Zijn jongens het kwetsbare geslacht?

Auteur: Nancy de Vries  

Nancy de Vries is ambulant begeleider bij Dienst Amber in Rotterdam. In haar werk met leerlingen met gedragsstoornissen komt zij vooral jongens tegen. Van de twintig pupillen die ze begeleidt, zijn er slechts twee meisjes. In dit artikel legt ze verschillende gedragsstoornissen onder de loep en legt ze uit waarom jongens feitelijk het kwetsbare geslacht zijn.

Iedereen die in het speciaal onderwijs werkt, weet dat de klassen voornamelijk uit jongens bestaan. Ik weet nog van de periode dat ik op een school voor voortgezet speciaal onderwijs werkte dat ik heel blij was wanneer er van de vijftien leerlingen vier meisjes waren. Leerproblemen komen bij jongens vaker voor dan bij meisjes. Ook bij gedragsproblemen ligt het percentage jongens hoger dan het percentage meisjes. Hoe dit precies komt, was eigenlijk nooit echt duidelijk hoewel er natuurlijk in het verleden wel allerlei theorieën over zijn gepubliceerd.

De afgelopen decennia werd vaak gesteld dat er behalve de sekse weinig tot geen verschillen zijn tussen meisjes en jongens. Als er al verschillen waren, zouden deze voornamelijk tijdens de opvoeding aangeleerd zijn. De meningen hierover zijn sinds enkele jaren bijgesteld en de verschillen tussen jongens en meisjes zijn weer meer bespreekbaar. Natuurlijk is er veel invloed van de omgeving op het toe- of afnemen van probleemgedrag, maar dat is niet bepalend. Momenteel wordt er veel onderzoek verricht en de komende jaren kunnen we dan ook veel nieuwe inzichten verwachten. Wie weet gaan we dan ook beter begrijpen waarom bij jongens gedragsstoornissen vaker voorkomen.

Andere hersenen

Al in de jaren tachtig heeft Dick Swaab (1) aangetoond dat er in de hersenen gebieden zijn die verschillen bij mannen en vrouwen. Tegenwoordig tonen onderzoeken aan dat op alle onderdelen van de hersenen verschillen te zien zijn tussen de seksen. Belangrijk is daarbij dat de hersenen van mannen anders reageren op stoffen dan de hersenen van vrouwen. Hormonen blijken een belangrijke rol te spelen. Het hormoon dat veel gedragingen bepaalt die wij mannelijk noemen, is testosteron. Het hormoon dat borg staat voor vrouwe­lijk handelen is progesteron.

Ieder mens heeft genetisch gezien 23 chromosomenparen. Bij mannen bestaat het chromosomenpaar uit YX en bij vrouwen bestaat het chromosomenpaar uit XX. Wanneer je er vanuit gaat dat zich op het X- chromosoom meer afwijkingen bevinden, kun je ook stellen dat meisjes een reserve X-chromosoom hebben in hun XX-paartjes. Dit kan dan de fouten corrigeren. Bij jongens is dit niet mogelijk omdat zij geen extra X hebben, maar een Y-chromosoom.

Grote verschillen

Martine Delfos (2) noemt jongens dan ook het kwetsbare geslacht, ondanks dat zij fysiek sterker zijn dan meisjes. Jongens zijn meer vatbaar voor erfelijke ziektes. Delfos toont een overzicht van stoornissen die vaker voorkomen bij jongens en van stoornissen die vaker voorkomen bij meisjes. Deze lijst geeft een groot verschil aan in het nadeel van de jongens. Delfos noemt 27 stoornissen die vaker bij jongens voorkomen en elf stoornissen die vaker bij meisjes voorkomen. Stoornissen die vaker voorkomen bij jongens zijn onder meer taal- en leerstoornissen, dyslexie, ADHD, autisme, syndroom van Asperger, PDD-NOS, McDD, agressie, Gilles de la Tourette en stotteren. Typische stoornissen die meer bij meisjes voorkomen zijn bijvoorbeeld anorexia, boulimie, migraine en automutilatie.

Dat er veel verschillen zijn tussen jongens en meisjes is duidelijk en mag ook weer hardop genoemd worden. Dat er grote verschillen zijn tussen de gedragsstoornissen die bij jongens en meisjes voorkomen, is opmerkelijk. Door de steeds betere onderzoeken van de laatste jaren is er al veel in kaart gebracht. Komende jaren zullen nieuwe onderzoeken wellicht meer oorzaken en verbanden aangeven. Dan kan er ook verder gewerkt worden aan een steeds beter afgestemde medische en pedagogische behandeling en adequate zorg.                                                <

Bronnen:
•‘Een vreemdewereld.’ Over autisme, het syndroom van Asperger en PDD-NOS. M.F. Delfos. SWP Amsterdam, ISBN 9789066655331.
•‘Verschil mag er zijn.’ Waarom er mannen en vrouwen zijn. M.F. Delfos. Bert Bakker Amsterdam, ISBN 9789035133112.
•’Waarom jongens geen meisjes zijn.’ Wat je weten moet als je jongens opvoedt. Koos Neuvel. L.J. Veen Amsterdam. ISBN 9789020402986.
•www.balansdigitaal.nl
• Jeugdthesaurus Nationaal Jeugd Instituut.

(1) Dick Swaab ‑ Hersenonderzoeker, hoogleraar neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam, professor aan Harvard University en professor aan Oxford University.
(2) Martine Delfos ‑ Biopsycholoog en werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker, therapeut, docent en schrijfster.

======
KADER
======

Attention Deficit Hyperactivity Disorder

3 tot 5% van de kinderen onder 16 jaar heeft ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder). Deze stoornis wordt gekenmerkt door aandachtstekort, overbeweeglijkheid en impulsiviteit. ADHD komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. De verhouding ligt hierbij drie op twee. De verhouding ligt bij de ernstiger gevallen (waarbij behandeling gegeven wordt) zelfs vijf op een. ADHD kan samen gaan met agressief gedrag. Dit geldt vaker voor jongens dan voor meisjes. ADHD wordt verklaard als een neurobiologische aandoening waarbij de zenuwverbindingen in de hersenen verstoord zijn.

Autisme

Autisme is een ontwikkelingsstoornis met als kenmerken een taalachterstand, steeds dezelfde handelingen uitvoeren en slecht sociale contacten kunnen aangaan. Autisme wordt steeds vaker gediagnosticeerd. Er worden hiervoor momenteel allerlei verklaringen gegeven. Waar­schijnlijk is het feit dat de diagnose steeds verfijnder en beter stelbaar is een belangrijke verklaring. Over het algemeen wordt in de verschillende onderzoeken en statistieken aangegeven dat bij autisme de verhouding jongen-meisje vier op een is. Autisme is een neurobiologische aandoening van nog onbekende oorsprong. Het verhindert het normale functioneren van de hersenen.

Oppositional Defiant Disorder

ODD (Oppositional Defiant Disorder) heet in het Nederlands oppositioneel-opstandige gedragsstoornis. ODD is een stoornis met als kenmerken negatief, vijandig en openlijk ongehoorzaam gedrag. Deze kinderen zijn moeilijk in de opvoeding en verzetten zich tegen autoriteit, maar feitelijk gewelddadig gedrag is niet aan de orde. ODD komt voor bij 3,2% van de jongeren.  Het komt ongeveer drie keer vaker voor bij jongens dan bij meisjes. ODD kan gezien worden als een voorloper van CD (Conduct Disorder) ofwel een antisociale gedragsstoornis. Hierbij heeft de persoon een gebrek aan respect voor de rechten en gevoelens van anderen. CD komt bij 2% van alle jongeren voor en ook CD blijkt drie keer vaker voor te komen bij jongens dan bij meisjes.

Non­verbal Learning Disabilities

Ongeveer bij 10% van de kinderen met een leerstoornis is er sprake van NLD (Non­verbal Learning Disabilities) of in het Nederlands een niet-verbale leerstoornis. NLD is een neurologische ontwikkelingsstoornis. Het wordt verklaard door een stoornis in de rechter hersenhelft. Het horen en praten van deze kinderen is beter ontwikkeld dan het zien en voelen. Rekenen, schrijven en de grove motoriek geven problemen. NLD komt bij jongens evenveel voor als bij meisjes.


Tags: , ,