Zo eenvoudig is dat niet

Auteur: Annemiek Visser  

Sinds tien maanden is Annemiek Visser pleegmoeder van haar nichtje. Lobke is de dochter van haar broer Rob. Na de dood van Robs vrouw verslechterde de relatie tussen Rob en Lobke. Toen het uit de hand dreigde te lopen en Rob zijn dochter naar een internaat wilde sturen, grepen Annemiek en haar man Peter in. Lobke kon bij hen wonen. In het vorige nummer schreef Annemiek over de komst van haar nichtje en wat dit betekende voor haar en voor de relatie met Rob. In dit nummer komt het contact met de pleegzorginstelling naar voren.

De post bracht vandaag de lang verwachte brief van de pleegzorginstelling. We zijn goedgekeurd! Na tien maanden, want zo lang is Lobke inmiddels al bij ons, staat eindelijk op papier dat het goed is dat ze hier woont. Nou wisten wij dat natuurlijk allang en onze familie met ons, maar toch voelt het als erkenning. Er staat nu zwart op wit dat de pleegzorg vertrouwen in ons heeft. Dat is fijn.

Laatst bracht ik de buurjongen een keer naar zwemles. Ik raakte aan de praat met een moeder die ook een kind op zwemles had. Dat meisje bleek een pleegkind te zijn. Zij vertelde dat haar man en zij een cursus hadden gevolgd om pleegouder te worden. Daar had ik nog nooit van gehoord. Doordat Lobke ons nichtje is, is het bij ons heel anders gegaan. Lobke kwam gewoon en wij belden de pleegzorg omdat het ons wel fijn leek om begeleiding te krijgen. Wij willen het beste voor Lobke en dan is advies niet verkeerd. Vooral in de eerste maanden was het fijn geweest als we zo nu en dan met iemand hadden kunnen praten. Omdat Lobke het kind van mijn broer Rob is, willen we niet alles met de familie bespreken. Mijn oudste zus en hij kunnen al niet zo goed met elkaar opschieten; daar hoeven geen verhalen van ons over Rob en Lobke bij. Dat Lobke zo weinig passende kleren had toen ze hier kwam, vond ik heel erg, maar we hebben het met niemand besproken. Zo zijn er wel meer dingen. Gelukkig hebben Peter en ik elkaar, maar toch zou het lekker zijn om ons hart eens te luchten tegen iemand anders. Het zou ook fijn zijn geweest als iemand ons had kunnen vertellen of Lobke in onze gemeente ingeschreven moest worden en hoe het zit met de ziektekostenverzekering.

Hulpverleners

Lobke was hier nog maar net toen we papieren kregen van de Raad voor de Kinderbescherming. Die zochten uit of we geen gekke dingen hadden gedaan. Daarna kwam er een brief van de pleegzorg. Een heel verhaal, waaruit we de conclusie trokken dat er niet meteen begeleiding kwam. Wanneer dat wel zo zou zijn, stond er niet. Peter zei: “Zelfs als je een bankstel koopt, vertellen ze je wat de levertijd is.” Na zes maanden kwam er dan toch iemand, maar toen bleek dat we eerst goedgekeurd moesten worden. Het ging nog steeds niet veel over Lobke, meer over ons gezin en wat we belangrijk vinden in het opvoeden van onze kinderen.

Nu we goedgekeurd zijn, komt er ook begeleiding. Dat is iemand anders dan degene die kwam kennismaken. We zijn benieuwd, want we hebben inmiddels begrepen dat het belangrijk is dat het klikt. De pleegmoeder in het zwembad zei: “Als het niet klikt, moet je om iemand anders vragen. Anders heb je er niets aan.” We kennen nu twee hulpverleners, die van de pleegzorg en de voogd van Jeugdzorg. We zijn blij dat we hem niet als begeleider hebben. Hij vraagt alleen maar wat er niet goed gaat.

Bij de pleegzorg zeiden ze dat het contact met Jeugdzorg nodig is omdat zij zorgen dat Lobke hier officieel kan zijn. Dan moeten ze weten wat er aan de hand is. Dat snap ik wel, maar kan dat niet anders? Het is vrij beroerd voor Lobke als de problemen breed worden uitgemeten. Het is toch ook belangrijk wat er goed gaat en wat ze goed kan? Waarom moet er een kwartier gesproken worden over één ruzie met haar vader en nul minuten over de weekends dat ze zonder ruzie thuis is? Wij baalden er allemaal van. Rob kreeg het gevoel dat hij ter verantwoording werd geroepen, Lobke dat ze het nooit goed doet.

Lobke gaat nu de weekends naar huis, in het begin wilde Rob dat niet. Hij kwam liever op bezoek. Zo nu en dan belde Lobke met hem. We zagen elkaar ook op verjaardagen. We hebben een grote familie, dus dan tref je elkaar toch wel. Lobke was een maand of vier hier toen Rob jarig was en ze voor de eerste keer een weekend naar huis ging. Ze was zenuwachtig en wij ook. Gelukkig ging het goed. Twee maanden later was Lobke zelf jarig. Rob was er ook. Hij was verbaasd toen hij zag dat ze al vrienden gemaakt had. Het was heel gezellig met al die jongeren en familie over de vloer. Peter merkte op dat het de eerste keer sinds tijden was dat hij Rob en Lobke ontspannen samen zag.

Belangrijke dingen

We vragen ons af hoe lang Lobke bij ons zal blijven. Het wordt vaak aan ons gevraagd: “Het gaat nu toch goed met haar?” Zo van: “Dan kan ze nu toch wel terug?” Het gaat inderdaad goed. We ervaren het zelf en er komen goede berichten van school. Niet dat ze veel aan haar huiswerk doet, maar ze spijbelt niet, heeft vrienden en vriendinnen en er zijn nauwelijks aanvaringen met leraren. Dat ging op haar vorige school wel anders.

Toch kan ze niet zomaar terug naar huis. Rob bekijkt haar nog steeds met een zwarte bril. Lobke is nog kwaad op hem dat hij nooit thuis was en haar eruit heeft gezet. Ze uit dat in nukkigheid. Er is teveel gebeurd tussen die twee. Er zijn geen afspraken over hoe lang Lobke blijft. Iedereen moest eerst tot rust komen. We vragen ons af wat er nu moet gebeuren. Misschien kan de pleegzorg daar bij helpen? Wij denken dat Rob en Lobke heel veel uit te praten hebben. Maar hoe? Ze praten eigenlijk nooit over echt belangrijke dingen. Vaak denk ik: had Wietske nog maar geleefd. Als Lobke’s moeder niet was gestorven, was dit nooit gebeurd.

Wat ons ook blijft bezighouden, is de vraag hoe het komt dat het bij ons wel goed gaat met haar. Rob denkt dat ze zich inhoudt omdat ze bang is dat ze naar een internaat moet. Lobke zelf zegt dat het hier gewoon ‘anders’ is. Komt het doordat er hier wel twee ouders zijn? Kunnen we daardoor meer tegen een stootje dan Rob in zijn eentje? Zit het in de aandacht die ze krijgt? In de duidelijke regels? Of in de schone lei waarmee ze bij ons kon beginnen? Voelt ze dat we het – net als vroeger – leuk vinden dat ze er is? Peter zegt dat het allemaal wel een beetje waar zal zijn. Maar hoe moet het dan verder met Lobke en Rob? Ik ben benieuwd wat die begeleider ervan zegt.


Tags: ,