Nationaliteit

In Mobiel 1 stond op pagina 24 een artikel over Meral, een Turks meisje van dertien dat werd geboren in Nederland. Sinds ze tien maanden oud was, woont ze in een pleeggezin. Ze heeft een verblijfsvergunning, maar kan desondanks voor haar achttiende geen Nederlands staatsburgerschap aanvragen. Pleeg­moeder Nelly Kastelijn herkent deze situatie.

Ik lees zojuist in Mobiel het artikel over de dertienjarige Meral. Wij hadden ook te maken met twee buitenlandse kinderen: een van Marokkaanse en een van Turkse ouders. Zij zijn bij hun geboorte ook niet aangegeven bij het consulaat van herkomst. Bij het verlengen van de verblijfsvergunning kwamen wij erachter dat onze kinderen geen status hadden. “Turks en Marokkaans,” zei de Nederlandse overheid. “Wij willen ze niet,” zeiden Marokko en Turkije. “Dan maar een vreemdelingenpas,” werd door Bureau Jeugdzorg geopperd. Daar waren wij het niet mee eens: een kind dat geboren is in Nederland, geen enkele binding heeft met het land van zijn ouders, alleen maar Nederlands spreekt, bijna vanaf zijn geboorte in een Nederlands gezin opgroeit, is geen vreemdeling. Na zes jaar knokken, ruzie maken en bellen met allerlei instanties, werden onze kinderen vorig jaar Nederlander.

Het is gelukt via een wetsartikel waar een ontsnappingsclausule inzit. Onze kinderen zijn er dolgelukkig mee. Niets is onmogelijk, is onze ervaring, maar het is een lange weg geweest. De eerste aanvraag werd afgewezen omdat wij de voogdij niet hadden over onze pleegkinderen. Er zou geen sprake zijn van familiebanden. Hiertegen zijn we in hoger beroep gegaan en uiteindelijk hebben we na een hoorzitting gewonnen. Jeugdzorg legt zich soms te vlug bij de feiten neer: het is inderdaad gemakkelijker om tot het achttiende jaar te wachten, maar is het humaan om een kind tot zijn achttiende vreemdeling in eigen land te laten zijn? Laat je niet aan de kant zetten, alles is mogelijk, zelfs in Nederland! Onze Burak wilde toen ook onze achternaam, maar daarbij zijn eigen achternaam behouden.

Om je naam te veranderen, dien je echter te beschikken over de Nederlandse nationaliteit. De achternamen combineren bleek ook al niet te kunnen, want dan zou er een nieuwe stamnaam ontstaan. Ik kwam op het idee om zijn eigen achternaam als tweede voornaam te nemen. Daarvoor moesten we naar een advocaat, maar binnen twee weken was dat rond. Toen naar het ministerie om de achternaam te veranderen. Deze procedure heeft ongeveer negen maanden geduurd.

Net na zijn achttiende verjaardag was het zover: onze Burak was Nederlander en kreeg onze achternaam. We hadden de post over de naamsverandering verstopt en iedereen die hij kende uitgenodigd, zonder dat hij het wist. Burak was als trouw supporter naar een voetbalwedstrijd en in die tijd werd de huiskamer omgebouwd voor het feest. Om half tien stonden we met zijn allen op Burak te wachten. Nietsvermoedend kwam hij rond tien uur zingend binnen. “Kijk eens in de kamer,” zei onze dochter en daar stonden we met zijn allen ‘lang zal hij leven’ te zingen. Het was een prachtmoment en daarna een prachtfeest! Het was al heel laat toen we naar bed gingen, maar de woorden “nu ben ik eindelijk wie ik al heel lang wilde zijn”, drongen nog heel goed tot ons door.


Tags: ,