“Hoe gaat het eigenlijk met jou?”

In Nederland zijn ruim 1,6 miljoen kinderen met een ouder met psychische problemen en/of een verslaving. Zij lopen meer kans om later zelf psychische problemen te krijgen. Die kans wordt nog groter wanneer beide ouders een stoornis hebben. Voor deze kinderen bestaat een preventieprogramma. Zij kunnen elkaar ontmoeten in de KOPP/KVO-groepen (Kinderen van Ouders met Psychische Problemen en Kinderen van verslaafde Ouders), een doe-praatgroep voor lotgenoten. Rebecca Laros, orthopedagoog en cošrdinator van de KOPP-groepen bij GGZ Westelijk Noord-Brabant vertelde Mobiel over de groepen.

De een spreekt van psychische problemen en de ander van psychiatrische problemen. Voor de KOPP-groep maakt het niet zoveel uit. Om als kind deel te nemen aan deze groep hoeft de ouder geen officiële diagnose te hebben. Het gaat vooral om de mate waarin de kinderen last hebben van de problemen van hun ouder. Vaak wordt het kind op het spoor gezet door een gezonde (pleeg)ouder, de school, een oplettende hulverlener van de ouder of iemand anders rond het kind. Ook vinden jongeren zelf informatie, bijvoorbeeld via www.kopstoring.nl.

De groepen zijn ingedeeld naar leeftijd. Er is een doe-praatgroep voor kinderen van 8-12 jaar en een lotgenotengroep voor jongeren van 12-17 jaar. De groepen komen eens per week bij elkaar. In totaal zijn er acht tot tien bijeenkomsten. Daarnaast is er eens per maand een inloopgroep. In deze groep doen kinderen mee die wachten op de vaste groep of deze al hebben gevolgd. Voordat een kind start in een van de groepen vindt er altijd een kennismakingsgesprek plaats met de kinderen en de ouder(s). Na afloop is er een adviesgesprek, waarin gekeken wordt of de groep voldoende geholpen heeft of dat er wellicht behandeling nodig is.

Hoe gaat het met jou?

Dik gedrukt staat op de folder van GGZ WNB: “Hoe gaat het eigenlijk met jou?” Zo’n alledaagse vraag. Kunnen of durven kinderen in moeilijke omstandigheden te zeggen hoe het echt met ze gaat? Uit schaamte voor het gedrag van de ouder, om niemand tot last te zijn of uit angst houden kinderen vaak hun mond. Die angst is er omdat een kind soms niet begrijpt waarom vader of moeder zo doet. De moeder van Bas voelt zich bijvoorbeeld erg ongelukkig en kan ineens ontzettend kwaad worden, maar even later begint ze hard te huilen. De moeder van Anna drinkt teveel. Zij kan heel vrolijk doen, maar niet op een gezellige manier. Bovendien ligt ze veel op de bank en zorgt dan niet voor eten en drinken. De vader van Koen hoort stemmen in zijn hoofd en is daardoor erg in de war. Jonge kinderen weten aan dit soort zaken geen naam te geven. Allemaal zeggen ze dat papa of mama ‘anders’ is. De oudere kinderen weten vaak wel dat hun ouder ‘ziek’ is in het hoofd. Sommige kinderen noemen het ‘in de war’ of ‘gek’. De problemen van een ouder hebben invloed op het leven van een kind. In een van de folders wordt de vergelijking met een splinter gemaakt. Als die in je huid zit en je doet er niets aan, gaat het zweren.

Kinderen hebben vaak gedrag aangeleerd om met problemen om te gaan, maar zonder te kunnen benoemen wat ze voelen of vinden. Waar het ene kind heel druk en lastig doet, is het andere kind overdreven behulpzaam. Als kinderen ergens geen woorden aan kunnen geven, dan vult hun fantasie in wat er aan de hand is. Ze gaan piekeren, zich schuldig voelen. Sommige kinderen mogen van zichzelf niet meer genieten, omdat ze denken dat het niet goed is. Jongeren zijn vaak boos op de ouder en zeggen wel dat ze hem of haar nooit meer willen zien. Wanneer een ouder voor behandeling wordt opgenomen, kunnen de kinderen hier soms niet goed mee omgaan.

Opgeheven hoofd

In de KOPP-groep kunnen kinderen vooral ‘normaal’ kind zijn. Spelletjes doen, knutselen, uitrazen. Jongeren geven de voorkeur aan hangen op de bank of aan de pooltafel. Zij spreken liever niet over een praatgroep. Al doende komt toch het gesprek op gang. Kinderen kunnen vertellen wat ze meemaken met hun ouders. Dat ze niet de enige zijn met een ouder met psychische problemen geeft herkenning en opluchting. Een luisterend oor is heel belangrijk. De kinderen leren gevoelens te herkennen en te uiten. Zij moeten leren dat ze niet schuldig zijn aan de problemen van hun ouder en dat hun ouder wel van hen houdt, maar dat iemand die ziek is in zijn hoofd het vaak moeilijk vindt om dat te laten merken. Door te praten leren kinderen hoe ze met problemen kunnen omgaan en ze leren begrip te krijgen voor de ouder. Als ze weten wat hen helpt als ze het moeilijk hebben, dan draagt dat bij aan het voorkomen dat zij later zelf problemen krijgen. Ook leuke dingen doen en genieten is belangrijk om problemen het hoofd te bieden.

Tijdens de bijeenkomsten komt er onder andere een deskundige vertellen over de psychiatrische beelden (psycho-educatie). In taal die aansluit bij de jongeren wordt uitgelegd wat een depressie is, wat verslaving inhoudt, welke gedragingen horen bij een borderline persoonlijkheidsstoornis en dat een ouder soms eerder reageert op de stemmen in zijn hoofd dan op de vragen van het kind. Daarnaast maken de kinderen een socio­gram, een schematische weergave van het sociale netwerk. Op het moment dat de groep stopt, moet het kind verder met de mensen om hem of haar heen. Mensen waar het kind terecht kan met zijn of haar verhaal, die zorgen voor ontspanning, mee gaan sporten of een aandeel hebben in de zorg. Verder wordt aandacht gegeven aan sociale vaardigheden. Als kinderen weten dat ze beter iets kunnen uitleggen bij lastige vragen of stevig wegstappen met opgeheven hoofd in plaats van er op te slaan, vergroot dat hun zelfverzekerdheid.

Luisterend oor

De zaken die aan bod komen in de KOPP-groep, zijn ook bruikbaar en waardevol voor de opvoeding en begeleiding thuis. Pleegouders kunnen hun kennis van psychische ziekten vergroten om zo aan kinderen uitleg te geven en met hen te praten over de problemen van de ouder. Informatie is er via boeken, internet of hulpverleners. De Kipizivero-reeks is een serie brochures van het Trimbos-instituut voor en over kinderen van psychisch zieke en/of verslaafde ouders. Het allerbelangrijkste is natuurlijk het luisterend oor. Pas op voor de valkuil van advies geven. Kinderen vragen het zelf wel als ze advies willen. Laat een kind vooral weten dat het veel van zijn ouders mag en kan houden, ook wanneer ze het gedrag van die ouder niet goed vinden en afkeuren. <

Meer informatie:

www.kopstoring.nl

www.moeilijkemensen.nl

www.trimbosinstituut.nl


Tags: , ,