Q4C: Jongeren geven hun mening over jeugdzorg

Auteurs: Judith Zijtregtop en Jolanda Stellingwerff  

Tijdens de landelijke cliëntendag jeugdzorg op 16 mei jl. nam minister van Jeugd en Gezin André Rouvoet het boek “Kwaliteitsstandaarden Jeugdzorg Q4C” in ontvangst. Q4C staat voor Quality for Children. Het is een boek waarin jongeren aan het woord komen over wat zij belangrijk vinden als ze niet thuis wonen. Hun opmerkingen zijn vertaald in negentien kwaliteitsstandaarden die jeugdzorginstellingen kunnen gebruiken bij het bieden van vraaggestuurde zorg.

In 2007 werden Europese Q4C standaarden gepubliceerd, het resultaat van interviews en onderzoek in 32 landen. In Nederland werd vervolgens een stichting opgericht om een Nederlandse variant te maken. Rik van Beijma is bestuurslid van Q4C. Hij is enthousiast: “Tijdens de interviews was er veel contact met kinderen, ouders en pleegouders. Tussen instellingen en gebruikers zit een wereld van verschil. Met de standaarden zijn we terug bij degenen voor wie we als organisatie werken. De jeugdzorg is vaak niet in dialoog met de klant. Het is ‘wij vertellen’ en dat kan volgens mij anders.”

Een van de organisaties waarvan cliënten zijn geïnterviewd is De Combinatie uit Eindhoven. Gerda Huijbregts is daar teamleider pleegzorg. “Het is belangrijk dat onze cli‘nten en de pleegouders als partners in de zorg gehoord worden.” De Combinatie kreeg in 2005 een kwaliteitsprijs voor de scholing van medewerkers omtrent cliëntenparticipatie. Huijbregts: “Wij vinden de standaarden heel belangrijk en onderzoeken of ze aansluiten bij de visie van onze organisatie of dat we de visie moeten aanpassen. Er moet echter op de werkvloer voortdurend aandacht voor zijn en het moet niet alleen in het beleid genoemd worden. In de alledaagse drukte wordt soms te weinig aandacht besteed aan praten met de jongere of het kind. In het najaar brengen we de standaarden tijdens onze pleegouderdag onder de aandacht van pleegouders.”

Rik van Beijma: “De standaarden worden voorgelegd aan alle directies van de instellingen voor Jeugd & Opvoedhulp. We willen als Q4C niets opleggen, maar benadrukken dat het gaat om de eigen cliënten. Als het teveel is om de standaarden in het beleid op te nemen, zou in elk geval de dialoog met de cli‘nt hierin opgenomen moeten worden. Daarmee doe je op een andere manier iets met de standaarden.”

Momenteel wordt het kwaliteitssysteem voor de bedrijfsvoering in de jeugdzorg, het HKZ-certificaat, geëvalueerd. De werkgroep die dat doet, heeft beloofd ook te kijken of zij iets kunnen met Q4C. Dat kan betekenen dat de standaarden instellingsbreed ingevoerd worden. Gerda Huijbregts zegt hierover: “De HKZ-criteria zijn gericht op werkprocessen. Je kunt als organisatie aan alle eisen voldoen, maar dat zegt niets over de kwaliteit van het werk. De Q4C-standaarden doen dat wel omdat ze inhoudelijk van aard zijn. Ze geven handen en voeten aan algemene richtlijnen. De standaarden zijn praktisch en helpen pleegzorgbegeleiders in de toetsing van hun werk.”

Q4C richt zich naast de instellingen op opleidingen voor jeugdhulpverleners. “Als je studenten in een vroeg stadium leert hoe zij een dialoog voeren met de cliënt, be•nvloedt dat hun beroepshouding,” zegt Rik van Beijma. Op verschillende wijzen worden de standaarden de komende tijd bij de vele betrokkenen onder de aandacht gebracht. Volgens Van Beijma vraagt de invoering een lange adem, maar zijn toon is positief: “Als je het niet aan de orde stelt, gebeurt er niets.”

Op pagina 26 staat een recensie van het boek.

Standaard 3: Jeugdigen en hun familie worden goed geïnformeerd

Standaard 10: Jeugdigen kunnen contact (onder)houden met hun familie en vrienden

“Onze pleegzoon woont ongeveer anderhalf jaar bij ons. Zijn zusje woont in een ander pleeggezin. Een jaar geleden is zij plotseling verhuisd naar een ander gezin. Hij en wij weten niet waar ze nu woont. Ook na herhaaldelijk vragen aan de gezinsvoogd weten wij nog niets.”

Standaard 7: De plaatsing sluit aan bij de achtergrond en behoeften van jeugdigen

“Onze pleegzoon is van Marokkaanse afkomst. Van ons kreeg hij een Hollandse opvoeding, gewoon omdat wij Hollands zijn. Het geloof is anders, de taal is anders, de cultuur is anders. Wij gaven onze pleegzoon geen varkensvlees, maar dat is te weinig om de Marokkaanse cultuur door te geven. Nu voelt hij zich meer Hollander dan Marokkaan. Marokkaanse jongeren kijken hem scheef aan omdat hij geen Arabisch spreekt.”

Standaard 11: Pleegouders en professionals luisteren naar jeugdigen en nemen hen serieus

“De bezoekcontacten met de ouders van onze pleegdochter verliepen onvoorspelbaar. Onze pleegdochter had er veel moeite mee. Van de gezinsvoogd kregen we af en toe een adempauze. Daarna gingen de bezoeken gewoon verder. De ouders kregen kans op kans. Een paar keer per jaar was er een gesprek met ouders, pleegouders, gezinsvoogd en de instelling voor pleegzorg. Onze pleegdochter werd niet uitgenodigd. Ook niet na haar twaalfde verjaardag.”


Tags: ,