Opvoeden, een fluitje van een cent?

Esther ten Brink studeerde psychologie en volgde een postdoctorale opleiding psychotherapie en gedragstherapie. Ten Brink begeleidt gezinnen die te maken hebben met opvoedingsproblemen en ontwikkelt trainingsprogramma’s voor ouders. Landelijke bekendheid kreeg ze als nanny bij het RTL-programma “EHBO: Eerste Hulp Bij Opvoeden”. Esther ten Brink is getrouwd, moeder van twee kinderen en pleegouder van een volwassen pleegzoon. Tijdens X-Change 2009 gaf Ten Brink een aantal lezingen; tussendoor vertelde ze Mobiel over haar werk en achtergrond.

De lezing tijdens X-Change had de titel “Opvoeden, fluitje van een cent?”

“Opvoeden is echt niet altijd een fluitje van een cent,” vindt Ten Brink. “Maar in de meeste gezinnen loopt alles wel zo’n beetje. Pas als er een kink in de kabel komt, komen er echte problemen. Bijvoorbeeld als ouders ziek worden, als er is iets mis is met het kind of bij financiële problemen. Er zijn veel factoren die het evenwicht in een gezin kunnen verstoren. Pleegouders kunnen de opvoeding tijdelijk overnemen. Zij denken vaak meer na over opvoeding, omdat het opvoeden van een pleegkind niet altijd vanzelf gaat.”

Pleegzorg heeft een ander uitgangspunt in de opvoedsituatie. Pleegouders hebben hun eigen geschiedenis en dat geldt ook voor het pleegkind. Esther ten Brink: “Zowel het pleegkind als de pleegouders willen aardig gevonden worden. Omdat je aardig gevonden wilt worden, ben je soms wat minder duidelijk in wat je bedoelt of in wat je wilt, terwijl het juist die duidelijkheid is die pleegkinderen nodig hebben als houvast.”

Emoties

Voor (pleeg)ouders is het belangrijk om de emoties van een kind te accepteren. Ook als die emotie niet prettig is. Ten Brink: “Leer je pleegkind om te gaan met zijn of haar emoties en stel grenzen. Een kind kan leren om boosheid anders te uiten. In plaats van de slaapkamer kort en klein slaan, kan het gaan hardlopen. In plaats van te gaan schelden, kan het tot tien tellen. Praten over verdriet helpt beter dan weg te kruipen.” Voor iedere situatie bestaat een oplossing, alleen is deze steeds anders. Daarom is observatie een belangrijk onderdeel van Ten Brinks werkwijze: “Daardoor zien we of we iets kunnen veranderen aan de situatie zelf of aan de gevolgen ervan. Vervolgens komt er een plan. Daarin staat wat en hoe de opvoeders kunnen veranderen om het probleem op te lossen.”

Daarmee is succes nog steeds niet verzekerd. De emoties van de opvoeder kunnen in de weg zitten bij de uitvoering. Als een kind voor de zoveelste keer ontploft, is het rustig uitvoeren van een stappenplan best ingewikkeld. Ten Brink adviseert: “Heb je een vervelend moment, dan kun je jezelf helpen door te denken dat dit moment voorbij gaat. Het is belangrijk om positief over jezelf te denken. Misschien kun je putten uit andere ervaringen, uit werk of opvoeding. Het kan ook helpen om contact te hebben met andere ouders of pleegouders.”

Pleegouderschap

In haar werk voor de GGZ begeleidt Esther ten Brink veel pleegouders met ernstig beschadigde kinderen of met kinderen met een beperking. Ze vindt pleegouders bijzonder: “Pleegouders kunnen het eindeloos volhouden met een pleegkind. Ze willen hun pleegkind laten voelen dat het onvoorwaardelijk mag blijven. Pleegkinderen kunnen dat vaak niet geloven. Om dat uit te vinden, zoeken ze grenzen op. Niet een keer, maar misschien wel tien jaar lang. Het is voor pleegouders moeilijk die grens te herkennen en te bewaken. Daarom is ondersteuning zo belangrijk, zodat het makkelijker wordt om aan de goede kant van de grens te blijven. Elke grens die bereikt is, elke plaatsing die mislukt, is er een te veel.”

Ten Brink weet waar ze over praat, omdat ze het zelf heeft meegemaakt: “Wij hebben Daan opgevangen, maar konden hem niet bij ons laten wonen. Wel zijn wij altijd een rol blijven spelen in het leven van onze pleegzoon, in het weekend, tijdens vakanties en feestdagen. Zo hebben we geprobeerd hem toch wat onvoorwaardelijkheid in zijn leven te bieden.”

Esther begon haar carrière als groepsleidster in een gezinshuis. Hier woonde de zesjarige Daan met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen. Hij kon niet in de groep blijven. Esther en haar partner werden zijn pleegouders. “Hij kon op een gegeven moment ook niet meer in ons gezin blijven,” vertelt ze. “Voor kinderen is het zo belangrijk dat ze kunnen terugvallen op vaste, vertrouwde personen. Die continuïteit heb ik hem gelukkig op een andere manier kunnen bieden.” Het gezin Ten Brink bleef jarenlang een rode draad in het leven van deze jongen. “Elke keer als hij uit een groep knalde of toen het niet meer ging bij zijn ouders, kwam hij bij ons. Wij zochten dan een nieuwe woonplek voor hem. Nu is hij dertig jaar en nog steeds nemen we een belangrijke plaats in in zijn netwerk.”                         <

Meer lezen:
•Eerste Hulp Bij Opvoeden; soepel de dag door met kleine kinderen. Uitgeverij Truth & Dare, ISBN 9789049999308, zie ook pagina 26.
•Uit de knoop; RET en andere cognitieve gedragstherapie‘n bij kinderen en adolescenten door G. Jacobs, N. Muller en E. ten Brink. Uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum, ISBN 9789031336975.
•Hoe kleiner hoe fijner; training opvoedingsvaardigheden voor ouders van peuters en kleuters. Graviant educatieve uitgaven, www.graviant.nl
•Pubers met ADHD; oudertrainingsprogramma. Pearson Assessment and Information, ISBN 9789026517044.
•Opstandige kinderen; oudertrainingsprogramma door R.A. Barkley, vertaald door o.a. Esther ten Brink.  Pearson Assessment and Information, ISBN 9789026515125.

Eerste Hulp Bij Opvoeden

Voor het RTL-programma EHBO: Eerste Hulp Bij Opvoeden wilde Esther ten Brink graag haar eigen ideeën inbrengen. Esther is voorstander van positief blijven en maakt liefst zo min mogelijk gebruik van het strafbankje uit de Engelse serie. Ook op televisie begon ze met observeren, dit duurde drie dagen. “Daardoor leerde ik het gezin goed kennen,” vertelt ze. “Ouders waardeerden het dat we de moeite namen om er zo lang te zijn. Na de observatie vertelde ik wat mij opviel. Aan de hand van voorbeelden legde ik uit wat er goed ging en wat meer aandacht nodig had. Daarmee maakten we een plan en ondersteunden de ouders bij de uitvoering. Zo konden ouders oude patronen doorbreken en vertrouwen ontwikkelen om op de nieuwe manier verder te gaan.”

De methode is na de serie als de behandelmodule Kort maar krachtig opgenomen binnen de GGZ. Hier is veel behoefte aan effectieve behandelmethodes voor gezinnen met matige tot ernstige opvoedingsproblematiek en psychiatrische problemen bij kind of ouders. De methode is onderzocht (#1) bij veertien gezinnen en de resultaten laten zien dat Kort maar krachtig effectief is in het verminderen van opvoedingsstress, het vergroten van de opvoedcompetentie en het verbeteren van de opvoedingsvaardigheden in vergelijking met reguliere zorg. Ook ouders zelf zijn tevreden.

(#1) Uitgebreide informatie over het onderzoek staat in het zomernummer van het vakblad van de Vereniging voor Kinder- en Jeugd­psychotherapie (www.vkjp.nl).


Tags: ,