen. Helaas worden bij deze werkwijze alle familiebanden onderbroken of afgesneden.

Tijdens mijn werk als directeur van de Kinderhäuser Steinhagen, een decentrale, gezinsgerichte voorziening waarin kinderen van alle leeftijden geplaatst zijn bij sociale families (pleegouders waarvan er één een opleiding heeft en een salaris ontvangt), heb ik de ervaring opgedaan dat broers en zussen zeer zeker samen in een pleeggezin geplaatst kunnen worden.

Het is ook mogelijk hun disfunctionele patronen op te lossen binnen het kader van professionele, gezinsgerichte uithuisplaatsingen. Vóór een gezamenlijke plaatsing van broertjes en zusjes (brusjes) pleit dat zij, ondanks hun relatiestructuren die het karakter dragen van een noodverband, elkaar nodig hebben en men zou moeten zien dat dat hen sterk maakt.

Kennis en moed nodig

Pleegouders hebben kennis, moed en adviserende begeleiding nodig om de uitdaging die het oplossen van de patronen van het noodverband vraagt, te kunnen aangaan. Ze moeten systeemgerichte kennis hebben: relatie- en ervaringssamenhang van de broers en zussen in de context van hun oorspronkelijke familie. Deze kennis geeft hun de nodige afstand, een ruime blik, geduld en de nodige veiligheid om brusjes te integreren. Brusjes die door ontberingen, tekorten en andere traumatische gebeurtenissen een subsysteem hebben ontwikkeld om te overleven. Het integratieproces van broers en zussen in een pleeggezin vraagt om het bewerken van de noodverbanden van de brusjes, die zijn ontstaan uit liefde.

Een kind handelt altijd vanuit liefde en is daarin diep verbonden met de eisen vanuit zijn systeem van oorsprong. Achter het brusjes-noodverband gaat dus een systeemstabiliserende en een systeembewarende compensatiefunctie schuil. De kinderen proberen
bijvoorbeeld de verstoorde relatie van de ouders goed te maken doordat zij zich onbewust als stabilisator, vredestichter, stoorzender, trooster, geluksbrenger of vervangend partner aanbieden.

Kinderen compenseren het systemische tekort door het overnemen van rollen en patronen die niet bij hen als kind horen. Door de belastingen die er zijn in hun systeem van oorsprong en het overschrijden van grenzen worden zij in hun noodverband de symptoomdragers van hun systemen van oorsprong.

Oplossen door erkenning

Als brusjes binnen een pleeggezin een subsysteem vormen, dan is dit binnen het pleeggezin alleen op te lossen wanneer in de opvoeding zodanig geïntervenieerd wordt dat pleegkinderen
•gezien en gerespecteerd worden als symptoomdragers,
•leren om een kindplek in te nemen,
•begeleid worden in het herkennen en aan nemen van hun oorspronkelijke, leeftijdsadequate behoeften.

Een voorbeeld:
Twee broertjes, Simon (5) en Benjamin (2) zijn samen in een sociaal gezin van de Kinderhäuser Steinhagen opgegroeid. De onderlinge relatie van de broertjes had zowel zorgzame als tiranniserende trekken. Ze hadden beiden veel verwaarlozing ervaren in het gezin van de ouders die beiden drugsverslaafd waren. Ze konden normaal met elkaar spelen, maar Simon voelde zich verantwoordelijk voor Benjamin. Tegelijkertijd liet hij ook gemene vormen van agressie zien naar Benjamin, vooral wanneer hij dacht dat niemand hem zag. Het is de sociale ouders gelukt om Simon duidelijk te maken dat hij veel gedaan heeft voor zijn ouders en zijn broertje, maar dat hij de verantwoording voor zijn broertje aan hen mocht overgeven. Op den duur kreeg Simon vertrouwen om deze stap te wagen. Tegelijkertijd ontstond er toen ook een energievacuüm bij hem. Door al het zorgen voor zijn broertje was hij zijn eigen interesses en behoeften vergeten. Zijn sociale ouders hebben hem heel behoedzaam gestimuleerd om zijn eigen mogelijkheden te ontdekken en te beleven en op den duur heeft hij geleerd het energievacuüm met zijn eigen bezigheden en interesses in te vullen. Toen hij leerde zich leeftijdsadequaat af te grenzen en daardoor meer ruimte voor zichzelf kreeg, werd ook zijn destructief gedrag tegenover zijn broertje minder en uiteindelijk stopte het helemaal. Benjamin richtte zich van meet af aan op zijn sociale ouders en kreeg snel contact met hen. Toen hij meer vertrouwen in hen kreeg was hij een periode vaak ziek. In die tijd had hij heel veel aandacht nodig en het werd snel duidelijk dat Benjamin emotionele na-voeding nodig had, omdat hij wezenlijke ontwikkelingsstappen niet had kunnen maken. Toen hij geboren werd, was de sociale competentie van de ouders nog maar minimaal aanwezig doordat de verslaving van de ouders ernstiger was dan ten tijde van de geboorte van Simon.

Conclusie

Toen het gelukt was om Simon in de eerste drie jaar van de uithuisplaatsing in zijn diepste wezen te bereiken door erkenning te geven aan zijn systemische prestaties, werd het ook mogelijk hem sociale competenties aan te leren. Hij leerde om de rol van oudere broer op een gezonde manier in te vullen. Door het geven van erkenning en waardering en door duidelijke grenzen werd het voor de sociale ouders mogelijk om beide jongens te geven wat zij nodig hadden. Daardoor ontstond een broertjesrelatie zonder belastingen. Dat werd duidelijk toen beide broertjes in staat waren elkaar te respecteren en gezonde grenzen in acht te nemen. Beiden vonden eigen vrienden en ontwikkelden individuele vaardigheden en interesses. Het noodverband werd opgelost en er ontstonden gezamenlijkheden, die alleen nog in tijden van stress door het verleden overschaduwd werden.

Liever samen

Na toetsing van de familiegeschiedenis pleit ik voor het samen plaatsen van broers en zussen. Voor groepen van broers en zussen van drie tot vier kinderen geldt dezelfde groepsdynamiek. Wanneer echter na verloop van tijd blijkt dat het subsysteem van de brusjes niet is op te lossen en het pleeggezin niet de mogelijkheden heeft om op deze hogere sociaalpedagogische eisen in te gaan, is het zinvoller om de brusjes van elkaar te scheiden. Het zou hen mogelijk gemaakt moeten worden om elkaar regelmatig te zien. Hierbij heb ik al vaak meegemaakt dat een broer of zus zich verder had ontwikkeld dan een ander. De ander heeft zich dan niet of minder goed uit de structuren van zijn familie van oorsprong kunnen losmaken. Wanneer dat het geval is verwateren de contacten van brusjes vaak omdat zij minder behoefte aan elkaar hebben.                   <

Enamaria Weber-Boch richtte met haar man Wolfgang de Kinderhäuser Steinhagen op. Enamaria is zelf pleegouder geweest en heeft onderzocht wat helend werkt in de diepte van de (familie)ziel van kinderen en wat hun ontwikkeling dient. Ze geeft sinds 2008 regelmatig seminars en workshops in Nederland over haar systemische pedagogiek en diagnostiek voor pleegouders, ouders en professionals.

Voor meer info: www.centrumvoorsystemischwerk.nl


Tags: , ,