Positief opvoeden met Triple P

Misschien klinkt de naam Triple P u al bekend in de oren. De kans is groot dat u er als pleegouder of pleegzorgbegeleider al eens iets van vernomen heeft, want dit nieuwe opvoedprogramma wordt momenteel op allerlei manieren ingezet. Niet alleen binnen de jeugdhulpverlening, maar ook bij peuterspeelzalen, bij de huisarts of bij het schoolmaatschappelijk werk. Het programma wordt door de overheid ondersteund

Triple P komt uit Australië. De drie (triple) P’s staan voor Positive Parenting Program. In het Neder­lands wordt dit vertaald als: Positief Pedagogisch Programma. Het doel is dat (pleeg)ouders laagdrempelig hulp kunnen zoeken en er zo ernstige gedragsproblemen voorkomen kunnen worden. De kracht van Triple P is dat alle betrokken in­stanties werken vanuit dezelfde visie. Daarmee heeft de aanpak die op verschillende plaatsen wordt aangeboden een onderlinge samenhang.

Het Triple P programma gaat uit van positief opvoeden. Er zijn vijf principes:

1. Kinderen een veilige en stimulerende omgeving bieden.
‑In een veilige omgeving kunnen kinderen ongestoord spelen, zonder dat ze steeds gecorrigeerd hoeven worden. Het is belangrijk dat kinderen bezigheden hebben die hen boeien en stimuleren. Daarmee kan ongewenst gedrag worden voorkomen.

2. Kinderen laten leren door positieve ondersteuning.
‑Positieve steun helpt kinderen om vaardigheden te ontwikkelen waarmee ze moeilijkheden en tegenslag aan kunnen. Een complimentje helpt kinderen om nieuwe dingen te leren.

3. Aansprekende discipline.
‑In een voorspelbare omgeving ontwikkelen kinderen zich het best.

4. Realistische verwachtingen.
‑Omdat ieder kind zich in zijn eigen tempo ontwikkelt, is het belangrijk dat de verwachtingen niet te hoog gespannen zijn. Als je wilt dat alles perfect gaat, kunnen er problemen ontstaan. Ideale kinderen bestaan niet.

5. Goed voor jezelf zorgen.
‑Geen enkele (pleeg)ouder is perfect. Opvoeden doe je met vallen en opstaan. Ouders moeten daarom ook momenten van rust en ontspanning inbouwen. Als je je goed voelt, heb je meer energie voor de kinderen.

Op niveau

Uniek aan het Triple P-programma is dat het op verschillende niveaus wordt aangeboden. Zowel een instelling voor gespecialiseerde jeugdzorg als een intern begeleider op de basisschool kan er mee werken. In Nederland gebruiken al zo’n twintig gemeenten en diverse jeugdhulpverleningsinstellingen het programma. Er zijn bijna tweeduizend beroepskrachten getraind.

Het eerste niveau is de mediavoorlichting (‘Triple P universeel’). Door middel van posters, brochures en folders wordt voorlichting over op­voedvragen gegeven. Laagdrempelig en gemakkelijk beschikbaar.

Het tweede niveau (‘Triple P selectief’) wordt gegeven door de professionals die frequent oudercontacten hebben. Denk hierbij aan de peuterspeelzaalleidster of de huisarts. Dan kunnen de meer specifieke vragen over het gedrag of de ontwikkeling van kinderen worden opgepakt. Bij veelvoorkomende vragen kan er een groepsgericht aanbod van bijvoorbeeld lezingen worden gegeven.

Op het derde niveau (‘Triple P basis­zorg’) krijgen ouders met beginnende opvoedproblemen ge­richte informatie in kortdurende individuele gesprekken. Denk hierbij aan een tot vier gesprekken van zo’n dertig minuten. Dit niveau wordt aangeboden door onder meer MEE-consulenten, schoolmaatschap­pelijk werk en de pedagoog van een opvoedbureau.

Het vierde niveau (‘standaard’ of ‘groep Triple P’) wordt opgepakt door de professionals in de zorg­verlening waar een indicatie voor nodig is. Dus de jeugd-GGZ, de gespecialiseerde gezinsverzorging of het speciaal onderwijs. Dit niveau is gericht op opvoeding van kinderen met ernstige gedragsproblemen.

Het vijfde, tevens hoogste niveau (‘Triple P plus’), richt zich op gezinnen waar gedragsproblemen van kinderen samen met andere gezinsproblemen, zoals depressie of relationele problemen, spelen. De instellingen voor geïndiceerde jeugdzorg of de jeugd-GGZ bieden dan een gezinsgericht programma van tien tot achttien bijeenkomsten.

Deze verschillende fasen maken dat Triple P ook uitgaat van kosten­effectiviteit. Sommige  (pleeg)ouders hebben genoeg aan ondersteunende informatie en hebben dan geen intensievere aanpak nodig. Als die aanpak wel nodig blijkt, dan wordt er voortgeborduurd op wat er al eerder aan steun is geboden. Dat­zelfde geldt voor eventuele nazorg die kan worden geleverd door (goed­kopere) voorzieningen in de buurt.

Specifieke doelgroepen

Er zijn inmiddels programma’s ontwikkeld voor specifieke doelgroepen. Zo is er bijvoorbeeld  ‘Teen Triple P’ voor de ouders van tieners, ‘Pathways Triple P’ voor gezinnen met een risico op kindermishandeling en ‘Workplace Triple P’ voor werkende ouders. In Australië wordt er gewerkt aan programma’s voor ouders van kinderen met overgewicht, aanstaande ouders en ouders die uit elkaar gaan en voor nieuw samengestelde gezinnen.
Hoewel dat laatste ook wel eens interessant kan zijn voor pleegzorg, zal het nog even duren voordat deze programma’s ook in Neder­land gaan draaien. Op dit moment draait in Nederland alleen nog het basisprogramma voor ouders van kinderen tot 12 jaar. Een aantal instellingen maakt inmiddels wel een start om de meer specifieke programma’s aan te bieden.

Effectstudies

Triple P wordt wereldwijd gebruikt in meer dan vijftien landen. In de meeste van deze landen vinden ook effectstudies plaats. De resultaten zijn positief. In Nederland doet het Trimbos-instituut onderzoek naar de programma’s op niveau drie en vier. De eerste resultaten tonen aan dat het opvoedgedrag, de competenties en de tevredenheid van ouders meer verbeteren bij ouders die een Triple P aanbod krijgen, dan ouders die reguliere hulpverlening krijgen. Verdere analyses over het Nederlandse effectonderzoek volgen nog. Er loopt momenteel ook een effectonderzoek naar de effectiviteit van interventieniveau vijf.            <

 

Opvoedprogramma’s

Triple P is niet het enige opvoedprogramma in Nederland. In de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nationaal Jeugdinstituut (www.nji.nl) staan tientallen methodes die zijn onderzocht op effectiviteit en die positief zijn bevonden. Wat Triple P bijzonder maakt, is dat de overheid organisaties stimuleert om ermee te werken. Zo ontstaat er een standaard binnen de opvoedprogramma’s. Triple P heeft de wind dus mee, maar er zijn ook kanttekeningen. Het programma is in Australië ontwikkeld en aan de inhoud of volgorde mag niets veranderd worden. Er zijn speciale Triple P-trainingen en dat is voor instellingen de enige manier om hun medewerkers op te leiden tot gecertificeerd Triple P-medewerker. Hogescholen die de beroepskrachten opleiden, kunnen wat Triple P betreft weinig betekenen, want zij zijn niet bevoegd om mensen in de methode op te leiden. De kosten voor de training zijn hoog en geld dat naar scholing gaat, komt slechts indirect bij de jeugdigen terecht.


Tags: ,