Veel roze, weinig auto’s

Marijke doet de deur open. Pleegmoeder van drie meiden. Wij van Mobiel zijn benieuwd hoe dat is, een meidengezin. Niet dat Marijke en haar man John er nadrukkelijk voor hebben gekozen. Het is gewoon toevallig een meidengezin geworden. De meisjes zijn geen biologische zusjes van elkaar, maar wel van jongs af aan bij Marijke en John. De oudste woont nu op kamers, maar is in het weekend nog bij Marijke en John. De meiden heten Nathalie (20 jaar), Sanne (19 jaar) en Wendy (16 jaar).

Sanne kwam als eerste in het gezin wonen, zij was toen een half jaar oud. Een jaartje later kwam Nathalie erbij, een meisje van drie jaar oud. Dat was voor Sanne wel een onnatuurlijk gevoel. Sanne was er eerder, maar Nathalie was ouder en Nathalie was een echte meid, bazig en nadrukkelijk aanwezig. Ruim twee jaar later kwam het derde meisje, Wendy van zeven maanden in het gezin wonen. Een heus meidengezin. Niet dat je dat nu direct ziet, merk ik op terwijl Marijke de thee inschenkt. “Dat was wel anders toen ze klein waren,” vertelt Marijke. “Jaren achtereen woonde daar in de hoek een hele barbiefamilie. Barbiehuis, barbiekleren, barbiescooter, echt te veel om op te noemen. Het was een hele roze hoek. Toen de meiden nog klein waren, naaide ik veel kleding. De barbies kregen hun outfit van dezelfde stof, helemaal geweldig vonden de meiden dat. Op een kinder­verjaardag heb ik eens een echte barbietaart gemaakt. Twee tulbanden cake van verschillende grootte op elkaar, in het gat een barbiepop. Armen en hoofd kwamen er net boven uit. De cake was een echte prinsessenjurk, versierd met allemaal roze en wit. Alle barbiespullen staan nu in dozen op zolder, netjes uitgezocht en gewassen. Ze wachten tot de meiden op zichzelf gaan en alles meenemen.”

Geen auto’s

“Nog zo’n echt meidending is de poppenwagen, jaren stonden er twee in de gang. Als we gingen wandelen met de hond of boodschappen gingen doen, namen de poppenmoeders hun kroost mee. Zoals ik al zei, naaide ik in die tijd veel kleding. Van dezelfde stof moest dan ook het speldje of strik voor hun haar worden gemaakt. Het moest helemaal bij elkaar passen, dat vonden ze prachtig. Elk jaar maakte ik voor hun verjaardag een nieuwe jurk. Ze wisten al jong heel goed wat ze wilden, het moest echt een jurk zijn en geen broek of zo. De pop kreeg dezelfde jurk. Dan kon het feest beginnen.” Marijke lacht weer bij de gedachte. “Leuke dingen zijn dat, de meiden halen deze herinneringen ook nog wel eens op.”

Pleegvader John loopt even binnen. Mooie gelegenheid om aan hem te vragen hoe dat nu is als enige man in een vrouwenhuishouden. Zonder na te denken weet hij meteen aan mij te vertellen dat hij het jongensspeelgoed wel gemist heeft. Hij heeft het echt geprobeerd. “De meiden kregen zowel jongens- als meisjesspeelgoed aangeboden. Het zit er gewoon niet in bij meisjes,” denkt John. “Kwam ik heel trots met een mooi autootje thuis, liet ik hun zien hoe geweldig je daarmee kon spelen, maar de meisjes hadden er totaal geen interesse voor. Met lego of blokken kun je ook zo heerlijk bouwen, uren achter elkaar de mooiste kunstwerken maken, maar ook dat kon de meisjes niet lang boeien. Dat zijn waarschijnlijk toch meer jongensdingen. De lego is nog eens van de zolder ge­weest voor een buurjongetje en hij vond het geweldig.

Toen de meiden nog peuter waren, vonden ze het wel heel leuk als ik in de garage en tuin aan het klussen en tuinieren was. Ze wilden alles weleens zien en helpen. Het meerijden in de kruiwagen was wel het leukst, denken we achteraf. Op het moment dat ze er niet meer inpasten, was het helpen met klussen en tuinieren gedaan.”

Plagen

Marijke knikt instemmend en schenkt nog een lekker kopje thee in. Ze vervolgt het verhaal. “Toen de meiden groter werden, waren er weer andere meidendingen. Ze concurreren met elkaar, ze houden alles goed in de gaten, willen precies hetzelfde krijgen en mogen, ze vergelijken alles met elkaar. Veronderstel dat je zus iets eerder mag dan jij! Giechelen kunnen meiden ontzettend goed. De slappe lach krijgen om niets en dan niet kunnen stoppen met lachen. Op een gegeven moment breekt het idolentijdperk aan. Ze behangen hun kamers met posters van zo’n idool en ze gaan er helemaal voor, tot gillen toe.”

“Wat de verhoudingen onderling betreft is het net als met echte zussen,” denkt Marijke. “Ze kunnen op een bepaalde leeftijd niet met elkaar, maar ook niet zonder elkaar. Toen de oudste twee aan het puberen gingen, wilden ze beslist niet naar dezelfde uitgaansgelegenheid. De jongste van de twee wilde niet gezien worden als de zus van. Als ouders wil je natuurlijk dat ze na het uitgaan veilig thuiskomen. Dus ga je ‘s nachts je dochters ophalen. Je wilt beslist niet dat meisjes alleen over straat gaan op dat tijdstip.”

Twee van de drie pleegdochters hebben inmiddels een vriendje. Marijke: “Dat is ook weer een heel leuke fase. Nu zien we dingen die je met alleen meiden in huis niet kent. Op het gras rollebollen met de hond en stoeien in huis. Hartstikke leuk is ook het goedmoedige plagen wat jongens graag doen. Zo waren we van de zomer op de boot. Een van de meiden zat op het dek, lekker in het zonnetje een boek te lezen. Binnen was een van de vriendjes. Door de patrijspoort kon hij precies even aan haar kuit kriebelen.

Ze krabbelde even aan haar been en las ongestoord verder. Er werd nogmaals gekriebeld en nogmaals gekriebeld. Het lezen werd nog steeds niet onder­broken, steeds een achteloos gebaar om die vervelende vlieg weg te jagen. Ineens drong het tot haar door, misschien is het wel een spin. De gil die toen volgde, kan alleen van een meisje zijn.”

Voor- en nadelen

Ik ben benieuwd wat Marijke de voordelen vindt van een meidengezin. Ze vertelt dat het makkelijk is met kleding: ze droegen vroeger wel eens iets dat de ander te klein was. Bovendien is het op vakantie wel makkelijk. Meiden kunnen bij elkaar in een tent of op één kamer. Met een jongen en een meisje doe je dat op een bepaalde leeftijd niet meer. Natuurlijk wil ik dan ook de nadelen weten. Marijke moet heel hard nadenken. “Eigenlijk zijn die er niet,” vindt ze. Ze vertelt dat het een gezellige boel is met de meiden. Als ik verder aandring, komt ze terug op het goedmoedige plagen van de jongens: “Meiden onderling kunnen niet zo goed tegen plagen. De jongens brengen dat leuke sportieve element met zich mee. Misschien is het ook een nadeel dat meiden zo tuttig zijn met eten: heel kleine beetjes. Ik zat altijd met restjes. Als de vrienden nu mee-eten, maak ik veel eten en dan gaat alles nog op ook!”


Tags: , ,